Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Nederland, 2 maart 2023

ECLI:NL:RBNNE:2023:3270Zaaknummer C/19/137958 / FA RK 21-2423

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
6 augustus 2025
Zaaknummer
C/19/137958 / FA RK 21-2423
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Assen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De man heeft door zijn houding onvoldoende aangetoond dat hij continuïteit in de nakoming van een contactregeling met het kind kan bieden. Het vaststellen van een zorgregeling waarvan niet duidelijk is of deze ook daadwerkelijk wordt nagekomen acht de rechtbank in strijd met de zwaarwegende belangen van het kind. Verzoek afgewezen.

De rechtbank:

wijst het verzoek van de man af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.V. Marquenie, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden

fn: mmv/615

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Rechtsoverwegingen
  3. 3 Beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rekestnummer: C/19/137958 / FA RK 21-2423

beschikking d.d. 2 maart 2023

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats 1],

hierna ook te noemen de man,

advocaat mr. G.B. de Jong, kantoorhoudende te Hoogezand,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats 2],

hierna ook te noemen de vrouw,

advocaat mr. M. Elderhuis, kantoorhoudende te Assen.

1 Procesverloop

1.1.

Het verloop van deze procedure volgt uit:

  • de beschikking van 14 december 2022;
  • de op 13 januari 2023 ter griffie ontvangen brief van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
  • het op 18 januari 2023 ter griffie ontvangen emailbericht van de man
  • het op 7 februari 2023 ter griffie ontvangen F9-formulier van de zijde van de vrouw;
  • de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 9 februari 2023 in aanwezigheid van de vrouw bijgestaan door haar advocaat en mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad.
1.2.

De man en zijn advocaat zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.

2 Rechtsoverwegingen

De beschikking van 14 december 2022

2.1.

De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 14 december 2022. Bij deze beschikking is de man samen met de vrouw belast met het gezag over de minderjarige [minderjarige]. De rechtbank heeft bij deze beschikking voorts een voorlopige zorgregeling bepaald, inhoudende dat de man, nadat de vrouw in de woning van de man kennis heeft gemaakt met zijn nieuwe partner, op maandag en dinsdag omgang heeft met [minderjarige] bij de man thuis, waartoe de man [minderjarige] op beide dagen om 8.00 uur bij de vrouw ophaalt en om 17.30 uur weer bij de vrouw terug brengt. De beslissing met betrekking tot de definitieve zorgregeling is aangehouden.

Standpunt van de vrouw

2.2.

De vrouw stelt dat zij de omgang tussen de man en [minderjarige] heeft stopgezet. Op 13 december 2022 heeft de vrouw een aantal spraakberichten van de man ontvangen waarin hij allerlei ernstige dreigementen jegens haar uit. De vrouw heeft voorts op 18 december 2022 een appje van de man ontvangen met daarin de mededeling dat als [minderjarige] niet van maandag 19 op dinsdag 20 december 2022 bij hem mag blijven overnachten, hij op 19 december afscheid van haar wil nemen. De vrouw vond de uitlatingen van de man dermate onveilig dat zij de omgang heeft stopgezet. Op 23 januari 2023 heeft de vrouw nog een brief van de man ontvangen en dat is het laatste wat zij van hem gehoord heeft. De vrouw vindt de hele situatie voor met name [minderjarige] erg verdrietig. Ze had graag gezien dat de man een rol in haar leven had. Gelet op de inhoud van de berichten acht de vrouw omgang op dit moment echter niet veilig.

De vrouw deelt desgevraagd mee dat zij, mocht de man in de toekomst weer contact wensen, hem eerst zou adviseren om hulp te zoeken voor de wijze waarop hij op zaken reageert. De vrouw is niet tegen contact tussen de man en [minderjarige], maar zij zou wel eerst uitzoeken hoe dat op een voor [minderjarige] betrouwbare en veilige manier kan plaatsvinden. De vrouw vindt dat dit contact – gelet op wat er is gebeurd – eerst begeleid dient te worden. De vrouw is op grond van alles wat zich de afgelopen tijd heeft afgespeeld van mening dat het verzoek van de man om een zorg- en contactregeling vast te stellen dient te worden afgewezen.

Standpunt van de Raad

2.3.

De Raad concludeert uit de houding van de man en de inhoud van de spraakberichten dat het er op lijkt dat de man is vastgelopen in zijn frustraties. De man gaat in zijn uitingen over de grens en zijn reactie en de inhoud van de opmerkingen past niet bij volwassen ouderschap.

De Raad acht in zijn algemeenheid omgang met beide ouders in het belang van een kind. De omgang moet echter wel veilig zijn. De Raad kan op grond van de huidige situatie niet beoordelen of daarvan sprake is. Een onderzoek zou meer inzicht geven in de vraag welke factoren er bij de man spelen en hoe voorkomen kan worden dat de ontstane situatie zich in de toekomst weer voordoet.

De (verdere) beoordeling

2.4.

De rechtbank overweegt allereerst dat, hoewel de man in een op 18 januari 2023 ter griffie van de rechtbank ontvangen emailbericht meedeelt dat zijn advocaat niet langer voor hem optreedt, de rechtbank geen bericht van mr. de Jong heeft ontvangen dat deze zich als advocaat van de man onttrekt. De rechtbank merkt mr. de Jong dan ook nog steeds als advocaat van de man aan en alle correspondentie vanuit de rechtbank is en wordt nog steeds aan mr. de Jong gezonden.

2.5.

De man heeft in voormeld emailbericht tevens aangegeven dat hij alle lopende verzoeken intrekt. Het intrekken van een verzoek is een proceshandeling als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Op grond van dit wetboek is de man niet bevoegd om proceshandelingen te verrichten. Deze dienen door een advocaat te worden verricht. Door de advocaat van de man is echter geen akte intrekking van de verzoeken ingediend, zodat de rechtbank op het nog resterende verzoek tot vaststelling van een zorg- en contactregeling zal moeten beslissen. De rechtbank overweegt hieromtrent het hierna volgende.

2.6.

De rechtbank stelt voorop dat het omgangsrecht een fundamenteel recht is van ouder en kind. Alleen zwaarwegende omstandigheden kunnen leiden tot het niet vaststellen van de omgang. De rechtbank beklemtoont dat omgang met de niet-verzorgende ouder heel belangrijk is voor kinderen en hun verdere ontwikkeling.

2.7.

Bij beschikking van 14 december 2022 heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld. De beslissing met betrekking tot de definitieve zorgregeling is aangehouden in afwachting van het verloop van de voorlopige regeling. Uit de processtukken en dan met name uit hetgeen is voorgevallen na de beschikking van 14 december 2022, is de rechtbank gebleken dat de verstandhouding tussen partijen nog meer verstoord is geraakt dan deze ten tijde van de vorige mondeling behandeling al was. Op de mondelinge behandeling van 23 november 2022 leken partijen in staat om in het belang van [minderjarige] nadere afspraken te maken over onbelast contact tussen de man en [minderjarige]. Partijen hebben ook afspraken gemaakt over omgang tussen [minderjarige] en de man bij de man thuis. Naar nu blijkt is van de voorlopige zorgregeling en het hebben van onbelast contact niets terecht gekomen. Vrij snel na de mondelinge behandeling van 23 november 2022 is de verhouding tussen partijen ernstig verslechterd. De inhoud van de spraakberichten die de man aan de vrouw heeft gezonden en waarvan de rechtbank op de mondelinge behandeling kennis heeft genomen, getuigt niet van enig respect voor de vrouw, is zelfs uitermate ernstig te noemen en gaan alle perken te buiten. Dat de vrouw niet heeft ingestemd met een overnachting van [minderjarige] bij de man, heeft de man vervolgens doen besluiten om helemaal af te zien van omgang met [minderjarige].

2.8.

Het opstarten van een contactregeling en deze vervolgens weer stopzetten, hetgeen in deze zaak is gebeurd, is naar het oordeel van de rechtbank uitermate schadelijk voor de ontwikkeling van [minderjarige]. Als een zorgregeling is bepaald, dient [minderjarige] er op te kunnen vertrouwen dat deze regeling ook daadwerkelijk wordt nakomen. De onzekerheid die het al dan niet nakomen van een contactregeling met zich meebrengt, is schadelijk voor haar ontwikkeling. De man heeft door zijn houding onvoldoende aangetoond dat hij continuïteit in de nakoming van een contactregeling met [minderjarige] kan bieden. Het vaststellen van een zorgregeling waarvan niet duidelijk is of deze ook daadwerkelijk wordt nagekomen acht de rechtbank in strijd met de zwaarwegende belangen van [minderjarige].

2.9.

Al het voorgaande in overweging nemende zal de rechtbank het verzoek van de man om een zorg- en contactregeling te bepalen, afwijzen. Voor een verzoek aan de Raad om een onderzoek in te stellen, ziet de rechtbank gelet op de meerdere interventies die in de afgelopen jaren al zijn geweest, het feit dat de man niet ter zitting is verschenen en de lange wachttijd die er op dit moment bij de Raad is, geen aanleiding.

3 Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek van de man af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.V. Marquenie, (kinder)rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshofArnhem-Leeuwarden

fn: mmv/615

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.