Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Nederland, 28 oktober 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:4602Zaaknummer C/18/260466

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Publicatiedatum
29 oktober 2026
Zaaknummer
C/18/260466
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlening machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin voor de resterende duur van het verzoek. Het verzoek wordt afgewezen voor zover het ziet op een machtiging tot plaatsing in een accommodatie van jeugdhulp. Dit verzoek stuit bij de minderjarige op grote weerstand. Het gaat te ver om de GI dit ruime mandaat te geven.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (oudtante vz) met ingang van 30 oktober 2026 tot 18 september 2027;

3.2.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Dijkstra, voorzitter, en mr. L. Mulder en mr. N. Meesters-van Luijk (kinder)rechters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken en door de rolrechter ondertekend op 28 oktober 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: - door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

fn: BV

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De (verdere) beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaak-/rekestnummer: C/18/260466 / JE RK 26-1568

Datum uitspraak: 28 oktober 2026

beschikking van de meervoudige kamer over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Noord-Nederland, locatie Groningen,

hierna te noemen: "de Raad",

die betrekking heeft op

[Naam van de minderjarige], geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2012 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: " [de minderjarige] ".

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[Naam van de moeder],

hierna te noemen: "de moeder",

wonende in [woonplaats 1],

advocaat mr. A. Muller uit Groningen,

[Naam van de vader],

hierna te noemen: "de vader",

wonende in [woonplaats 2], [land],

advocaat mr. S.J. Zeilstra uit Amsterdam,

Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

gevestigd in Groningen,

hierna te noemen: "de GI".

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter heeft op 16 september 2026 een tussenbeschikking gegeven, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Daarin heeft de kinderrechter [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 18 september 2027. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (oudtante vz) verleend tot 30 oktober 2026. De kinderrechter heeft de beslissing op de langer verzochte duur van de machtiging tot uithuisplaatsing aangehouden.

1.2.

Op 30 september 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van de moeder.

1.3.

Op 2 oktober 2026 heeft de rechtbank een brief ontvangen van de vader.

1.4.

Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.

1.5.

Waar in deze beschikking wordt gesproken over 'kinderrechter' (enkelvoud), dient eveneens 'kinderrechters' (meervoud) te worden gelezen, nu de zaak wordt behandeld door de meervoudige kamer.

2 De (verdere) beoordeling

Waar gaat het nog om in deze aangehouden zaak?

2.1.

De kinderrechter moet nog een beslissing nemen op de langer verzochte duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. Hierbij moet de kinderrechter beoordelen of het in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] noodzakelijk is dat een machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor een langere duur. De Raad heeft verzocht om plaatsing in een accommodatie van jeugdhulp dan wel in een voorziening van pleegzorg.

Wat beslist de kinderrechter?

2.2.

De kinderrechter komt tot de conclusie dat het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is dat hij de komende periode uit huis geplaatst blijft bij de oudtante vz. Daarom verleent de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin tot 18 september 2027. Dit is vanwege het volgende.

2.3.

[De minderjarige] verblijft sinds mei 2026 bij de oudtante vz. Bij beschikking van vandaag heeft de rechtbank in de zaak met zaaknummer C/18/256747 / FA RK 26-26-3337 het verzoek van de vader om het hoofdverblijf van [de minderjarige] bij hem te bepalen, afgewezen. Dit betekent dat [de minderjarige] formeel zijn hoofdverblijf houdt bij de moeder. [De minderjarige] kan echter, gezien de situatie, (nog) niet terug naar de moeder. Er moet eerst met de hulpverlening worden gewerkt aan contactherstel en van daaruit moet worden bekeken wat de mogelijkheden zijn in het contact met de moeder. Inmiddels is een traject bij KOEN gestart. Dit traject moet worden afgewacht.

2.4.

De komende periode is het voor [de minderjarige] belangrijk dat hij bij de oudtante vz kan blijven. Hij voelt zich daar goed en komt daar tot rust. Om dit verblijf mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat een machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de Raad voor de resterende duur toewijzen en een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlenen tot 18 september 2027.

2.5.

Het verzoek wordt afgewezen voor zover het ziet op een machtiging tot plaatsing in een accommodatie van jeugdhulp. Het is een verstrekkend verzoek dat bij [de minderjarige] op grote weerstand stuit. Het gaat de kinderrechter daarom te ver om de GI dit ruime mandaat te geven.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (oudtante vz) met ingang van 30 oktober 2026 tot 18 september 2027;

3.2.

verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Dijkstra, voorzitter, en mr. L. Mulder en mr. N. Meesters-van Luijk (kinder)rechters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken en door de rolrechter ondertekend op 28 oktober 2026.
Voor zover in deze beschikking een of meer eindbeslissingen zijn opgenomen, kan tegen deze beschikking hoger beroep worden ingesteld door een advocaat bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: - door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

fn: BV

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.