Uitspraak · Belastingrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 27 juli 2022

ECLI:NL:RBNNE:2022:5553Zaaknummer LEE 22/1951

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
16 oktober 2023
Zaaknummer
LEE 22/1951
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verzoek tot schadevergoeding

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Pavković, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 22/1951

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 juli 2022 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder

(gemachtigde: mr. E.H.A. van Aken).

Procesverloop

Eiser heeft verweerder verzocht een bedrag van € 200 aan schadevergoeding te betalen, omdat verweerder volgens eiser niet is overgegaan tot het betalen van kosten zoals die in een uitspraak van de rechtbank zijn bepaald.

Verweerder heeft eiser op 21 april 2022 (referentie [nummer]) een reactie gestuurd, waarin verweerder schrijft dat hij op 25 februari 2022 eisers brief met verzoek om schadevergoeding heeft ontvangen en dat verweerder op 3 februari 2022 uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 29 december 2021. Verweerder merkt eisers brief aan als klacht en verklaart de klacht op het punt van het verzoek om schadevergoeding ongegrond.

Tegen de reactie van verweerder van 21 april 2022 heeft eiser beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. De rechtbank overweegt als volgt. Iemand kan bij de belastingrechter beroep instellen als het gaat om een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.[_7415cfec-9874-450d-93ab-eeb9d849f65e] Verweerders brief van 21 april 2022 (referentie [nummer]) is geen van beide. Daarom is de belastingrechter onbevoegd om te beslissen op eisers beroep. Mocht eiser met zijn beroep bedoeld hebben de rechtbank (ook) te verzoeken om verweerder te veroordelen tot het vergoeden van schade, dan treft dat verzoek hetzelfde lot.[_b089ef5d-cafa-4ffc-8d03-8b380b10de6d] Een vordering tot schadevergoeding kan uitsluitend bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.

3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, is ervan afgezien om griffierecht te heffen.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Pavković, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.