Uitspraak · Insolventierecht
Rechtbank Noord-Nederland, 12 december 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:5844Zaaknummer C/18/25/156 R
- Instantie
- Rechtbank Noord-Nederland
- Datum uitspraak
- 12 december 2025
- Publicatiedatum
- 19 februari 2026
- Zaaknummer
- C/18/25/156 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing tussentijdse beëindiging. Niet voldaan aan informatieplicht- en sollicitatieplicht maar op dit moment worden hieraan geen consequenties verbonden. Saniet gaat een ontheffingsverzoek indienen.
De rechtbank:
- wijst de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Veenema en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.[_40125250-ade5-499b-bb7d-3f555d09c2ad]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/25/156 R
vonnis van 12 december 2025
in de schuldsaneringsregeling van:
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats], wonende te [adres], hierna te noemen de schuldenares,
bewindvoerder: [bewindvoerder].
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 26 mei 2025 is ten aanzien van de schuldenares de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Op 25 augustus 2025 heeft een verhoor bij de rechter-commissaris plaatsgevonden, waarbij de schuldenares en mevrouw [bewindvoerder], de bewindvoerder, zijn verschenen.
Door de bewindvoerder is schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De zaak is behandeld ter zitting van 28 november 2025, alwaar de schuldenares en de bewindvoerder zijn verschenen.
RECHTSOVERWEGINGEN
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenares één of meer van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder en de voordracht van de rechter-commissaris is gebleken dat schuldenares niet voldoet aan de informatieplicht. Ook na het verhoor bij de rechter-commissaris is hierin aanvankelijk geen verbetering opgetreden. De bewindvoerder heeft echter laten weten dat de schuldenares onlangs beschermingsbewind heeft aangevraagd bij de Groningse Kredietbank (GKB) en dat met behulp van een medewerker van de GKB de ontbrekende financiële gegevens inmiddels bijna allemaal zijn verstrekt.
Daarnaast bestaat er onduidelijkheid over het arbeidsvermogen van schuldenares, omdat zij geen recente medische informatie heeft verstrekt. Duidelijk is dat schuldenares al geruime tijd een Wajong-uitkering ontvangt, dat er volgens het UWV sprake is van een gering arbeidsvermogen en dat schuldenares thans zwanger is. De inschatting van de bewindvoerder is dat schuldenares arbeidsongeschikt is en dient te worden ontheven van de sollicitatieplicht.
Van belang is echter dat schuldenares in beginsel gehouden is om te solliciteren naar fulltime werk, tenzij zij door de rechter-commissaris wordt ontheven van deze verplichting. Een dergelijke ontheffing is tot op heden niet verleend, zodat schuldenares thans niet aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling voldoet. Het is van belang dat schuldenares alsnog op korte termijn nadere informatie over haar mogelijke arbeidsongeschiktheid verstrekt, zodat door de rechter-commissaris vastgesteld kan worden of er aanleiding is om haar te ontheffen van de sollicitatieplicht. Schuldenares heeft op zitting toegezegd om, samen met de bewindvoerder, op korte termijn een ontheffingsverzoek te zullen doen aan de rechter-commissaris.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenares weliswaar tekortschiet in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, maar dat hieraan op dit moment geen consequenties worden verbonden.
De rechtbank zal de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling afwijzen. Wel dient de schuldenares zich te realiseren dat het blijvend of opnieuw niet voldoen aan haar verplichtingen aanleiding kan geven tot een hernieuwde voordracht tot tussentijdse beëindiging of gevolgen kan hebben voor het verlenen van de schone lei bij het voortduren van de schuldsaneringsregeling.
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Veenema en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.[_40125250-ade5-499b-bb7d-3f555d09c2ad]
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.