Uitspraak · Bestuursstrafrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3370Zaaknummer 11909539 BU VERZ 25-2047
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11909539 BU VERZ 25-2047
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wahv. De plaats doet zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als een groenstrook: kort gemaaid gras met een rij bomen binnen de bebouwde kom, gescheiden van de rijbaan door een verhoogde trottoirband.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
griffier kantonrechter
De kantonrechter is niet in staat te tekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269997587
zaaknummer: 11909539 BU VERZ 25-2047
uitspraak van de kantonrechter van 16 juni 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘zonder ontheffing/vergunning een voertuig laten staan of parkeren in een park, plantsoen, openbare beplanting of groenstrook’, verricht op 21 oktober 2024, om 20:48 uur, op de Alexander Cohenwei in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 129,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 8 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene, de vader van betrokkene, en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene stelt, onder verwijzing naar bijlagen, dat geen sprake is van een groenstrook maar van een berm. De Alexander Cohenwei grenst aan een twee meter brede grasstrook die aansluit op particulier groen. De overgang van weg naar berm is op verschillende plekken vlak, en op andere plaatsen is een RWS-kantopsluiting aangebracht. Dit wekt de indruk dat het toegestaan is hier overheen te rijden en te parkeren. Bovendien worden de grasstroken op meerdere plekken onderbroken door bestrating voor opritten. Op sommige stukken gras staan meerdere bomen die in rechte lijnen zijn geplant. Omdat de samenhang tussen grasstroken en bomen op diverse plaatsen, ook langs de Alexander Cohenwei, ontbreekt en meerdere bomen op particuliere grond staan, is er volgens betrokkene geen sprake van een groenstrook. Daarbij is van belang dat sprake moet zijn van samenhang met de rest van de wijk. De rest van de wijk is in dit geval rommelig ingericht en door de hele wijk staan auto’s met twee wielen op het gras.
4. Verder geeft betrokkene aan dat hij door verkeersregelaars is verwezen naar het gebied rond de Balthasar Bekkerwei. Hier waren geen verkeersregelaars meer en ook was er geen parkeerverwijssysteem. Hierdoor moest betrokkene zichzelf redden. Om de toegankelijkheid van het doorgaand verkeer en de verkeersveiligheid te garanderen heeft betrokkene zijn auto in de berm geparkeerd. Ook is op de foto van de verbalisant slechts het voertuig van betrokkene te zien, en niet de omgeving.
5. Vervolgens heeft betrokkene tijdens de zitting aanvullende stukken overgelegd. Betrokkene geeft aan dat hij foto’s heeft gemaakt van twee locaties waar parkeren wel is toegestaan, terwijl die vergelijkbaar zijn met de plaats waar hij heeft gestaan.
6. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Tijdens de zitting heeft zij aanvullende informatie van de gemeente overgelegd. De gemeente Leeuwarden verklaart dat sprake is van een groenstrook die door de gemeente is aangelegd, waar de gemeente de eigenaar van is en die ook door de gemeente wordt onderhouden. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Daarnaast slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet, omdat geen sprake is van gelijke situaties.
Overwegingen
7. De kantonrechter ziet geen reden om te twijfelen aan de gegevens in het dossier. Allereerst stelt de kantonrechter vast dat de gemeente in aanvullende stukken aangeeft dat het hier gaat om een groenstrook die door de gemeente is aangelegd, eigendom van haar is en door haar wordt onderhouden. Vervolgens is van belang hoe het terrein zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet.[_1e1ae6b4-3de3-415c-8f2b-e28bae1144d7]
8. Gelet op de foto’s in het dossier bevindt het voertuig zich op de Alexander Cohenwei, ter hoogte van het bedrijf met het logo ‘[naam]’. Deze plaats doet zich in dit geval voor de gemiddelde weggebruiker voor als een groenstrook. Het betreft een strook kort gemaaid, goed onderhouden gras binnen de bebouwde kom, met een rij bomen. Daarnaast ligt er een verhoogde, zij het scheve, trottoirband die de grasstrook duidelijk van de rijbaan scheidt. De gedraging kan daarom worden vastgesteld. Hoewel de samenhang met de rest van de omgeving van belang kan zijn, ziet de kantonrechter in dit geval geen aanleiding om te oordelen dat het stuk grond waar betrokkene zijn auto heeft geparkeerd zich hierdoor zou voordoen als berm.
9. Verder ziet de kantonrechter geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Het is niet gebleken dat het vertrouwensbeginsel dan wel het gelijkheidsbeginsel is geschonden. De door betrokkene aangeleverde foto’s van andere locaties in Leeuwarden betreffen geen vergelijkbare situaties, onder meer omdat op de Noordersingel blauwe strepen zijn aangebracht. Ook is niet gebleken dat parkeren op het gras op de Julianalaan is toegestaan. Bovendien ontslaat het ontbreken van verkeersregelaars of een parkeerverwijssysteem ter plaatse betrokkene niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om op een toegestane plek te parkeren.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.
griffier kantonrechter
De kantonrechter is niet in staat te tekenen.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.