Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 9 april 2026

ECLI:NL:RBNNE:2026:1120Zaaknummer LEE 24/3298 en LEE 25/3388

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
LEE 24/3298 en LEE 25/3388
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak is niet samengevat voor publicatie.

De rechtbank:

 verklaart de beroepen gegrond;

 vernietigt de uitspraken op bezwaar;

 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2023 (belastingjaar 2024) tot een bedrag van € 890.000;

 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2024 (belastingjaar 2025) tot een bedrag van € 926.000;

 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;

 bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van totaal € 104 (€ 51 in zaaknummer LEE 24/3298 en € 53 in zaaknummer LEE 25/3388) aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier.

griffierrechter

Uitgesproken op 9 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Overwegingen van de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 24/3298 en LEE 25/3388

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 9 april 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 juni 2024 en 22 augustus 2025.

Zaaknummer LEE 24/3298

1.1.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] (de onroerende zaak) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 911.000.

Zaaknummer LEE 25/3388

1.2.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak op 1 januari 2024 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 1.018.000.

Beide zaaknummers

1.3.

De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

Eiser en de heffingsambtenaar hebben nadere stukken ingediend.

1.6.

De rechtbank heeft bij bericht van 5 maart 2026 partijen laten weten dat zij uitspraak zal doen zonder de zaken op een zitting te behandelen, tenzij één of beide partijen binnen twee weken te kennen geeft wel een behandeling ter zitting te willen.

1.7.

Partijen hebben niet kenbaar gemaakt een behandeling ter zitting te willen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 19 maart 2026 en de zaken niet behandeld op een zitting.[_abee697a-5636-4e06-a5f0-06d028ef63af]

Overwegingen van de rechtbank

2. Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2023 (belastingjaar 2024) heeft de heffingsambtenaar in zijn nadere stuk van 26 januari 2026 een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is becijferd op € 890.000.

3. Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2024 (belastingjaar 2025) heeft de heffingsambtenaar bij zijn verweerschrift een taxatiematrix overgelegd waarin de waarde is becijferd op € 926.000.

4. De heffingsambtenaar stelt in beroep (inmiddels) voor beide jaren een lagere waarde voor de onroerende zaak dan aanvankelijk vastgesteld. Uit eisers bericht van 15 februari 2026 volgt dat hij zich (om praktische redenen) neerlegt bij die lagere waarden. Gelet daarop zal de rechtbank de beroepen gegrond verklaren, de uitspraken op bezwaar vernietigen en de waarden van de onroerende zaak overeenkomstig hetgeen hiervoor bij 2. en 3. vermeld vaststellen.

Conclusie en gevolgen

5. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar en verlaagt de vastgestelde WOZ-waarden naar € 890.000 (2024) en € 926.000 (2025).

6. Omdat de beroepen gegrond zijn moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart de beroepen gegrond;

 vernietigt de uitspraken op bezwaar;

 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2023 (belastingjaar 2024) tot een bedrag van € 890.000;

 vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum 1 januari 2024 (belastingjaar 2025) tot een bedrag van € 926.000;

 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraken op bezwaar;

 bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van totaal € 104 (€ 51 in zaaknummer LEE 24/3298 en € 53 in zaaknummer LEE 25/3388) aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier.

griffierrechter

Uitgesproken op 9 april 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.