Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 13 februari 2023

ECLI:NL:RBNNE:2023:499Zaaknummer 17-080353-98

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
17-080353-98
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Leeuwarden
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Betreft beslissing op een vordering tot machtiging gijzeling ex artikel 6:6:25 lid 1 onder b Wetboek van Strafvordering. Veroordeelde heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt niet in staat te zijn om aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De rechtbank machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 151 dagen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 151 dagen.

Deze beslissing is gegeven door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. M.M. Spooren en mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. T.M. Doorn, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2023.

Mr. Spooren is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

parketnummer 17/080353-98

beslissing van de meervoudige kamer van 13 februari 2023 op een vordering tot

machtiging gijzeling ex artikel 6:6:25 lid 1 onder b Wetboek van Strafvordering in de

zaak van:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats],

niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen,

hierna te noemen: veroordeelde.

Het verloop van de procedure

De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft aan veroordeelde bij vonnis van 27 april 2000 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de Staat van (omgerekend) € 45.378,02. Deze ontnemingsmaatregel is op 16 oktober 2010 onherroepelijk geworden.

De officier van justitie heeft op 5 december 2022 een vordering ingediend die strekt tot het verlenen van een machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling voor de duur van 151 dagen op grond van het uitblijven van volledige betaling van het verschuldigde bedrag.

De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 30 januari 2023. Bij de behandeling is de officier van justitie mr. G. Veenstra gehoord. Veroordeelde is behoorlijk opgeroepen maar niet verschenen. De raadsvrouw mr. H.M. Terpstra, advocaat te Leeuwarden, was aanwezig, maar zij was niet door veroordeelde gemachtigd.

De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen. Veroordeelde heeft zich door zijn feitelijke vertrek onvindbaar gemaakt voor de incasso van de opgelegde ontnemingsmaatregel. Daarom kan worden gesteld dat er sprake is van betalingsonwil.

De beoordelingDe rechtbank stelt vast dat veroordeelde niet, ook niet gedeeltelijk, heeft voldaan aan de betalingsverplichting.

Uit de stukken blijkt dat veroordeelde op de hoogte was van de ontnemingsmaatregel. Hoewel de maatregel hem bij verstekvonnis is opgelegd, is namens veroordeelde gemotiveerd verweer gevoerd in de aan de ontnemingsbeslissing ten grondslag liggende strafzaak. De maatregel is onherroepelijk geworden. Daarnaast blijkt uit het executieverloop dat veroordeelde in 2012 enkele weken gedetineerd is geweest in de PI te Lelystad. Er is toen een betalingsherinnering naar de veroordeelde gestuurd in de PI.

Daarnaast is veroordeelde meermalen aangeschreven op het adres in Engeland dat op het aanleverformulier staat vermeld en er zijn meerdere pogingen gedaan om informatie te verkrijgen over de verblijfplaats en het vermogen van veroordeelde. Aan de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk is verzocht om onderzoek te doen naar veroordeelde en eventueel vermogen van hem. Uit in 2017 verkregen informatie volgde dat veroordeelde vier voertuigen en twee creditcards op naam had. In november 2021 heeft het CJIB bericht ontvangen van de Engelse autoriteiten waarbij ze aangaven dat de betreffende voertuigen een geringe waarde hadden en de opbrengsten hiervan niet in verhouding zouden staan met de kosten van de uitwinning. Veroordeelde zelf heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt niet in staat te zijn om aan zijn betalingsverplichting te voldoen.

De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie toewijzen en een machtiging verlenen tot toepassing van gijzeling voor de duur van 151 dagen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot de toepassing van gijzeling voor de duur van 151 dagen.

Deze beslissing is gegeven door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. M.M. Spooren en mr. A.G.D. Overmars, rechters, bijgestaan door mr. T.M. Doorn, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2023.

Mr. Spooren is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.