Uitspraak · Bestuursstrafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 14 oktober 2025

ECLI:NL:RBNNE:2025:4513Zaaknummer 11560167 BU VERZ 25-388

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
11560167 BU VERZ 25-388
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursstrafrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wahv. R309 – ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’. Betrokkene voert aan dat feitcode R315B gebruikt had moeten worden. De juiste feitcode is gebruikt. Wanneer sprake is van een voetpad zoals door bord G7 aangegeven, moet door (brom)fietsers gebruik gemaakt worden van de rijbaan en mag niet op het voetpad gereden worden. Daarnaast is feitcode R315B bedoeld voor het stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken). Kennelijk wordt bedoeld feitcode R315A, die voor rijdend niet de rijbaan gebruiken geldt, maar deze feitcode kan alleen worden gebruikt bij bestuurders van motorvoertuigen op twee of vier wielen en niet bij (brom)fietsers. Daarom moest in dit geval feitcode R309 gehanteerd worden.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de kantonrechter
  3. Beslissing
  4. Conclusie
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 263989418

zaaknummer: 11560167 BU VERZ 25-388

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 14 oktober 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],

gemachtigde: Meesterboete.nl.

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R309 – ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’, verricht op 4 februari 2024, om 03:01 uur, in de Oude Doelesteeg in Leeuwarden, met een tweewielige bromfiets met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 119,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 14 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was als vertegenwoordigster van de officier van justitie aanwezig mr. P.A. Veenstra.

1.3

Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene stelt dat ter plaatse een bord G7 staat, waardoor feitcode R315B gebruikt had moeten worden. Betrokkene voert aan dat het bewijs “rond” had moeten zijn in de fase van administratief beroep en dat door het inbrengen van stukken door de officier van justitie in de fase bij de kantonrechter, dit niet het geval is geweest. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding, waarbij bezwaar wordt gemaakt tegen de toepassing van de extra vermenigvuldigingsfactor van artikel 13a van de Wahv door de officier van justitie.

4. De vertegenwoordigster voert aan dat de ambtenaar ter plaatse was waardoor mag worden uitgegaan van de juistheid van de bebording. Zij ziet geen reden voor wijziging van de feitcode.

Overwegingen

5. Betrokkene stelt dat de verkeerde feitcode is gehanteerd. De kantonrechter overweegt dat (brom)fietsers, bij ontbreken van een verplicht (brom)fietspad, de rijbaan dienen te gebruiken. Wanneer sprake is van een voetpad zoals door bord G7 aangegeven, moet door (brom)fietsers dus gebruik gemaakt worden van de rijbaan en mag niet op het voetpad gereden worden.

5.1.

Daarnaast is feitcode R315B bedoeld voor het stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken). Kennelijk wordt bedoeld feitcode R315A, die voor rijdend niet de rijbaan gebruiken geldt, maar deze feitcode kan alleen worden gebruikt bij bestuurders van motorvoertuigen op twee of vier wielen en niet bij (brom)fietsers.[_06f9227c-f1d3-4d7c-b7a0-76c6c1633676] Daarom moest in dit geval feitcode R309 gehanteerd worden. De verkeersovertreding kan worden vastgesteld.

6. Er zijn geen gronden aangevoerd die kunnen leiden tot aanpassing van de boete.

7. De kantonrechter passeert de grond ten aanzien van het aanvullen van het bewijs door de officier van justitie, aangezien na de fase van administratief beroep geen bewijsmiddelen zijn ingebracht door de officier.

8. De kantonrechter zal het beroep ongegrond verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding afwijzen. Hij passeert de gronden ten aanzien van de herwaardering van de proceskostenvergoeding dan ook.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. T.F. Bruinenberg, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.