Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 11 maart 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3577Zaaknummer C/17/23/4 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/17/23/4 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing tussentijdse beëindiging, verlenging met 6 maanden om de afwikkeling van de eigen woning af te ronden.
De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar;
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar van toepassing is vast op 42 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen.
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 17 januari 2026 wordt ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_bee84b2b-d52b-45bb-bfa4-34960ac6164d]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/17/23/4 R
vonnis van 11 maart 2026
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder].
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 januari 2023 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Door de bewindvoerder is op 28 november 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Op 25 januari 2026 heeft de bewindvoerder schriftelijk een laatste stand van zaken gegeven.
Op 9 februari 2026 heeft de rechter-commissaris de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 4 maart 2026, alwaar de schuldenaar en de bewindvoerder zijn verschenen.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van ‘de schone lei’.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. De afwikkeling van de overwaarde van de woning is nog niet afgerond. Schuldenaar heeft aangegeven graag in de woning te willen blijven wonen en heeft verzocht deze buiten liquidatie te houden. Voor de effectuering hiervan dient in samenspraak met de bewindvoerder een concreet en onderbouwd voorstel ter goedkeuring aan de rechter-commissaris worden voorgelegd. Schuldenaar heeft aangegeven dat hij hiervoor nog enige weken de tijd nodig heeft.
Voor het overige heeft bewindvoerder aangegeven dat schuldenaar zich aan de verplichtingen heeft gehouden en verzoekt de rechtbank de regeling te verlengen voor zes maanden om de effectuering van de afdracht van de overwaarde van de woning correct af te kunnen handelen.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de schuldenaar weliswaar niet is tekortgeschoten in zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, maar dat de afwikkeling van de woning nog niet is afgerond en dat de afhandeling hiervan nog enige weken zal duren.
De rechtbank zal op grond hiervan de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is verlengen met zes maanden. De rechtbank gaat er van uit dat de schuldenaar zich in de verlengingsperiode van de schuldsaneringsregeling tot het uiterste zal inspannen om een onderbouwd voorstel voor afdracht van de overwaarde van de woning ter goedkeuring aan de rechtbank voor te leggen en af te dragen. De schuldenaar zal in ieder geval de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd dienen te informeren.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de voordracht afwijzen.
BESLISSING
De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar;
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar van toepassing is vast op 42 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen.
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 17 januari 2026 wordt ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P. Hoekstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_bee84b2b-d52b-45bb-bfa4-34960ac6164d]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.