Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 11 augustus 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:3439Zaaknummer 11985881 BU VERZ 25-2450

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
11 augustus 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
11985881 BU VERZ 25-2450
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wahv. Bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg. Gemachtigde heeft zelf aangevoerd dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt. Doordat gemachtigde geen voorrang verleende, creëerde zij een mogelijk gevaarlijke situatie en moest de verbalisant dusdanig remmen om een aanrijding te voorkomen. De kantonrechter begrijpt dat gemachtigde erg is geschrokken van het voorval en dat zij geen roekeloze rijder is. Maar dat betekent niet dat de verbalisant de boete niet had mogen opleggen. Het verweer dat gemachtigde niet opzettelijk heeft gehandeld, maakt dat niet anders. De vaststelling van een Muldergedraging is namelijk niet afhankelijk gesteld van opzet. Beroep ongegrond.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de kantonrechter
  3. Beslissing
  4. Conclusie
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 269304464

zaaknummer: 11985881 BU VERZ 25-2450

uitspraak van de kantonrechter van 11 augustus 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

gevestigd in [vestigingsplaats],

gemachtigde: [gemachtigde].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘bij op wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg’, verricht op 25 september 2024, om 17:24 uur, op de Friesestraatweg (N355) in Zuidhorn, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden van gemachtigde. Zij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.

Standpunten

3. Gemachtigde voert aan dat het zeer druk was op de weg en dat zij meerdere keren moest wachten voordat zij de rotonde op kon rijden. Zodra zij een mogelijkheid zag, is zij langzaam richting de rotonde gereden. Terwijl zij zich al deels op de rotonde bevond, zag zij plotseling een auto met hoge snelheid aankomen. Dit bleek de politieauto te zijn. Uit reflex remde zij en probeerde alsnog voorrang te verlenen. Omdat zij al deels op de rotonde stond en er auto's achter haar wachtten, besloot zij snel door te rijden om een gevaarlijke situatie te voorkomen. Gemachtigde erkent dat dit een verkeerde inschatting was, maar maakte in een fractie van een seconde een afweging op basis van veiligheid voor zichzelf, medeweggebruikers en het achteropkomend verkeer. Volgens het proces-verbaal zou gemachtigde om het voorval hebben gelachen, maar zij benadrukt dat dit absoluut niet het geval was. Integendeel, zij schrok enorm en stak een hand op als teken van excuses. Daarnaast merkt gemachtigde op dat het gehele proces is gebaseerd op de waarneming van een agent in een privévoertuig, zonder dat sprake was van een staandehouding of visueel bewijs. De boete is opgelegd op basis van één subjectieve waarneming, waarbij belangrijke context, zoals de verkeersdrukte en haar remactie, buiten beschouwing is gelaten. Gemachtigde heeft op de zitting aangevoerd dat zij niet begrijpt waarom de verbalisant haar niet heeft staande gehouden, omdat op de rotonde een uitvoegstrook zit. Gemachtigde heeft aangevoerd dat zij dan haar excuses had kunnen aanbieden.

4. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

5. Gemachtigde betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

5.1.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat de boete terecht is uitgeschreven aan de kentekenhouder van het voertuig. De verbalisant vermeldt in het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal dat de bestuurder niet is staande gehouden, omdat de verbalisant in een privévoertuig reed, zonder politietransparant en in burger was. De ambtenaar had daarom geen reële mogelijkheid om gemachtigde als bestuurder staande te houden.

5.2.

De kantonrechter ziet in hetgeen door gemachtigde is aangevoerd, geen aanleiding om de boete te matigen. Hiertoe overweegt zij dat door gemachtigde zelf aangevoerd is dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt. Doordat gemachtigde geen voorrang verleende, creëerde zij een mogelijk gevaarlijke situatie en moest de verbalisant dusdanig remmen om een aanrijding te voorkomen. De kantonrechter begrijpt dat gemachtigde erg is geschrokken van het voorval en dat zij geen roekeloze rijder is. Maar dat betekent niet dat de verbalisant de boete niet had mogen opleggen. Het verweer dat gemachtigde niet opzettelijk heeft gehandeld, maakt dat niet anders. De vaststelling van een Muldergedraging is namelijk niet afhankelijk gesteld van opzet.

5.3.

Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nihil te stellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026.

griffier kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.