Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Oost-Brabant, 16 januari 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:202Zaaknummer C/01/288357 / JE RK 15-2
- Instantie
- Rechtbank Oost-Brabant
- Datum uitspraak
- 16 januari 2015
- Publicatiedatum
- 23 januari 2015
- Zaaknummer
- C/01/288357 / JE RK 15-2
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Op tegenspraak, Beschikking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Een niet gecertificeerde instelling (stichting) verzoekt om een verlenging van de ondertoezichtstelling. Dit verzoek is door de rechtbank ontvangen na 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de nieuwe Jeugdwet in werking is getreden. De kinderrechter verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek, nu krachtens de nieuwe Jeugdwet een dergelijk verzoek alleen door een gecertificeerde instelling kan worden verzocht.
De beslissing
De kinderrechter:
verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op
16 januari 2015.
sem
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/288357 / JE RK 15-2
datum uitspraak: 16 januari 2015
beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, hierna te noemen: de stichting,
gevestigd te Eindhoven
betreffende
[kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind 1],
[kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], hierna te noemen: [kind 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam] hierna te noemen: (de) vader,
wonende te [plaats],
[naam] hierna te noemen: (de) moeder,
wonende te [plaats],
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, hierna te noemen: de raad,
gevestigd te Eindhoven.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit een tweetal verzoekschriften met bijlagen van de stichting van 29 december 2014, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 5 januari 2015.
Op 15 januari 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- twee vertegenwoordigers van de raad,
- een vertegenwoordiger van de stichting.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de moeder,
- de vader.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[kind 1] en [kind 2] wonen bij de moeder.
Bij beschikking van 7 maart 2014 is de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] met ingang van 11 maart 2014 voor de duur van een jaar verlengd.
Het verzoek
De stichting heeft thans verzocht de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] te verlengen voor de duur van één jaar.
De beoordeling
De kinderrechter heeft geconstateerd dat de verzoekschriften tot verlenging van de ondertoezichtstelling zijn ingediend na 1 januari 2015, zijnde de datum waarop de nieuwe jeugdwetgeving in werking is getreden. Hierin is onder andere bepaald, voor zover hier relevant, dat alleen een gecertificeerde instelling een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling kan indienen. De onderhavige verzoekschriften zijn ingediend door de stichting, niet zijnde een gecertificeerde instelling.
Ter zitting van 15 januari 2015 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunten kenbaar te maken.
De stichting heeft verklaard dat zij niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
De raad heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter ter zake. Indien de stichting niet-ontvankelijk wordt verklaard, zal de raad schriftelijk een verzoek tot een nieuwe ondertoezichtstelling indienen, voordat de huidige ondertoezichtstelling expireert.
De kinderrechter overweegt als volgt.
De stichting is niet bevoegd tot het doen van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, nu zij niet een gecertificeerde instelling is. Om die reden zal de kinderrechter de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek verklaren.
De beslissing
De kinderrechter:
verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.P.M. van Reijsen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.E.M. Bullens als griffier en in het openbaar uitgesproken op
16 januari 2015.
sem
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.