Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Nederland, 17 april 2025

ECLI:NL:RBNNE:2025:1627Zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17 april 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
C/18/243554 / JE RK 25-182
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Amerikaanse uitspraak is naar het oordeel van de rechter in Nederland voor erkenning vatbaar en dient daarom te worden gerespecteerd. Er zijn namelijk geen feiten of omstandigheden gesteld of overigens gebleken waaruit volgt dat die uitspraak in strijd is met de openbare orde van Nederland; die uitspraak is gegeven door een bevoegde rechter, op basis van een zorgvuldige rechtsgang, is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde en niet onverenigbaar met een uitspraak van de Nederlandse rechter gewezen tussen dezelfde partijen. De rechter overweegt daartoe dat als het om Nederland en Amerika gaat er sprake is van wederzijdse erkenning in die zin dat Amerikaanse rechtspraak een rechtsorde heeft die vergelijkbaar is met de Nederlandse in termen van rechtspraak en procedures. De rechter overweegt verder dat de Amerikaanse uitspraak tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging.

De beslissing

De rechter:

In de zaak met zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182

herroept de beschikking van 4 april 2025 met ingang van heden, 17 april 2025;

wijst de verzoeken tot (voorlopige) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af;

In de zaak met zaaknummer C/18/243734 / KG ZA 25-54

beveelt afgifte van [naam kind] aan de grootvader;

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze uitspraak is gegeven door mr. S.A. Wortmann, (kinder- en voorzieningen)rechter, bijgestaan door M.C. Boskma LLM, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025. De schriftelijke uitwerking van deze uitspraak is vastgesteld op 24 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Het (verdere) procesverloop
  2. In de zaak met zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182
  3. De feiten
  4. De beoordeling
  5. De beslissing

uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaakgegevens: C/18/243554 / JE RK 25-182 (voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing)

C/18/243734 / KG ZA 25-54 (kort geding)

beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing en vonnis in het kort geding van 17 april 2025

in de zaken van

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord-Nederland, locatie Groningen, hierna te noemen "de Raad",

[naam grootvader],

wonende in de Verenigde Staten van Amerika,

hierna te noemen "de grootvader",

advocaat: mr. H.P. Scheer, die kantoor houdt in Utrecht,

[naam moeder],

tot recent verblijvende in [verblijfplaats],

hierna te noemen "de moeder",

advocaat: mr. M. Wierts, kantoorhoudende in Groningen, en

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

gevestigd in Groningen,

hierna te noemen "de GI".

die betrekking hebben op

[naam kind],

geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika),

hierna te noemen "[naam kind]".

Het (verdere) procesverloop

In de zaak met zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182

Bij beschikking van 4 april 2025 van deze rechtbank, locatie Assen, (geregistreerd onder zaaknummer C/19/151546 / JE RK 25-168) heeft de kinderrechter [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 4 april 2025 tot 4 juli 2025. De kinderrechter heeft

tevens ten aanzien van [naam kind] een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 4 april tot 2 mei 2025. De kinderrechter heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

De voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zijn door de kinderrechter verleend, zonder dat eerst de belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld om hun mening kenbaar te maken. Om dat verzuim te herstellen is een mondelinge behandeling van het verzoek bepaald, waarvoor de Raad, de GI, de moeder en eventueel de grootvader vaderszijde (vz.) via de beschikking zijn uitgenodigd.

Na het geven van de beschikking van 4 april 2025 is de grootvader door de kinderrechter van deze rechtbank, locatie Groningen, als belanghebbende aangemerkt.

In de zaak met zaaknummer C/18/243734 / KG ZA 25-54

Deze procedure is ingeleid met een aanvraag kort geding en een concept dagvaarding van de grootvader, die de rechtbank heeft ontvangen op 14 april 2025.

Op 16 april 2025 heeft de rechtbank de aan de moeder en de GI betekende dagvaarding met producties van de zijde van de grootvader ontvangen.

In dit kort geding vordert de grootvader de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding:

- de GI en/of de moeder te veroordelen tot afgifte van [naam kind] aan de grootvader binnen twee dagen na het geven van deze uitspraak;

- de GI en/of de moeder te veroordelen om toestemming te verlenen aan de grootvader om met [naam kind] naar de Verenigde Staten te reizen;

- de GI en/of de moeder te veroordelen in de proceskosten.

Op 17 april 2025 heeft de rechtbank aanvullende producties van de zijde van de grootvader ontvangen.

Op 17 april heeft de rechtbank een brief en bijbehorende producties van de zijde van de moeder ontvangen.

In beide zaken

Op 15 april 2025 heeft de advocaat van de grootvader namens de grootvader de rechtbank verzocht om toestemming te verlenen voor de aanwezigheid van twee medewerkers van het consulaat van de Verenigde Staten tijdens de mondelinge behandeling.

De op 16 april betekende dagvaarding en de daarbij ingediende producties zijn op 16 april 2025 door de advocaat van de grootvader tevens in de zaak met zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182 ingebracht.

Op 17 april 2025 heeft de rechter de zaken gelijktijdig mondeling behandeld. De rechter heeft toen gesproken met de moeder, haar advocaat, de grootvader, zijn advocaat, [naam vertegenwoordiger] namens de GI, en [naam vertegenwoordiger], die de Raad vertegenwoordigt.

Bij de zitting was een tolk Engels aanwezig.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn [naam medewerkers consulaat] namens het consulaat van de Verenigde Staten als toehoorders aanwezig geweest.

De feiten

De rechter kan bij de beoordeling van de verzoeken en vorderingen uitgaan van de volgende feiten.

[naam kind] is een nu vier jaar oud meisje dat is geboren uit een relatie tussen de moeder en haar inmiddels overleden vader. De vader is op [datum] 2021 in Amerika door een misdrijf om het leven gekomen.

[naam kind] heeft, net als haar moeder, de Amerikaanse nationaliteit en is opgegroeid in [plaatsnaam] in de Verenigde Staten van Amerika (hierna “Amerika”).

De grootvader heeft na het overlijden van zijn zoon, de vader van [naam kind], een procedure gevoerd ter verkrijging van omgang met [naam kind]. Op 23 september 2024 heeft de Family Court, Tenth Judicial Circuit in de State of [naam staat], [naam staat] een order gegeven waarin een door de grootvader en de moeder getekende Settlement Agreement is opgenomen. Op basis van deze court order heeft de grootvader eenmaal per maand gedurende een weekend recht op omgang met [naam kind].

[naam kind] woonde bij haar moeder in Amerika totdat haar moeder heeft besloten met haar naar Nederland te gaan.

De moeder en [naam kind] zijn op [datum] 2025 in Nederland aangekomen. De moeder heeft asiel aangevraagd. Dat is afgewezen.

In Amerika is een aanhoudingsverzoek uitgevaardigd tegen de moeder voor medeplichtigheid aan moord en samenzwering tot het plegen van moord (op de vader van [naam kind], haar ex-partner). Op of omstreeks [datum] 2025 is de moeder aangehouden en in detentie genomen. De moeder verblijft sindsdien in de PI in [plaatsnaam]. Ten tijde van de mondelinge behandeling is er door Amerika nog geen verzoek tot uitlevering ingediend.

Op 4 april 2025 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden en is aan de GI een machtiging verleend om haar in een voorziening voor pleegzorg te plaatsen.

De beoordeling

Omdat de wet "de kinderrechter" aanwijst om het verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te behandelen en daarop te beslissen, en "de voorzieningenrechter" aanwijst om de vorderingen in het kort geding te behandelen en daarop te beslissen, moet steeds wanneer in deze uitspraak "de rechter" wordt genoemd, dit worden gelezen als de kinderrechter of de voorzieningenrechter al naar gelang het verzoek dat wordt behandeld.

Het gaat in deze gevoegd behandelde zaken om de nu vier jaar oude [naam kind]. Zij is vanuit haar thuisland (Amerika) in maart overgebracht naar Nederland door haar moeder. De moeder heeft zich met [naam kind] aangemeld als asielzoeker in Nederland en is geplaatst op een locatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Ter Apel. De moeder is inmiddels door de Nederlandse politie aangehouden en in verband met een mogelijke uitlevering naar Amerika gedetineerd.

Tegen de achtergrond van deze feiten en omstandigheden heeft de Raad de rechter verzocht om zonder voorafgaande mondelinge behandeling kinderbeschermingsmaatregelen te nemen. Dat heeft de rechter die piketdienst had gedaan op 4 april 2025. Deze rechter heeft [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden en voor de duur van vier weken een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg verleend. Op grond van die beslissingen is [naam kind] geplaatst in een crisispleeggezin.

Die beslissingen zijn genomen zonder voorafgaande mondelinge behandeling en daarom zonder dat belanghebbenden bij de beslissing in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord. Dat maakt de Nederlandse wet mogelijk, onder de voorwaarde dat het verzuim om te horen binnen uiterlijk twee weken na het geven van de beschikking wordt hersteld. Daarom is een mondelinge behandeling bepaald op 17 april 2025.

De rechter heeft direct na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. Zij heeft (ambtshalve) vastgesteld dat gelet op de verblijfplaats van [naam kind] in Nederland in het arrondissement van deze rechtbank, zij bevoegd is om de (spoed)verzoeken tot het treffen van kinderbeschermingsmaatregelen te behandelen en daarop te beslissen. De rechter heeft vervolgens beslist dat zij de lopende kinderbeschermingsmaatregelen beëindigt en dat zij alle verzoeken van de Raad afwijst op de grond dat deze niet op de wet kunnen worden gegrond en niet het in belang zijn van [naam kind]. De kinderrechter heeft aangekondigd dat zij de gronden waarop haar beslissing rust, zal uitwerken in deze uitspraak.

De rechter is op grond van de in het geding gebrachte stukken en de daarop tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting tot de slotsom gekomen dat de (voorlopige) voogdij over [naam kind] berust bij haar grootvader en dat de moeder geen gezag heeft. Dat blijkt uit een uitspraak van 4 april 2025 van de "Family Court Tenth Judicial Circuit" in de staat [naam staat]. De Amerikaanse rechter oordeelde dat de grootvader de voogdij over [naam kind] diende te krijgen, omdat sprake was van een noodsituatie met het risico op onherstelbare schade bij [naam kind]. De rechter heeft verder geoordeeld dat de zaak verder wordt behandeld na terugkeer van de moeder in Amerika. Deze uitspraak is naar het oordeel van de rechter in Nederland voor erkenning vatbaar en dient daarom te worden gerespecteerd. Er zijn namelijk geen feiten of omstandigheden gesteld of overigens gebleken waaruit volgt dat die uitspraak in strijd is met de openbare orde van Nederland; die uitspraak is gegeven door een bevoegde rechter, op basis van een zorgvuldige rechtsgang, is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde en niet onverenigbaar met een uitspraak van de Nederlandse rechter gewezen tussen dezelfde partijen. De rechter overweegt daartoe dat als het om Nederland en Amerika gaat er sprake is van wederzijdse erkenning in die zin dat Amerikaanse rechtspraak een rechtsorde heeft die vergelijkbaar is met de Nederlandse in termen van rechtspraak en procedures. De rechter overweegt verder dat de Amerikaanse uitspraak tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging. Weliswaar is de moeder niet gehoord voorafgaand aan de uitspraak, maar in die uitspraak wordt dat toegelicht met de vereiste spoed en wordt aangekondigd dat de moeder zo spoedig mogelijk alsnog zal worden gehoord. Daarmee is die uitspraak in lijn met de Nederlandse uitgangspunten voor behoorlijke rechtspleging in zaken (van kinderbescherming) met een spoedeisend belang.

De rechter is verder van oordeel dat het erkennen en naleven van de uitspraak die de grootvader van [naam kind] de voogdij over haar geeft, het meest in haar belang is. De grootvader toont zich betrokken bij [naam kind], is in staat en bereid om met [naam kind] terug te reizen naar haar eigen land, haar te laten verblijven in haar vertrouwde omgeving en te laten verzorgen en zo nodig voor langere tijd op te laten voeden door haar eigen familie. De grootvader heeft ook al contact gelegd met de school van [naam kind]. Er is in Amerika tevens een "Guardian ad Litem" benoemd die als taak heeft om bij terugkomst van [naam kind] in Amerika haar belangen te behartigen. De grootvader heeft er blijk van gegeven dat hij vindt dat [naam kind] hulp nodig heeft bij het verwerken van en omgaan met de heftige gebeurtenissen in haar leven. Ook heeft hij tijdens de mondelinge behandeling oog getoond voor het belang van [naam kind] om contact te hebben met haar moeder.

De voorgaande feiten en omstandigheden leiden tot de slotsom dat de door de piketkinderrechter gegeven beschikking van 4 april 2025 niet (meer) rust op wettelijke gronden die die beschikking kunnen dragen. De rechter komt tot de conclusie dat de door de Raad verzochte maatregelen niet op de wet kunnen worden gegrond en dat [naam kind], zoals ook door de grootvader is gevorderd, onmiddellijk aan haar grootvader moet worden afgegeven. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat eerst intern overleg gevoerd zou moeten worden over hoe om te gaan met [naam kind] indien de rechter de grootvader in zijn standpunten zou volgen. Daaruit leidt de rechter af dat de GI [naam kind] niet zonder meer aan de grootvader zal afgeven, terwijl dat naar het oordeel van de rechter wel moet. Daarom wijst de rechter de daartoe strekkende vorderingen van de grootvader toe. Die beslissing moet gelet op de betrokken belangen van [naam kind] zoals geborgd in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), kunnen worden genomen en uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. De rechter vindt het belangrijk dat [naam kind] wordt afgegeven aan haar grootvader die de voogdij over [naam kind] uitoefent en dat dit ook daadwerkelijk op korte termijn plaatsvindt en dat het belang van [naam kind] bij de afgifte aan haar grootvader op korte termijn zwaarder weegt dan het belang dat wordt gediend met een schorsing door het instellen van hoger beroep of herbeoordeling van zijn beslissing in een executie kortgeding. Om die reden zal de kinderrechter haar beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

De voogdij van de grootvader over [naam kind] brengt met zich dat de grootvader de verblijfplaats van [naam kind] kan bepalen en vrij is om met [naam kind] terug te reizen naar Amerika. Het verlenen van (vervangende) toestemming hiervoor is niet aan de orde. De rechter zal de vordering van de grootvader die hierop ziet dan ook afwijzen.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de grootvader zijn vordering tot veroordeling van de GI en/of de moeder in de proceskosten ingetrokken. Dit brengt met zich dat de rechter hierop geen beslissing meer hoeft te nemen.

Eén en ander brengt met zich dat de volgende beslissing wordt genomen.

De beslissing

De rechter:

In de zaak met zaaknummer C/18/243554 / JE RK 25-182

herroept de beschikking van 4 april 2025 met ingang van heden, 17 april 2025;

wijst de verzoeken tot (voorlopige) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing af;

In de zaak met zaaknummer C/18/243734 / KG ZA 25-54

beveelt afgifte van [naam kind] aan de grootvader;

verklaart deze uitspraak tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze uitspraak is gegeven door mr. S.A. Wortmann, (kinder- en voorzieningen)rechter, bijgestaan door M.C. Boskma LLM, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025. De schriftelijke uitwerking van deze uitspraak is vastgesteld op 24 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.