Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 21 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4548Zaaknummer 11952133 BU VERZ 25-2260
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 11952133 BU VERZ 25-2260
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Assen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wahv. De hulpkoppeling is niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig/inrichting aan trekinrichting verbonden. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant dat de hulpkoppeling los om de trekhaak zat. Gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden zal de kantonrechter de boete wel matigen tot nul.
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 116,75;
- verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272714663
zaaknummer: 11952133 BU VERZ 25-2260
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 21 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘de hulpkoppeling niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig/inrichting aan trekinrichting verbonden’, verricht op 23 maart 2025, om 12:46 uur, op de Burgemeester Masmanweg in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Gemachtigde heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 21 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. F. Hashimi.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot nihil. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde heeft een verklaring van betrokkene bijgevoegd. Hierin stelt betrokkene dat de boete onterecht is opgelegd. Op de aanhanger zit een extra beveiliging, zodat deze nooit van de trekhaak kan schieten. De kabel zou er dus nooit af kunnen schieten omdat de sluiting geborgd is. Gemachtigde voegt hieraan toe dat de hulpkoppeling wel degelijk op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig/inrichting aan trekinrichting verbonden was. Verder voert gemachtigde aan dat er geen foto in het dossier zit, terwijl dit wel een op de zaak betrekking hebbend stuk is. Er is hoogstwaarschijnlijk wel een foto gemaakt. Daardoor is de verkeersovertreding onvoldoende bewezen. Gemachtigde verzoekt toezending van de foto. Als de foto niet beschikbaar is, moet de inleidende beschikking worden vernietigd. Op de zitting voegt betrokkene toe dat zij eerst een boete hebben gekregen voor de verlichting op de aanhanger. Vervolgens constateerde de verbalisant dat de hulpkoppeling niet goed zat. Betrokkene geeft aan dat hij de werking van de koppeling bij de verbalisant niet mocht toelichten. De manier waarop de verbalisant hen heeft behandeld, deed hem pijn. Betrokkene heeft op de zitting een foto laten zien van de hulpkoppeling. Er was een ijzeren staaldraad tussen de koppeling en de trekhaak bevestigd, zodat de aanhanger aan een vast deel bevestigd was. Door een splitpin kon de aanhanger niet loskomen of omhooggaan. Betrokkene geeft aan dat zij nu een andere auto hebben, met een andere beveiliging voor de aanhanger.
4. De vertegenwoordigster ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant is bekwaam en getraind genoeg om de verkeersovertreding te constateren. Wel verzoekt zij de kantonrechter de boete te matigen tot nihil, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden en het feit dat er geen foto van de verkeersovertreding in het dossier zit.
Overwegingen
De verkeersovertreding
5. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
De verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaaksoverzicht, luidt als volgt: “Ik, verbalisant, zag dat hulpkoppeling los om trekhaak zat.”
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat de verkeersovertreding is verricht. Zij ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant dat de hulkoppeling los om de trekhaak zat.
Gelet op de door betrokkene op de zitting aangevoerde omstandigheden en het ontbreken van een foto van de verkeersovertreding in het dossier, zal de kantonrechter het verzoek van de vertegenwoordigster inwilligen en de boete matigen tot nul.
De proceskostenvergoeding
6. Omdat de inleidende beschikking wordt gematigd, zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene. Aangezien geen sprake is van een aan de verbalisant te wijten onrechtmatigheid, komen de kosten gemaakt in administratief beroep niet voor vergoeding in aanmerking.
De kantonrechter zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Omdat de beslissing van de officier van justitie na 31 december 2023 is bekendgemaakt, past de kantonrechter de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv toe op de kantonfase.[_53b01d4f-c7d2-4b4b-ae17-5a65ea10d463]
De berekening is als volgt: 1 (procespunt) x € 934,00 (tarief) x 0,5 (wegingsfactor, licht) x 0,25 (extra wegingsfactor herwaardering proceskostenvergoeding) = € 116,75. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 116,75.
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn/haar beslissing een oordeel te geven.[_3bb19577-9a79-4701-804e-7904726439fa]
Conclusie
De kantonrechter:
- verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
- vernietigt die beslissing;
- wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot nul;
- bepaalt dat betrokkene het bedrag van de zekerheidstelling terugkrijgt;
- veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 116,75;
- verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de wijze van uitbetalen.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Voetnoten
- Artikel 4, onderdeel a, van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.