Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 22 september 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:4416Zaaknummer 12128151 BU VERZ 26-506

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22 september 2026
Publicatiedatum
19 oktober 2026
Zaaknummer
12128151 BU VERZ 26-506
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wahv. R326 – ‘rechts inhalen waar dat verboden is’. Op de pleeglocatie is er één rijstrook en een fietsstrook. Daarom gaat het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2017 niet op en mocht betrokkene niet rechts inhalen. Geen aanleiding voor wijziging feitcode; de ambtenaar hoefde niet voor de laagste boete te kiezen.

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de kantonrechter
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 272898044

zaaknummer: 12128151 BU VERZ 26-506

uitspraak van de kantonrechter van 22 september 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

gemachtigde: mr. O. van der Meer (Verkeersboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R326 – ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 1 april 2025, om 11:24 uur, op de Parkbrug in Groningen, met een tweewielige bromfiets, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 219,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter het beroep behandeld op de zitting van 7 september 2026. Daarbij waren aanwezig: mr. O. van der Meer namens de gemachtigde en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Baltus.

Beoordeling door de kantonrechter

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en legt hierna uit waarom dat het geval is.

Was sprake van onrechtmatig rechts inhalen?

3. De gemachtigde heeft namens betrokkene aangevoerd dat hij niet onrechtmatig rechts heeft ingehaald. Er was sprake van filevorming bij een verkeerslicht en in dat geval is volgens artikel 13 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 rechts inhalen toegestaan. Hierbij heeft de gemachtigde verwezen naar jurisprudentie.[_14019621-c1f3-45e1-9e55-d5c8df979bff]

4. De vertegenwoordiger heeft zich op het standpunt gesteld dat aan het aangehaalde arrest geen onderbouwing van het standpunt kan worden ontleend, omdat hier geen sprake was van meerdere rijstroken, zoals in het arrest wel het geval was.

5. De kantonrechter overweegt dat het aangehaalde arrest inderdaad alleen geldt voor gevallen waar sprake is van meerdere rijstroken. Op de pleeglocatie in deze zaak is er één rijstrook en een fietsstrook, waar betrokkene als bromfietser geen gebruik van mag maken. Hij heeft daarom rechts ingehaald waar dit niet mocht.[_b0ac2827-91d1-4ec0-a1cf-99c0cbfc3a80]

Moet de feitcode worden gewijzigd?

6. Subsidiair heeft de gemachtigde aangevoerd dat een andere feitcode van toepassing is op de situatie, namelijk R323 – ‘als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken.’ Bij deze feitcode hoort een lager boetebedrag. Volgens de gemachtigde moet in het kader van de proportionaliteit de laagste boete gehanteerd worden.

7. De vertegenwoordiger heeft geen reden gezien voor aanpassing van de feitcode.

8. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor wijziging van de feitcode. In dit geval kon de verbalisant verschillende feitcodes hanteren, omdat het handelen van betrokkene ook onder feitcode R323 valt. Geen rechtsregel verplicht de verbalisant echter om te kiezen voor de laagste boete. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.

Is er reden voor aanpassing van de boete?

9. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die kunnen leiden tot aanpassing van de boete.

Conclusie en gevolgen

10. Het voorgaande brengt de kantonrechter tot de slotsom dat de verkeersovertreding kan worden vastgesteld en dat er geen reden is voor matiging van de boete. Het beroep is dus ongegrond. Daarom wijst hij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Beslissing

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.