Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3570Zaaknummer F.18/23/7 F en C/18/26/1220 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- F.18/23/7 F en C/18/26/1220 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Art. 15 b Fw. Toewijzing omzetting faillissement naar WSNP geen eerdere ingangsdatum.
De rechtbank:
- beveelt de opheffing van bovenvermeld faillissement;
- stelt het salaris van de curator en de verschotten van curator, mr. J.S. van Burg, in bovenvermelde faillissement vast op € 9.710,84 exclusief omzetbelasting, te vermeerderen met eventueel terug te ontvangen rente;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],
wonende te Geheim Adres,
voorheen h.o.d.n. [bedrijf] KvK nr.: [nummer];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker, en tot bewindvoerder [bewindvoerder], gevestigd te [adres], tel.nr. [nummer];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen;
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: F.18/23/7 F en C/18/26/1220 R
vonnis van 2 juli 2026
in de zaak van:
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],
wonende te Geheim Adres,
voorheen h.o.d.n. [bedrijf], KvK nr.: [nummer],
de schuldenares.
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 januari 2023 is schuldenares in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. N.A. Baarsma tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. J.S. van Burg tot curator.
Bij beschikking van 8 januari 2026 is mr. N.A. Baarsma ontslagen als rechter-commissaris met benoeming van mr. C.H. Beuker als opvolgend rechter-commissaris.
De schuldenares heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van haar op
17 januari 2023 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
In de faillissementen is op grond van artikel 15b Fw geen verificatievergadering gehouden.
De rechter-commissaris heeft bovenvermelde faillissementen voorgedragen voor opheffing.
De rechtbank heeft het verzoekschrift en de voordracht behandeld op de zitting van
25 juni 2026, alwaar zijn verschenen schuldenares en mr. J.S. van Burg, curator.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaren in Nederland ligt.
Het verzoekschrift van de schuldenares voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek. De rechtbank zal het faillissement opheffen onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van schuldenares.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen. Voor zover de kosten van de in het faillissement bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
De Wsnp duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
De rechtbank stelt vast dat schuldenares niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. Aan de hand van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
BESLISSING
De rechtbank:
- beveelt de opheffing van bovenvermeld faillissement;
- stelt het salaris van de curator en de verschotten van curator, mr. J.S. van Burg, in bovenvermelde faillissement vast op € 9.710,84 exclusief omzetbelasting, te vermeerderen met eventueel terug te ontvangen rente;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],
wonende te Geheim Adres,
voorheen h.o.d.n. [bedrijf] KvK nr.: [nummer];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker, en tot bewindvoerder [bewindvoerder], gevestigd te [adres], tel.nr. [nummer];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen;
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Idzenga en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.