Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Oost-Brabant, 12 juli 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:4106Zaaknummer 19/927
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 juli 2019
- Publicatiedatum
- 13 januari 2020
- Zaaknummer
- 19/927
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Heijninck, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G.M. Willems, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 12 juli 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 19/927
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. F.J.M. van Rossem),
en
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Doets).
Procesverloop
Bij besluit, verzonden op 20 december 2018 (het primaire besluit), heeft verweerder de aanvraag om vergoeding van de toevoeging met het nummer [nummer] van de kantoorgenoot van eiser, [naam 1], afgewezen.
Bij besluit van 13 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2019. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich eveneens laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Ambtshalve stelt de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep van eiser aan de orde. Eiser heeft namens zichzelf beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De oorspronkelijke aanvraag om toevoeging met het nummer [nummer] vermeldt [naam 2] als rechtsbijstandverlener van de rechtzoekende waar rechtsbijstand aan is verleend. Op 14 december 2018 heeft een mutatie plaatsgevonden naar [naam 1] als rechtsbijstandverlener van rechtzoekende. Het primaire besluit is ook aan hem gericht en het bezwaar tegen dat besluit is eveneens door hem ingediend. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat eiser in deze procedure belanghebbende is. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser naar voren gebracht dat eiser op dit moment de rechtsbijstandverlener van rechtzoekende is. Uit de stukken blijkt echter niet dat een mutatie toevoeging - opvolgend advocaat is ingediend. Omdat eiser geen belanghebbende is, zal zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Heijninck, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G.M. Willems, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 12 juli 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.