Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 11 maart 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3576Zaaknummer C/17/23/70 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 11 maart 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/17/23/70 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing tussentijdse beëindiging, verlenging met nogmaals 6 maanden om schuldenaar alsnog de mogelijkheid te geven restant boedelachterstand en schuld Oxxio in te lossen.
De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar;
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenares van toepassing is vast op 36 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen.
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 1 februari 2025 is ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.J. Hoekstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_10e4bd82-7d86-4454-bdf7-232ef86374a9]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Leeuwarden
zaaknummer: C/17/23/70 R
vonnis van 11 maart 2026
[schuldenaar], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats], wonende te [adres],
hierna te noemen de schuldenaar,
bewindvoerder: [bewindvoerder].
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 1 augustus 2023 is ten aanzien van de schuldenaar de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Bij beschikking van 30 september 2024 is de schuldsaneringsregeling verlengd met twaalf maanden tot 1 februari 2026 om de boedelachterstand van € 8.749,88 en nieuwe schuld bij Oxxio ad € 2.308,- te voldoen.
Door de bewindvoerder is op 6 november 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Op 8 januari 2026 heeft de bewindvoerder een laatste stand van zaken gestuurd.
Op 14 januari 2026 heeft de rechter-commissaris de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 4 maart 2026, alwaar de schuldenaar en de heer [uitvoerend bewindvoerder], uitvoerend bewindvoerder zijn verschenen, alsmede mevrouw [beschermingsbewindvoerder], beschermingsbewindvoerder bij Schuldenbewind Friesland.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenaar toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Ingeval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van ‘de schone lei’.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de achterstand in de boedelafdracht nog niet volledig is ingelopen, er staat nog een bedrag van € 1.055,20 open. De nieuwe schuld bij Oxxio is ook nog niet ingelost. Daarnaast heeft schuldenaar ter zitting aangegeven dat hij in verband met het overlijden van zijn vader op 23 september 2025 naar Curaçao is afgereisd en een tijdlang niet bereikbaar is geweest voor zijn beschermingsbewindvoerder en dat het UWV vanaf december 2025 zijn uitkering heeft stopgezet. De beschermingsbewindvoerder heeft aangegeven dat zij geen post van het UWV heeft gehad omdat deze rechtstreeks naar schuldenaar was verstuurd, die op Curaçao verbleef en de post derhalve ongeopend bleef. Zij heeft in februari 2026 uiteindelijk alsnog de post van het UWV ontvangen en de benodigde stukken aan het UWV overhandigd. Inmiddels is toegezegd dat de uitkering met terugwerkende kracht wordt uitbetaald, maar het is niet de verwachting dat deze voor einddatum volledig ontvangen is. Met de nog te ontvangen uitkering is er perspectief om de vaste lasten met terugwerkende kracht te voldoen als ook de achterstand in de boedelafdracht. Voor het inlossen van de nieuwe schuld bij Oxxio is nog een termijn van een aantal maanden benodigd.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de schuldenaar weliswaar is tekortgeschoten in zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, maar dat hieraan vooralsnog geen gevolgen verbonden worden. De rechtbank zal echter de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is verlengen met nogmaals zes maanden, waardoor de termijn van de regeling uitkomt op 36 maanden om schuldenaar zodoende alsnog in de gelegenheid te stellen het restant van de achterstand in de boedelafdracht en schuld Oxxio voor het einde van de schuldsaneringsregeling in te lossen. De rechtbank gaat er van uit dat de schuldenaar zich in de verlengingsperiode van de schuldsaneringsregeling tot het uiterste zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de voordracht afwijzen.
BESLISSING
De rechtbank:
- weigert de beëindiging van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van de schuldenaar;
- stelt de termijn waarop de schuldsaneringsregeling van de schuldenares van toepassing is vast op 36 maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, die dag daaronder begrepen.
- bepaalt dat schuldenaar vanaf 1 februari 2025 is ontheven van zijn verplichting om het meerdere van zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag aan de boedel af te dragen, met uitzondering van het bewindvoerderssalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.J. Hoekstra, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_10e4bd82-7d86-4454-bdf7-232ef86374a9]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.