Uitspraak · Materieel strafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 1 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3720Zaaknummer 18.112632.25
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 1 september 2026
- Publicatiedatum
- 8 september 2026
- Zaaknummer
- 18.112632.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veroordeling van een 28-jarige man voor (poging) gekwalificeerde opzetaanranding, meermalen gepleegd, en dwang. Verminderd toerekeningsvatbaar. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek. Toewijzing vordering benadeelde partij.
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair en feit 3 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Ten aanzien van parketnummer 18.112632.25 feit 1 primair
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
- het bedrag van 1500,00 (zegge: vijftienhonderd euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 1500,00 (zegge: vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 1500,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet
op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.356851.24:
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 17 februari 2025.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. G.H. Boekaar en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.112632.25
vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18.356851.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
1 september 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 september 2025 en 18 augustus 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A. Bolding, advocaat te Leeuwarden.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.G.F. van Boven.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1. hij op of omstreeks 11 april 2025 te Groningen, althans in Nederland, met meerdere personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], een of meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft hij,
verdachte, hen:
- (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgd en/of aangesproken en/of
- (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders en/of middel, althans het lichaam, vastgepakt en/of vastgehouden en/of
- (vervolgens) op de mond en/of de wang, althans het lichaam, gekust,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te achtervolgen en/of onverhoeds en/of van achter vast te pakken en/of vast te houden en/of (vervolgens) te kussen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 11 april 2025 te Groningen, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere
feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten:
- het (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgen en/of aanspreken van voorgenoemde slachtoffers en/of
- het (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders, althans het lichaam, vastpakken en/of vasthouden van voorgenoemde slachtoffers en/of
- het (vervolgens) op de mond en/of wang, althans het lichaam, kussen van voorgenoemde slachtoffers, door onverhoeds in de richting van voorgenoemde slachtoffers te rennen en/of vervolgens haar onverhoeds vast te pakken en/of vast te houden en/of haar te volgen;
2. hij op of omstreeks 8 april 2025 te Delfzijl, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 4], een of meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft hij, verdachte, haar:
3. (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgd en/of aangesproken en/of
4. (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders, althans het lichaam, vastgepakt en/of vastgehouden en/of
5. (meermaals en gedurende enige tijd) kusgebaren en/of kusgeluiden gemaakt in de richting van voorgenoemde [slachtoffer 4],
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door onverhoeds in de richting van voorgenoemde
[slachtoffer 4] te rennen en/of vervolgens haar onverhoeds vast te pakken en/of vast te houden en/of haar te volgen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 april 2025 te Delfzijl, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer 4], een of meer seksuele handelingen te verrichten terwijl hij, verdachte,
wist dat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak, en deze poging tot opzetaanranding te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,
- haar (meermaals en gedurende enige tijd) heeft achtervolgd en/of aangesproken en/of
- haar (meermaals en/of gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders althans het lichaam heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of
- (meermaals en/of gedurende enige tijd) kusgebaren en/of kusgeluiden in haar richting heeft gemaakt,
- terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 april 2025 te Delfzijl, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 4], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten:
- het (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgen en/of aanspreken van voorgenoemde [slachtoffer 4] en/of
- het (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders, althans het lichaam, vastpakken en/of vasthouden en/of
- het maken van kusgebaren en kusgeluiden in de richting van voorgenoemde [slachtoffer 4], door onverhoeds in de richting van voorgenoemde [slachtoffer 4] te rennen en/of vervolgens haar onverhoeds vast te pakken en/of vast te houden en/of haar te volgen;
3. hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2025 tot en met 5 maart 2025 te Groningen, althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], een of meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft hij,
verdachte, hen:
- (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgd en/of aangesproken en/of
- (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders en/of middel, althans het lichaam, vastgepakt en/of vastgehouden en/of opgetild en/of waarna hij, verdachte, vervolgens hen van de grond hield en een rondje draaide,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] te achtervolgen en/of onverhoeds en/of van achter vast te pakken en/of vast te houden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 3 maart 2025 tot en met 5 maart 2025 te Groningen, althans in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten
- het (meermaals en gedurende enige tijd) achtervolgen en/of aanspreken van voorgenoemde [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of
- het (meermaals en gedurende enige tijd) bij de armen en/of schouders en/of middel, althans het lichaam vastpakken en/of vasthouden en/of optillen en/of
waarna hij, verdachte, vervolgens hen van de grond hield en een rondje draaide, door voorgenoemde [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] te achtervolgen en/of onverhoeds en/of van achter vast te pakken en/of vast te houden.
2 Beoordeling van het bewijs
2.1 Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair.
2.2 Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft overeenkomstig de overgelegde pleitnota betoogd dat de verklaring die verdachte na het vertrek van zijn raadsvrouw bij de politie heeft afgelegd, van het bewijs moet worden uitgesloten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte, gelet op zijn kwetsbaarheid, redelijkerwijs niet in staat was de gevolgen van het doen van afstand van zijn recht op rechtsbijstand te overzien.
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw partiële vrijspraak bepleit voor zover dit feit betrekking heeft op aangeefster [slachtoffer 2]. Volgens de raadsvrouw kan niet worden bewezen dat sprake is geweest van de voor de gekwalificeerde opzetaanranding vereiste dwang.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat het gestelde vastpakken van de arm op zichzelf geen seksuele strekking had. De nadien gemaakte kusgeluiden kunnen volgens haar niet meebrengen dat die eerdere handeling alsnog als seksueel wordt aangemerkt. Om die reden kan evenmin worden bewezen dat sprake was van een begin van uitvoering van opzetaanranding. Ook voor het meer subsidiair ten laste gelegde ontbreekt volgens de raadsvrouw voldoende wettig en overtuigend bewijs voor dwang.
2.3 Oordeel van de rechtbank
Het verweer tot bewijsuitsluiting
De rechtbank zal de betreffende verklaring van verdachte niet voor het bewijs gebruiken. Het verweer van de raadsvrouw tot uitsluiting van die verklaring van het bewijs behoeft daarom geen verdere bespreking.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2025;
- een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 16 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025062949 d.d. 30 april 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 3];
- Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 34 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2];
- Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 38 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1].
De rechtbank is van oordeel dat ook ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] sprake is van gekwalificeerde opzetaanranding. Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte haar van achteren benaderde, haar plotseling aan beide zijden van haar lichaam vastpakte en haar direct daarna op de mond kuste. Zij had verdachte niet zien of horen aankomen en heeft verklaard dat alles zeer snel ging. Naar het oordeel van de rechtbank levert deze handelwijze de voor gekwalificeerde opzetaanranding vereiste dwang op. Verdachte heeft aangeefster door zijn onverhoedse handelen overrompeld en haar geen reële mogelijkheid geboden zich aan de seksuele handelingen te onttrekken. Aangeefster is daardoor gedwongen geweest die handelingen te dulden.
Ten aanzien van feiten 2 en 3
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2025, inhoudende:
Op vragen van de voorzitter verklaart verdachte verder, zakelijk weergegeven: Ik heb mevrouw [slachtoffer 4] achtervolgd. () U houdt mij de aangifte van mevrouw [slachtoffer 5] voor. U houdt mij de foto voor die zij van mij heeft gemaakt. Ik ben daarop aan het lachen. (...). U houdt de aangifte van mevrouw [slachtoffer 6] voor. De persoon op foto 4 [noot griffier: pagina 50 van het dossier] ben ik. Ik zie dat ik haar op foto 6 [noot griffier: pagina 51 van het dossier] vastpak.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 11 april 2025, opgenomen op pagina 65 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 4]: Op dinsdag 8 april 2025 fietste ik in de richting van het centrum van Delfzijl. Direct toen de man mij zag rende hij de straat op naar mij toe. De man wilde mij bij mijn arm vastpakken. Hij zei: "You are so beautiful, i love you". En hierbij maakte hij kus gebaren met zijn lippen naar mij. Ik schrok hier heel erg van. Toen hij mijn arm wilde vastpakken heb ik dit afgeweerd en wilde toen wegfietsen. Ik zag dat de man achter mij aan kwam en voelde dat hij mij bij mijn linker onderarm vastpakte. Ik kon met een armbeweging mijzelf losrukken. De man rende achter mij aan over de weg. De man bleef roepen: "I love you, you are so beautiful". Ik zag twee mannen op een parkeerplaats staan. Ik ben achter deze twee mannen gaan staan. De man bleef kus gebaren en geluiden maken richting mijn. Dit was heel raar en beangstigend omdat de man zich helemaal niet liet afschrikken door de twee getuigen. De man probeerde mij ook vast te pakken en greep in de richting van mij, maar dit lukte niet omdat de twee getuigen er tussenin stonden. Eén van de getuigen zei tegen de man dat hij weg moest gaan. Dit deed de man niet. Pas toen de getuige een foto van de man wilde maken, ging hij weg.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 14 april 2025, opgenomen op pagina 69 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige]:
A: Een Aziatische mevrouw kwam in paniek op de fiets de oprit bij ons kantoor op gefietst. Zij riep om hulp. Ik zag dat er een donker gekleurde man achter haar aan rende. Zij zocht even een veilige omgeving bij ons. De man kwam nog wel dichterbij. Hij gaf nog wel handkusjes en riep in mijn beleving I love you tegen die vrouw. Toen hebben wij hem met ons twee een beetje op afstand gehouden. Hier voldeed hij niet aan, waarna mij collega
deed alsof hij een foto maakt, waarna de man uiteindelijk wel aanstalten heeft gemaakt om weg te gaan.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 maart 2025, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 6]:
Op woensdag 5 maart 2025 kwam ik aan met de trein op het centraal station in Groningen. Toen ik bij het hoofdgebouw aankwam werd ik van achter door iemand gegrepen om mijn middel. Deze persoon had zijn armen om mijn buik heen. Ik merkte dat ik werd opgetild en dat ik rond werd gedraaid door de lucht. Toen ik vervolgens neer werd gezet zag ik dat een persoon mij op had getild die ik helemaal niet ken.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 maart 2025, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 5]:
Op maandag 3 maart 2025 liep ik langs [adres 2] te Groningen. Ik zag een donkere man vanuit tegenovergesteld richting mijn kant op komen lopen. Ik voelde dat deze man, een donkere jongen, mij ineens vastpakte om mijn middel heen en van de grond tilde. Ik voelde dat de man vervolgen een rondje met mij draaide terwijl hij mij vasthad. Als reactie hierop begon ik te schreeuwen en te gillen omdat ik bang voor de man was. De man zette mij vervolgens weer neer en is weggelopen. Na 10
minuten zag ik dat de man voor mijn appartementencomplex op straat stond. Ik ben vervolgens de straat overgestoken, al rennend, naar de overkant. Ik zag dat de man achter mij aanliep, ik zag dat de man mij vervolgens inhaalde omdat hij sneller liep dan ik. Ik hoorde vervolgens dat de man tegen mij zei: "Ik vind je leuk, waarom ren je?
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de onder 2 primair ten laste gelegde voltooide opzetaanranding niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Het onder 2 subsidiair ten laste gelegde kan naar het oordeel van de rechtbank wel wettig en overtuigend worden bewezen. Uit de verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] volgt dat verdachte, voordat hij haar arm vastpakte, tegen haar zei dat zij mooi was en dat hij van haar hield en daarbij kusgebaren maakte. Vervolgens rende hij achter haar aan, terwijl hij kusgebaren en
-geluiden bleef maken en I love you bleef roepen. Ook toen aangeefster bescherming zocht bij twee getuigen, bleef verdachte haar benaderen. Haar verklaring vindt op relevante onderdelen steun in de verklaring van getuige [getuige], die heeft gezien dat verdachte achter aangeefster aanrende, handkusjes naar haar maakte en I love you riep. Uit dit geheel van gedragingen blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk de seksuele strekking van het handelen van verdachte. Naar de uiterlijke verschijningsvorm waren deze gedragingen gericht op het verrichten van seksuele handelingen met aangeefster en vormen zij een begin van uitvoering van opzetaanranding. Dat het niet tot seksuele handelingen is gekomen, is te danken aan de vlucht van aangeefster en de tussenkomst van de getuigen.
Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de handelingen van verdachte een seksuele strekking hadden. Het van achteren vastpakken en optillen van de aangeefsters kan, ook bezien in de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden, niet zonder meer als een seksuele handeling worden aangemerkt. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 3 primair ten laste gelegde.
De rechtbank acht het onder dit feit subsidiair ten laste gelegde wel wettig en overtuigend bewezen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de aangeefsters onverhoeds van achteren heeft vastgepakt en opgetild. Door hen op deze wijze te overrompelen, heeft verdachte hen feitelijk belet zich aan zijn handelen te onttrekken. Daarmee heeft hij de aangeefsters door feitelijkheden gedwongen deze handelingen te dulden.
3 Bewezenverklaring
De rechtbank acht feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. primair
hij op 11 april 2025 te Groningen, met meerdere personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], een of meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft hij, verdachte, hen:
- meermaals en gedurende enige tijd achtervolgd en aangesproken en
- meermaals en gedurende enige tijd bij de armen en schouders en middel, vastgepakt en vastgehouden en
- vervolgens op de mond en de wang, althans het lichaam, gekust,
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door en vergezeld van dwang, door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te achtervolgen en onverhoeds en van achter vast te pakken en vast te houden en vervolgens te kussen;
2. subsidiair
hij op 8 april 2025 te Delfzijl, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer 4], een of meer seksuele handelingen te verrichten terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 4] daartoe de wil ontbrak, en deze poging tot opzetaanranding te doen voorafgaan door envergezellen van dwang,
- haar gedurende enige tijd heeft achtervolgd en aangesproken en
- haar bij de armen heeft vastgepakt en
- meermaals en gedurende enige tijd kusgebaren en kusgeluiden in haar richting heeft gemaakt,
- terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
3. subsidiair
hij in de periode van 3 maart 2025 tot en met 5 maart 2025 te Groningen, een ander, te weten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], door enige feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te dulden, te weten
- het meermaals en gedurende enige tijd achtervolgen en aanspreken van voorgenoemde [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en
- het gedurende enige tijd bij het middel, althans het lichaam vastpakken en vasthouden en optillen waarna hij, verdachte, vervolgens hen van de grond hield en een rondje draaide, door voorgenoemde [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] te achtervolgen en onverhoeds en van achter vast te pakken en vast te houden.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4 Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
- primairopzetaanranding voorafgegaan door en vergezeld van dwang, meermalen gepleegd;
- subsidiair poging tot opzetaanranding voorafgegaan door en vergezeld van dwang;
- subsidiair een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te dulden, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
5 Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het over verdachte opgestelde Pro Justitia rapport van F. Harmanny-Wiersma, psychiater, van 3 juni 2026.
Uit dit onderzoek blijkt dat bij verdachte sprake is geweest van een langdurig sluimerend manisch-psychotisch toestandsbeeld, dat mogelijk samenhing met een onvoldoende behandelde hiv-infectie. Volgens de psychiater was ten tijde van de ten laste gelegde feiten sprake van een vrij bloeiend psychiatrisch beeld, waarbij verdachte onder meer seksueel ontremd was. Ook zijn bijzondere interesse in vrouwen van Aziatische afkomst lijkt volgens de psychiater samen te hangen met een psychotische gedachtegang. De psychiater adviseert de ten laste gelegde feiten in sterk verminderde mate dan wel geheel niet aan verdachte toe te rekenen.
De rechtbank is van oordeel dat de rapportage zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de bevindingen voldoende zijn onderbouwd. De rechtbank neemt deze bevindingen en het advies in zoverre over dat zij verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwt. Voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid bestaan naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten, nu niet is gebleken dat bij verdachte ieder besef van of iedere controle over zijn handelen ontbrak.
6 Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van feit 1 primair, 2 subsidiair en 3 subsidiair te veroordelen tot een gevangenisstraf van 413 dagen met aftrek van voorarrest.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met een gevangenisstraf voor de duur van 352 dagen, met het oog op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van de psychiater
en de reclassering, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere gekwalificeerde opzetaanrandingen, een poging daartoe en dwang. Hij heeft zich in korte tijd aan meerdere vrouwen opgedrongen door hen onverhoeds vast te pakken en te zoenen of hen bij hun middel vast te pakken, op te tillen en rond te draaien. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke en, waar het de aanrandingen betreft, seksuele integriteit van de slachtoffers. Zijn handelen was telkens plotseling en onvoorspelbaar, waardoor de slachtoffers werden overrompeld en zich niet of nauwelijks aan zijn handelen konden onttrekken. Uit de aangiftes blijkt dat zijn gedrag bij de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt. Een aantal van hen is na het incident bang geweest om alleen naar buiten te gaan of durfde enige tijd zelfs het huis niet uit. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij de persoonlijke grenzen van meerdere vrouwen heeft geschonden en zich daarbij niet heeft bekommerd om de impact van zijn handelen op de slachtoffers.
Persoon van verdachte
Zoals hiervoor al is overwogen acht de rechtbank verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.
Uit het Pro Justitia-rapport en het reclasseringsadvies van 24 juni 2026 volgt verder geen eenduidig advies over een passende afdoening. Behandeling van verdachte wordt weliswaar wenselijk geacht, maar zowel de psychiater als de reclassering zien belemmeringen bij de verschillende mogelijke kaders. Een voorwaardelijk kader met behandeling wordt vanwege het ontbrekende ziektebesef en de geringe behandelmotivatie van verdachte niet haalbaar geacht. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen.
Op te leggen straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de voor soortgelijke feiten geldende LOVS-oriëntatiepunten en op de straffen die in vergelijkbare zedenzaken worden opgelegd. Gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Bij de bepaling van de duur van de straf houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld en dat de bewezenverklaarde feiten hem in verminderde mate worden toegerekend. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Daarmee legt de rechtbank een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist.
De rechtbank constateert dat verdachte inmiddels langer in voorarrest heeft doorgebracht dan de gevangenisstraf die hem wordt opgelegd. Dit langere voorarrest is mede het gevolg van de tijd die nodig is geweest voor aanvullend onderzoek naar de persoon van verdachte en het opstellen van een aanvullende Pro Justitia-rapportage. De rechtbank achtte dit onderzoek noodzakelijk om tot een zorgvuldig oordeel over de persoon van verdachte en de mate van toerekeningsvatbaarheid te kunnen komen.
7 Benadeelde partij
Ten aanzien van feit 1 primair
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 1500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel kan worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte bereid is de gevorderde schadevergoeding volledig te voldoen.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 april 2025 tot aan de dag van algehele voldoening.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
8 Vordering na voorwaardelijke veroordeling
Bij onherroepelijk vonnis van 17 februari 2025 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Assen, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf 8 weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 4 maart 2025. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen. De officier van justitie heeft bij vordering van 10 juni 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten 1 primair en 2 subsidiair heeft begaan voor het einde van de proeftijd, kan de vordering in beginsel worden toegewezen. Gelet op hetgeen ter terechtzitting is behandeld, ziet de rechtbank echter aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
9 Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 241, 284 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 primair en feit 3 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 primair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Ten aanzien van parketnummer 18.112632.25 feit 1 primair
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
- het bedrag van 1500,00 (zegge: vijftienhonderd euro);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 1500,00 (zegge: vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 1500,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet
op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.356851.24:
Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 17 februari 2025.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. van der Werff, voorzitter, mr. G.H. Boekaar en mr. S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.