Uitspraak · Belastingrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 3 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4486Zaaknummer LEE 25/1385
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- LEE 25/1385
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd. Belanghebbende stond niet geparkeerd binnen de zonegrenzen waarvoor de bezoekersvergunning geldig was. Niet voldaan aan de onderzoeksplicht inzake de voorwaarden van de vergunning.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van J.H. Folkers, griffier.
| griffier | rechter |
Uitgesproken op 3 augustus 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 25/1385
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 3 augustus 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar.
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 april 2025. Belanghebbende is het daarmee niet eens. Hij vindt de parkeersituatie en de grenzen van de zone waarvoor de bezoekersvergunning geldt onduidelijk zodat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bezwaarschrift van belanghebbende terecht ongegrond is verklaard. Dit betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in stand blijft. Het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De heffingsambtenaar heeft op 28 februari 2025 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting aan belanghebbende opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 april 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Feiten
3. Belanghebbende stond op 22 februari 2025 op of omstreeks 11:20 uur geparkeerd aan de Oosterhamrikkade in Groningen. Op die dag en dat tijdstip was een betaald parkeren-regime van toepassing.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de vergunninghouder bij ontvangst van de bezoekersvergunning een kaart heeft ontvangen met daarop de grenzen van de zone waarvoor de bezoekersvergunning geldig is. De vergunninghouder had belanghebbende goed moeten informeren over waar hij al dan niet mocht parkeren op grond van de bezoekersvergunning. Vaststaat dat belanghebbende niet stond geparkeerd binnen de grenzen van de zone waarop de bezoekersvergunning van toepassing was. Belanghebbende heeft een onderzoeksplicht die inhoudt dat hij had moeten bezien of aan de voorwaarden van de vergunning werd voldaan of op een andere wijze de parkeerbelasting moeten voldoen. Dat is niet gebeurd zodat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting in de in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van J.H. Folkers, griffier.
| griffier | rechter |
Uitgesproken op 3 augustus 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.