Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Noord-Nederland, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3304Zaaknummer LEE 23/3738
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- LEE 23/3738
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wet hersteloperatie toeslagen. Weigering van de overname van een private schuld. Een verzoek om overname kan uitsluitend worden ingediend door degene op wiens naam de schuld staat. De omstandigheid dat eiseres door een huwelijk in gemeenschap van goederen hoofdelijk aansprakelijk is voor de schuld van haar echtgenoot, maakt dit niet anders. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van mr.K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/3738
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. P. Salim),
en
de minister van Financiën, de minister
(gemachtigde: mr. drs. A. Dievies-Stein).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering tot overname van een private schuld op naam van de echtgenoot van eiseres. Eiseres heeft bij de Sociale Banken Nederland (SBN) een verzoek ingediend tot overname van een aantal private schulden. Van de twaalf aangemelde schulden is één schuld overgenomen. Elf schulden zijn afgewezen. Aan deze procedure ligt de afwijzing van de schuld van € 1.965,53 aan CMBK ten grondslag. Deze schuld is afgewezen met afwijzingscode 12: "Deze schuld staat op een andere naam dan de naam die hoort bij uw burgerservicenummer (BSN)." Eiseres is het daar niet mee eens. Zij stelt dat zij, omdat zij met haar echtgenoot in gemeenschap van goederen is gehuwd, hoofdelijk aansprakelijk is voor deze schuld en daarom ook zelf een verzoek om overname mocht indienen. De rechtbank beoordeelt aan de hand van deze beroepsgrond of de minister de overname van de schuld terecht heeft geweigerd.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister de overname van de schuld terecht heeft geweigerd. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uitsluitend degene op wiens naam de schuld staat een verzoek om overname kan indienen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft bij de SBN een verzoek ingediend tot overname van een aantal private schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Bij het primaire besluit van 6 maart 2023 is één schuld overgenomen en zijn elf schulden afgewezen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij het bestreden besluit van 27 juli 2023 heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Mocht eiseres als medeschuldenaar zelf het verzoek om overname van de schuld indienen?
3. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat het beroep zich uitsluitend nog richt tegen de afwijzing van de schuld aan CMBK. De beroepsgronden over de schuld aan Straetus Friesland en over de hardheidsclausule worden niet langer gehandhaafd.
Eiseres voert aan dat zij met haar echtgenoot in gemeenschap van goederen is gehuwd en daarom hoofdelijk aansprakelijk is voor de schuld aan CMBK. Volgens haar is daardoor sprake van een eigen private schuld en had zij zelf het verzoek om overname mogen indienen.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog. Het staat vast dat de schuld aan CMBK uitsluitend op naam van de echtgenoot van eiseres staat. De minister heeft toegelicht dat de regeling voor de overname van private schulden zo is ingericht dat uitsluitend degene op wiens naam de schuld staat een verzoek om overname kan indienen. Indien een schuld op naam van beide partners staat, kan één van hen het verzoek indienen. De minister heeft toegelicht dat deze werkwijze noodzakelijk is om dubbele aanvragen en dubbele betalingen zoveel mogelijk te voorkomen.
Dat eiseres naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schuld van haar echtgenoot, maakt niet dat zij op grond van de Wht als aanvrager van de overname kan worden aangemerkt. De regeling sluit aan bij de tenaamstelling van de schuld en niet bij de civielrechtelijke aansprakelijkheid van echtgenoten. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister deze systematiek niet aan zijn besluit ten grondslag heeft mogen leggen.
Daarbij acht de rechtbank van belang dat de minister eiseres in het bestreden besluit er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat haar echtgenoot de schuld alsnog zelf kon aanmelden bij de SBN. Op het moment van het bestreden besluit had hij daarvoor nog ongeveer een half jaar de tijd, namelijk tot 1 januari 2024. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dat eiseres en haar echtgenoot vanwege hun thuissituatie destijds niet hebben onderkend dat haar echtgenoot zelf de schuld moest indienen, maakt niet dat de minister de door eiseres ingediende aanvraag alsnog inhoudelijk had moeten beoordelen.
Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van mr.K. Lenting, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.