Uitspraak · Arbeidsrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 20 februari 2024

ECLI:NL:RBNNE:2024:5449Zaaknummer K/4302/10754603

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
K/4302/10754603
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden na weigering door UWV. Geen schending van herplaatsingsplicht. Herplaatsing in beschikbare functie ligt niet in de rede vanwege beperkte beschikbaarheid in uren.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 april 2024;

3.2.

veroordeelt Roden Supermarkt tot betaling van de wettelijke transitievergoeding berekend tot aan de datum van ontbinding;

3.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Haisma en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Groningen

Zaaknummer / rekestnummer: 10754603 AR VERZ 23-75

Beschikking van 20 februari 2024

in de zaak van

RODEN SUPERMARKT B.V.,

te Roden,

verzoekende partij,

verwerende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: Roden Supermarkt,

gemachtigde: mr. D. Lacevic,

tegen

[verweerder],

te [woonplaats],

verwerende partij,

verzoekende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. S. Scheltinga.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de tussenbeschikking van 29 december 2023;
  • de akte van Roden Supermarkt van 12 januari 2024;
  • de antwoordakte van [verweerder] van 26 januari 2024.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter verwijst naar hetgeen is overwogen en beslist in voornoemde tussenbeschikking en neemt over hetgeen daarbij is overwogen en beslist.

2.2.

Bij voornoemde tussenbeschikking is Roden Supermarkt - in het kader van de beoordeling van de vraag of Roden Supermarkt heeft voldaan aan de op haar rustende plicht herplaatsing te onderzoeken - in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de duur van de arbeidsovereenkomst van de op 1 april 2023 gestarte HR-adviseur, het al dan niet aflopen van deze arbeidsovereenkomst binnen de redelijke termijn van artikel 10 lid 4 van de Ontslagregeling en het al dan niet passend (te maken) zijn van de functie van HR-adviseur voor [verweerder].

Duur van de arbeidsovereenkomst van de op 1 april 2023 gestarte HR-adviseur

2.3.

Uit de door Roden Supermarkt bij akte in het geding gebrachte stukken volgt dat de arbeidsovereenkomst van de op 1 april 2023 gestarte HR-adviseur er één is voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van 1 jaar. Deze tijdelijke arbeidsovereenkomst loopt dus af op 31 maart 2024.

Aanvang redelijke termijn

2.4.

Partijen twisten over de vraag of de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 10 lid 4 Ontslagregeling van, in dit geval, vier maanden, is aangevangen op 5 september 2023, het moment waarop het UWV heeft beslist op het verzoek tot toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, of aanvangt per heden, het moment waarop de kantonrechter beslist op het verzoek tot ontbinding.

2.5.

Artikel 10 lid 4 van de Ontslagregeling bepaalt dat de redelijke termijn aanvangt op de dag waarop wordt beslist op het verzoek om toestemming voor de opzegging of ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In de Ontslagregeling is niet specifiek bepaald van welk van deze twee momenten moet worden uitgegaan in een geval als het onderhavige, waarin het UWV de toestemming heeft geweigerd en een ontbindingsverzoek wordt voorgelegd aan de kantonrechter. Nu de arbeidsovereenkomst na de weigering van toestemming door het UWV is blijven bestaan en de kantonrechter aan dezelfde criteria toetst als het UWV, maar daarbij wel dient uit te gaan van de situatie zoals die bestaat op de dag waarop de kantonrechter beslist op het ontbindingsverzoek, vangt de redelijke termijn in een dergelijk geval aan op het moment dat de kantonrechter op het verzoek tot ontbinding beslist. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 10 lid 4 van de Ontslagregeling loopt dus tot 4 maanden na heden, dus tot 9 juni 2024.

Passende functie

2.6.

Uit het voorgaande volgt dat de functie van HR-adviseur beschikbaar komt binnen de redelijke termijn als bedoeld in artikel 10 lid 4 van de Ontslagregeling. De volgende vraag is of dit al dan niet een passende functie voor [verweerder] is.

2.7.

Zoals bij tussenbeschikking al is overwogen is van een passende functie sprake wanneer deze aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer. Partijen twisten er niet over dat de functie van HR-adviseur aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van [verweerder]. In zoverre is deze functie dus passend.

Herplaatsing ligt niet in de rede

2.8.

Roden Supermarkt stelt dat herplaatsing, ondanks dat er een herplaatsingsmogelijkheid is, in dit geval toch niet in de rede ligt. Volgens haar is de arbeidsomvang van [verweerder] zo beperkt dat de functie van HR-adviseur niet verantwoord door haar kan worden uitgeoefend. Zij omschrijft daarbij de functie van HR-adviseur als een dynamische functie, waarbij de werknemer op de hoogte moet blijven van ontwikkelingen, nauw contact moet hebben met de managers en leidinggevenden, meerdere dagen per week bij overleggen aanwezig moet zijn en gesprekken met personeel moet voeren. Dit is volgens Roden Supermarkt niet mogelijk in 8 uur per week; het absolute minimum voor deze functie is volgens haar 28 uur per week.

2.9.

[verweerder] voert wat dit betreft allereerst aan dat voorbij moet worden gegaan aan hetgeen Roden Supermarkt hierover stelt, omdat in de tussenbeschikking in 4.19 is overwogen dat als de functie van HR-adviseur beschikbaar is binnen de redelijke termijn en een passende functie voor [verweerder] oplevert, niet is voldaan aan het herplaatsingsvereiste. Aan [verweerder] moet worden toegegeven dat daarbij niet is overwogen dat ook moet worden bekeken of het in de rede ligt dat de herplaatsingsmogelijkheden ook worden benut.

De kantonrechter volgt haar daarin niet.

[verweerder] betwist dat zij niet in aanmerking kan komen voor het vervullen van deze functie voor 8 uur in de week. Zij voert daartoe aan dat zij juist veel kennis heeft van het reilen en zeilen in de supermarktbranche, niet valt in te zien waarom zij niet 1 of 2 supermarkten toebedeeld kan krijgen en dat de (minimaal) 20 uren die zouden tekortkomen, door een ander kunnen worden ingevuld.

2.9.

De kantonrechter stelt vast dat [verweerder] de door Roden Supermarkt gegeven beschrijving van de functie van HR-adviseur niet betwist en op zichzelf ook niet dat het absolute minimum voor deze functie 28 uur per week is. [verweerder] stelt zich bij dat laatste wel op het standpunt dat die 28 uur per week over twee werknemers kan worden verdeeld, stellende dat uit niets blijkt wat de eventuele redelijke bezwaren daartegen zouden kunnen zijn. Uit de stellingen van Roden Supermarkt begrijpt de kantonrechter evenwel dat het absolute minimum van 28 uur per week niet zo zeer is ingegeven door de hoeveelheid werkzaamheden die de HR-adviseurs van Maripaan Groep samen moeten verrichten, maar meer door de tijd die een HR-adviseur per week binnen de organisatie werkzaam moet zijn om voldoende op de hoogte te blijven van ontwikkelingen over het personeel, het beleid en projecten, om de noodzakelijke relatie op te bouwen en onderhouden met onder meer de managers van de supermarkten en om voldoende mogelijkheden te hebben gesprekken met personeel in te plannen. Gelet op de aard van het werk van een HR-adviseur komt het de kantonrechter aannemelijk voor dat 8 uur werken in de week hiervoor te beperkt is. Dat [verweerder] door haar jarenlange ervaring veel kennis heeft van de supermarktbranche en het personeel van de vestigingen in Groningen, zoals zij stelt, maakt dat niet anders. Ook de door haar gestelde bereidheid om met haar andere werkgever in overleg te treden om aanwezig te kunnen zijn op bepaalde tijdstippen, heft het bezwaar niet op dat 8 uur werken per week te kort is om goed ingebed te raken in de organisatie en voldoende tijd te hebben om niet alleen op de hoogte te zijn van alle (personele) ontwikkelingen, maar ook om uitvoering te geven aan de adviserende en begeleidende werkzaamheden die bij de functie van HR-adviseur horen. Zoals Roden Supermarkt terecht stelt zou het bijwonen van alle structurele overleggen al een kwart van de werktijd van [verweerder] in beslag nemen. De kantonrechter neemt verder in aanmerking dat niet gesteld of gebleken is dat [verweerder], die nog twee andere werkgevers heeft, voor meer dan 8 uur, laat staan voor 28 uur per week in de functie van HR-adviseur zou kunnen en willen werken.

2.10.

Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er met de functie van HR-adviseur wel een herplaatsingsmogelijkheid is, maar dat het niet in de rede ligt dat Roden Supermarkt die herplaatsingsmogelijkheid benut. passend is qua opleiding, capaciteiten en ervaring, maar [verweerder] als gevolg van haar beperkte inzetbaarheid niet geschikt is voor deze functie. Dat deze functie niet aan [verweerder] is aangeboden maakt dan ook niet dat Roden Supermarkt niet aan haar herplaatsingsplicht heeft voldaan. Nu verder niet is gebleken van andere functies die passend zijn (te maken) voor [verweerder] binnen Roden Supermarkt en Maripaan Groep, is de kantonrechter van oordeel dat herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is.

Ontbinding arbeidsovereenkomst

2.11.

De conclusie is dat in dit geval sprake is van een voldragen a-grond. De kantonrechter zal het verzoek van Roden Supermarkt dan ook toewijzen en de arbeidsovereenkomst ontbinden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 april 2024. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, zoals bepaald in artikel 7:671b lid 9 BW.

Geen sprake van wedertewerkstelling

2.12.

Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, wordt de verzochte wedertewerkstelling afgewezen.

Transitievergoeding

2.13.

Roden Supermarkt zal op grond van artikel 7:673 BW aan [verweerder] een transitievergoeding moeten betalen. Het verzoek van [verweerder] om Roden Supermarkt te veroordelen de transitievergoeding aan haar te betalen zal worden toegewezen.

Proceskosten

2.14.

Nu het hier gaat om een verzoek van de werkgever tot ontbinding die wordt toegewezen, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 april 2024;

3.2.

veroordeelt Roden Supermarkt tot betaling van de wettelijke transitievergoeding berekend tot aan de datum van ontbinding;

3.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Haisma en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2024.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.