Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4536Zaaknummer 11664373 BU VERZ 25-821
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- 11664373 BU VERZ 25-821
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Assen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wahv. Voor de beoordeling van de bevoegdheid van de ambtenaar is niet doorslaggevend of wordt voldaan aan de voorwaarden in het Beoordelingskader.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 268152385
zaaknummer: 11664373 BU VERZ 25-821
uitspraak van de kantonrechter van 14 juli 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats],
gemachtigde: N. de Bock, Meesterboete.nl.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets-/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)’, verricht op 19 juli 2024, om 22:40 uur, op het Ceresplein in Assen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 189,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 30 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. Huisjes.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde verwijst naar het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaring en voetgangersgebieden (Beleidskader). Als aan de voorwaarden en uitgangspunten van het Beleidskader niet wordt voldaan, mag de verbalisant geen gebruik maken van zijn bevoegdheid om een boete op te leggen. Hiertoe verwijst gemachtigde naar jurisprudentie. Gemachtigde noemt dat het vreemd is dat de officier van justitie in recentere zaken aangeeft dat niet meer verwezen wordt naar het beleidskader. In het beleidskader is opgenomen dat de wegindeling er uit moet zien als een voetgangersgebied. Op deze pleeglocatie is geen sprake van een herkenbare scheiding tussen de rijbaan en het voetgangersgebied. Gemachtigde verzoekt om een vernietiging van de boete en toekenning van een proceskostenvergoeding.
4. De vertegenwoordiger stelt dat het Beleidskader is vervallen. Hier wordt niet meer naar verwezen. Per 18 april 2023 geldt het Beoordelingskader Parket CVOM voor digitale handhaving bij geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (Beoordelingskader). De bevoegdheid van de verbalisant hangt niet af van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden in het Beoordelingskader. De bepalingen in het Beoordelingskader richten zich tot de opsporingsorganisaties. Gemachtigde kan hier dan ook geen beroep op doen. Hierbij verwijst de vertegenwoordiger naar een arrest van het hof.[_26faf7d0-0b0e-432c-bc9a-d17c1255a86b] Verder stelt de vertegenwoordiger dat het voetgangersgebied voldoende wordt aangegeven met de bebording, de tegels, en het ontbreken van een trottoir.
Overwegingen
5. De bevoegdheid van de ambtenaar tot oplegging van de boete wordt betwist, onder verwijzing naar het Beleidskader. Het Beleidskader was ten tijde van de oplegging van de boete echter niet meer van toepassing. Voor zover gemachtigde een beroep doet op het Beoordelingskader, overweegt de kantonrechter als volgt. Voor de beoordeling van de bevoegdheid van de ambtenaar, gelet op de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar, zoals die ten tijde van de verkeersovertreding gold, is niet doorslaggevend of wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het Beoordelingskader.[_54387089-fcbb-4f6d-8360-8396adaf4596] Die bepalingen richten zich tot de opsporingsinstanties voor het verkrijgen van instemming voor digitale handhaving.[_347488f5-8ddc-4fbc-9e00-eff8e8ff505d] Deze beroepsgrond van gemachtigde treft daarom geen doel.
Voor zover gemachtigde in de nadere toelichting aanvoert dat de verkeersovertreding niet kan worden vastgesteld omdat het gebied er niet uitziet als een voetgangersgebied, overweegt de kantonrechter dat dit voor de vaststelling van de verkeersovertreding niet relevant is.[_d8b1c3b6-796c-4fe2-a91c-b29f8ab4b8b6] Uit de schouwrapporten blijkt dat ten tijde van de verkeersovertreding een G7-zonebord aanwezig was bij het Ceresplein. Dit wordt door gemachtigde ook niet betwist. Daarmee kan de verkeersovertreding worden vastgesteld. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat daarom geen aanleiding.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. R. Krikke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Voetnoten
- Hof Arnhem-Leeuwarden, 30 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2692.
- Hof Arnhem-Leeuwarden, 13 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2162.
- Hof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2836 en Hof Arnhem-Leeuwarden, 30 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2692.
- Hof Arnhem-Leeuwarden, 13 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2162.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.