Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 3 april 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2497Zaaknummer C/18/26/1089 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 3 april 2026
- Publicatiedatum
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- C/18/26/1089 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toelating tot de WSNP. 18 maanden eerdere ingangsdatum wel verlenging looptijd van 6 maanden vanwege formele afwikkeling WSNP.
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
- stelt de termijn van de regeling vast op 24 maanden te rekenen vanaf 3 oktober 2024,
waardoor deze termijn eindigt op 3 oktober 2026;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_d19fdf27-3b68-4dbd-9189-7b7507f0716a]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/26/1089 R
vonnis van 3 april 2026
in de zaak van:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
hierna te noemen: verzoekster.
PROCESGANG
Verzoekster heeft op 29 oktober 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 20 maart 2026. Daarbij is verzoekster verschenen tezamen met de heer mr. ing. M.R.P. Ossentjuk, raadsman verzoekster, en de heer [medewerker van beschermingsbewindvoerderbedrijf].
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.
Gebleken is dat verzoekster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken.
Ingangsdatum looptijd WSNP
De WSNP duurt in principe 18 maanden. Artikel 349a lid 1 Faillissementswet (Fw) bepaalt dat de termijn van de schuldsaneringsregeling begint op de dag van de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, dan wel van de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling indien die eerder is gelegen.
Verzoekster heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw, omdat op 23 november 2022 er een geslaagd minnelijk traject tot stand was gekomen. Tot een verdere uitvoering ervan is het niet gekomen. Op 25 juni 2024 is er door de schuldeiser DUO bankbeslag gelegd op het gespaarde saldo van € 17.000,00. DUO had echter aangegeven het door haar via het beslag geïnde bedrag te willen terugstorten en akkoord te gaan met € 2.000,00 om zo alsnog uitvoering te kunnen geven aan de overeengekomen minnelijke regeling. Omdat een reactie van de schuldhulpverlener uitbleef, was DUO niet langer bereid het geld terug te storten. Ter zitting heeft verzoekster aangegeven inmiddels weer een bedrag van ongeveer € 9.000,00 te hebben gespaard. Vanwege mentale klachten is verzoekster al geruime tijd door de gemeente ontheven van de sollicitatieplicht.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster onderbouwd heeft dat zij tijdens het voorafgaand minnelijk traject heeft voldaan aan de afdracht- en inspanningsplicht zoals die ook gelden in de WSNP. Uit de bij het verzoekschrift overgelegde berekening van het vrij te laten bedrag blijkt de rechtbank overigens dat verzoekster geen afloscapaciteit heeft. De rechtbank ziet dan ook aanleiding een eerdere ingangsdatum te bepalen.
Vanwege de inhoud van de stukken en het besprokene op de zitting, is de rechtbank van oordeel dat verzoekster gedurende ten minste achttien maanden heeft voldaan aan de afdracht- en inspanningsplicht zoals deze ook gelden in een WSNP-regeling. Dit betekent dat de rechtbank bij het bepalen van een eerdere ingangsdatum zal uitgaan van achttien maanden.
In dit vonnis wordt, zoals de wet voorschrijft, ook een bewindvoerder benoemd. De taak van de bewindvoerder is om, onder toezicht van de rechter-commissaris, erop toe te zien dat verzoekster de verplichtingen voortvloeiende uit de WSNP naleeft. De bewindvoerder heeft verdergaande (wettelijke) bevoegdheden dan de schuldhulpverlening. De taak van de bewindvoerder is voorts om de boedel van verzoekster te beheren en te vereffenen. De boedel omvat alles wat verzoekster nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de WSNP verkrijgt.
Duur van de WSNP
In dit geval is de toepassing van de WSNP achttien maanden voor de uitspraak van vandaag ingegaan, zijnde 3 oktober 2024. De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat verzoekster in die periode heeft voldaan aan de inspannings- en afdrachtverplichting.
Binnen de WSNP heeft verzoekster ook andere verplichtingen, te weten de informatieverplichting en de verplichting om schuldeisers niet te benadelen. De rechtbank kan niet beoordelen in hoeverre aan die verplichtingen is voldaan. De bewindvoerder moet zoals voorgaand aangegeven, onder toezicht van de rechter-commissaris, erop toezien dat die verplichtingen worden nagekomen. Verder ontstaan sommige verplichtingen pas door het op verzoekster van toepassing verklaren van de WSNP. Dat betreft bijvoorbeeld de verplichting om tot de boedel behorende goederen af te staan. Dat brengt mee dat verzoekster in de voorgaande periode niet aan alle uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen heeft kunnen voldoen. Om die reden zal de rechtbank de termijn van de WSNP verlengen met zes maanden, zodat de resterende periode van de WSNP vanaf datum van deze uitspraak in totaal zes maanden bedraagt.
Omdat verzoekster al wel gedurende ten minste achttien maanden heeft voldaan aan haar inspannings- en afdrachtverplichting, is zij vanaf de datum van dit vonnis niet meer verplicht zich in te spannen zoveel mogelijk inkomsten te verzamelen en haar inkomsten boven het Vtlb af te dragen aan de boedel. Alle overige verplichtingen blijven gedurende de resterende duur van de WSNP bestaan. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat alles wat verzoekster heeft en gedurende de resterende periode van de WSNP verkrijgt, in de boedel valt.
BESLISSING
De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
- stelt de termijn van de regeling vast op 24 maanden te rekenen vanaf 3 oktober 2024,
waardoor deze termijn eindigt op 3 oktober 2026;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.H. Beuker,
en tot bewindvoerder [bewindvoerder],
gevestigd te [adres];
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Clement en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.[_d19fdf27-3b68-4dbd-9189-7b7507f0716a]
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.