Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 30 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4541Zaaknummer 11664343 BU VERZ 25-819
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 11664343 BU VERZ 25-819
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Assen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wahv. Rijden voetgangersgebied. Geen aanleiding om de boete te matigen. Betrokkene had een andere oplossing kunnen kiezen. Niet gebleken dat sprake was van een acute situatie.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266944892
zaaknummer: 11664343 BU VERZ 25-819
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 30 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [plaats],
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 6 juni 2024, om 14:41 uur, op [adres], met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Huisjes.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde heeft een verklaring van betrokkene bijgevoegd. Hierin geeft betrokkene aan dat haar 80-jarige buurman haar ten tijde van de verkeersovertreding belde, omdat hij niet in de benen kon komen door rugpijn en duizeligheid. Hij is een aantal maanden geleden geopereerd aan zijn knie en zijn andere knie moet ook nog geopereerd worden. Hij heeft de ziekte van Bechterew. De vrouw van haar buurman is dementerende en sinds een paar maanden opgenomen in een verpleeghuis. Betrokkene noemt dat haar buurman het erg moeilijk heeft. Die ochtend had haar buurman gebeld voor zwaardere medicatie, waar hij vragen over had. Betrokkene heeft hem in de auto geholpen en hem naar de apotheek gebracht. Zij geeft aan dat zij de bebording niet heeft gezien en niet wist dat ze daar niet in mocht rijden. Betrokkene heeft negen jaar geen auto gehad en had verwacht dat men een weg naar een apotheek in mag rijden. Niet iedereen kan dat immers lopend of fietsend. Betrokkene noemt dat zij iemand hielp die dit zelf niet kon. Haar buurman is diezelfde middag nog door een ambulance thuis gebracht omdat hij met de fiets onderweg naar zijn vrouw is gevallen. Betrokkene verzoekt om coulance. De boete is gevoelsmatig onrechtvaardig en niet in verhouding. Gemachtigde voegt hieraan toe dat de omstandigheden van het geval het opleggen van een boete niet rechtvaardigen. Hiertoe verwijst hij naar foto’s.
4. De vertegenwoordiger stelt zich op het standpunt dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld. Hij ziet ook geen aanleiding om de boete te matigen, omdat sprake was van reële alternatieven. De medicijnen hadden kunnen worden bezorgd of betrokkene had de medicijnen zonder gebruik van een auto op kunnen halen. De vertegenwoordiger verzoekt de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een matiging van de boete.
In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen. Hoewel de kantonrechter aanneemt dat de buurman van betrokkene medische klachten had, is hem niet gebleken dat sprake was van een noodsituatie. Daartoe overweegt hij dat betrokkene een andere oplossing had kunnen kiezen. Betrokkene had ervoor kunnen kiezen om de route vanaf het begin van het voetgangersgebied tot de apotheek zonder voertuig af te leggen of de medicijnen bij haar buurman thuis te laten bezorgen. Dat sprake was van een acute situatie blijkt niet uit de stukken. Het beroep wordt ongegrond verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat daarom geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
mr. R. Krikke, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.