Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Nederland, 10 september 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:3915Zaaknummer C/18/260854

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10 september 2026
Publicatiedatum
15 september 2026
Zaaknummer
C/18/260854
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervolg op de zaak ECLI:NL:RBNNE:2026:3717.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verstaat dat de beslissing in de spoedbeschikking van 28 augustus 2026 in stand blijft.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld. Voor de Raad en de GI geldt dat zij zelf hoger beroep kunnen instellen.

EO / RAB

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het (verdere) verloop van de procedure
  2. 2 De (verdere) beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummer: C/18/260854 / JE RK 26-1614

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging in het verblijf

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

die is gevestigd in Amsterdam,

en die hierna "de GI" wordt genoemd,

die betrekking heeft op

[naam kind 1],

die is geboren op [datum] 2014 in [plaatsnaam],

en die hierna " [naam kind 1] " wordt genoemd,

[naam kind 2],

die is geboren op [datum] 2020 in [plaatsnaam],

en die hierna " [naam kind 2] " wordt genoemd.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

die woont in [plaatsnaam],

en die hierna "de moeder" wordt genoemd.

1 Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.

Bij beschikking van 28 augustus 2026 heeft de kinderrechter de GI gemachtigd om de verblijfplaats van [naam kind 1] en [naam kind 2] te wijzigen. Tevens is een nieuwe mondelinge behandeling bepaald. De inhoud van deze beschikking wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

1.2.

De kinderrechter heeft de zaak mondeling behandeld op 4 september 2026. Hij heeft toen gesproken met [naam vertegenwoordiger GI] die de GI vertegenwoordigt en [naam vertegenwoordiger Raad], die de Raad vertegenwoordigt.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat vandaag deze beschikking wordt gegeven.

2 De (verdere) beoordeling

2.1.

De kinderrechter zal in deze beschikking eerst ingaan op de vraag of de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bevoegd is in deze zaak en daarna ingaan op de spoedbeslissingen die zijn genomen.

Is de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bevoegd?

2.2.

Het zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Noord-Nederland, dat met ingang van 1 januari 2026 geldt, bepaalt op welke zittingsplaats zaken binnen het arrondissement in beginsel worden behandeld. Dit reglement bevat geen regeling over de inrichting van de piketdienst van de kinderrechter. Bovendien biedt het reglement ruimte om in bijzondere individuele gevallen gemotiveerd van de daarin opgenomen zaaksverdeling af te wijken.

2.3.

De onderhavige zaak is in het kader van de piketdienst, die voor het gehele arrondissement Noord-Nederland geldt, in behandeling gekomen bij de kinderrechter op de zittingsplaats Groningen. De betrokken teamvoorzitters, aan wie deze bevoegdheid door het gerechtsbestuur is gemandateerd, hebben vervolgens bepaald dat de zaak op de zittingsplaats Groningen wordt behandeld. De kinderrechter ziet, gelet hierop en mede gelet op de samenhang met de overige bij deze kinderrechter in behandeling zijnde zaken, geen aanleiding om daarvan af te wijken.

De spoedbeslissing

2.4.

De kinderrechter stelt voorop dat bij beschikking van 28 augustus 2026 een spoedbeslissing is genomen zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. Op grond van de artikelen 800 lid 3 en 809 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een dergelijke beslissing toegestaan, mits de belanghebbenden binnen twee weken na de beslissing alsnog in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze kenbaar te maken, bij gebreke waarvan de beslissing van rechtswege vervalt.

2.5.

Met de mondelinge behandeling van 4 september 2026 is aan deze wettelijke voorwaarde voldaan. De belanghebbenden zijn daarbij in de gelegenheid gesteld hun standpunten naar voren te brengen en deze nader toe te lichten. Gelet hierop is geen sprake van het van rechtswege vervallen van de spoedbeslissing.

2.6.

Voorts overweegt de kinderrechter dat hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft opgeleverd die aanleiding geven om tot een ander oordeel te komen dan neergelegd in de beschikking van 28 augustus 2026. Evenmin is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de getroffen maatregel na de mondelinge behandeling niet zou mogen voortduren. De kinderrechter ziet dan ook geen aanleiding om van de eerder genomen beslissing af te wijken.

2.7.

Gelijktijdig met het versturen van deze beschikking zal de rechter [naam kind 1] in een brief op de hoogte stellen van de beslissing. De inhoud van die brief is als volgt:

Beste [naam kind 1],

Op 4 september 2026 hebben wij een gesprek met elkaar gehad. Ik heb jou toegezegd dat ik je een brief zou sturen waarin staat wat ik heb beslist en waarom ik dat heb beslist. Ik heb besloten dat jij niet meer terugkeert naar het gezinshuis in [plaatsnaam]. Je blijft nu eerst wonen waar je nu woont. Je zusje blijft voorlopig wonen in het pleeggezin waar zij nu woont. De hulpverleners zullen kijken wat voor jou en je zusje de meest geschikte plek is om te blijven wonen.

Ik heb deze beslissing genomen, omdat ik vind dat het gezinshuis niet goed aansluit bij wat jij en je zusje nodig hebben.

Ik hoop dat de hulpverleners ook snel zorgen dat je weer regelmatig contact met je zusje hebt.

Ik wens je het allerbeste.

Met vriendelijke groet,

mr. B.R. Tromp,

de (kinder)rechter.

3 De beslissing

De kinderrechter:

3.1.

verstaat dat de beslissing in de spoedbeschikking van 28 augustus 2026 in stand blijft.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026, in aanwezigheid van de griffier.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld. Voor de Raad en de GI geldt dat zij zelf hoger beroep kunnen instellen.

EO / RAB

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.