Uitspraak · Materieel strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 4 augustus 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:3163Zaaknummer 18.173149.25

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
4 augustus 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
18.173149.25
Rechtsgebied
Strafrecht, Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Assen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vrijspraak van diefstal met geweld in vereniging.

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Krijger, voorzitter, mr. R. Depping en mr. G. Veenstra, rechters, bijgestaan door mr. F.A. Bussman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Tenlastelegging
  2. Beoordeling van het bewijs
  3. Uitspraak
  4. De rechtbank

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18.173149.25

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats], wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 juli 2026.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.M. Veld, advocaat te Koekange. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Veen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 3 juni 2025 te Assen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

  • een telefoon en/of
  • een portemonnee en/of
  • een geldbedrag (van ongeveer 500 euro) en/of
  • schoenen en/of
  • een shirt, althans een kledingstuk en/of
  • parfum en/of
  • autosleutels en/of
  • een auto (Fiat Punto) en/of
  • een kluis met inhoud (te weten: een geldbedrag en/of goud en/of zilvermunten) en/of
  • een rugzak met inhoud (te weten: oefenpantserplaten),

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

  • bovenop die [slachtoffer] te zitten en/of
  • die [slachtoffer] bij zijn polsen en/of bij zijn arm(en) vast te pakken en/of
  • die [slachtoffer] met gebalde vuist in het gezicht, althans op het hoofd te slaan en/of te stompen en/of
  • die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal (met vlakke hand) te slaan in het gezicht, althans op het hoofd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er weliswaar voldoende wettig bewijs voorhanden is dat verdachte aanwezig is geweest bij de vechtpartij tussen medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) en aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) en dat medeverdachten [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]) en [medeverdachte 1] diverse goederen uit de woning van [slachtoffer] hebben weggenomen, maar hij heeft uit de inhoud van het dossier niet kunnen vaststellen wat de rol van verdachte hierbij is geweest. Daarbij is ook van belang dat de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij [slachtoffer] bij zijn arm heeft gepakt slechts om [medeverdachte 1] en [slachtoffer] uit elkaar te halen, niet wordt weerlegd door de inhoud van het dossier. Ook voor het medeplegen van diefstal van de goederen, die buiten het zicht van [slachtoffer] heeft plaatsgevonden, bevat het dossier naar het oordeel van de officier van justitie onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om te kunnen komen tot een veroordeling.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat verdachte zich in de woning van [slachtoffer] bevond om te spreken over door verdachte uit te voeren werkzaamheden ten behoeve van [slachtoffer]. Ineens ontstond er een incident tussen [slachtoffer] en [medeverdachte 1], waarbij verdachte nog geprobeerd heeft tussenbeide te komen, maar toen dit niet lukte is verdachte overstuur vertrokken. Deze verklaring van verdachte vindt steun in de verklaring van getuige [getuige], de verklaring van [slachtoffer] en de camerabeelden. De enkele aanwezigheid van verdachte bij het gepleegde geweld tegen [slachtoffer] is onvoldoende om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste

samenwerking, te meer nu verdachte zich direct onttrokken heeft aan de geweldsuitbarsting van [medeverdachte 1]. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte geen wetenschap heeft gehad van de gepleegde diefstal door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

Oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de raadsvrouw acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier vast dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] degenen zijn die van [slachtoffer] diverse spullen hebben weggenomen, waarbij [medeverdachte 1] ook geweld tegen [slachtoffer] heeft gebruikt. Verdachte erkent dat hij bij het door [medeverdachte 1] tegen [slachtoffer] uitgeoefende geweld aanwezig is geweest, maar ontkent stellig dat hij een rol heeft gehad bij de diefstal en het geweld. Verdachte heeft verklaard dat hij geprobeerd heeft [medeverdachte 1] van [slachtoffer] af te trekken, maar dat hij, toen dit niet lukte, overstuur en zonder enig goed van [slachtoffer] is vertrokken.

Uit de aangifte en de verklaringen van de getuigen en medeverdachten valt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende vast te stellen wat de rol van verdachte bij de diefstal en het tegen [slachtoffer] gepleegde geweld exact is geweest. De rechtbank kan op basis van de inhoud van het dossier ook niet vaststellen dat verdachte geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] of dat hij wetenschap heeft gehad van het plan om goederen van [slachtoffer] te stelen.

Ook anderszins is niet gebleken dat verdachte op enigerlei wijze een dusdanige, wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweld, die maakt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Het enkele feit dat verdachte in de woning van [slachtoffer] aanwezig was, en heeft gezien wat er tussen [medeverdachte 1] en [slachtoffer] is gebeurd en verder niet heeft ingegrepen, acht de rechtbank van onvoldoende gewicht voor het aannemen van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Krijger, voorzitter, mr. R. Depping en mr. G. Veenstra, rechters, bijgestaan door mr. F.A. Bussman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.