Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Nederland, 24 juni 2022

ECLI:NL:RBNNE:2022:2520Zaaknummer C/18/213350/ KG RK 22-87

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24 juni 2022
Publicatiedatum
18 juli 2022
Zaaknummer
C/18/213350/ KG RK 22-87
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Wraking
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

wraking wrakingskamer na einduitspraak. Niet-ontvankelijk

Beslissing

De wrakingskamer:

  • verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster en aan

de gewraakte rechters.

Aldus gegeven door mr. J. de Vroome, voorzitter, mr. J.S. Bartstra en

mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Havinga als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam verzoekster] , verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Assen

zaaknummer: C/18/213350/ KG RK 22-87

beslissing van de meervoudige kamer van 24 juni 2022

op het verzoek van

[naam verzoekster] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.A. van de Weerd),

tot wraking van

mr. M. Brinksma, rechter

mr. H.J. Idzenga, rechter

mr. C.W. Couperus-van Kooten, rechter.

Procesverloop

Bij e-mailbericht van 2 mei 2022 heeft verzoekster een verzoek ingediend tot wraking van

bovengenoemde leden van de wrakingskamer in de procedure met zaaknummer C/18/21372 KG RK 22-16.

Het verzoek is ter zitting van 17 juni 2022 door de wrakingskamer behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De rechters zijn, zonder kennisgeving, niet verschenen.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft tijdens de mondelinge behandeling van 18 maart 2022 in de zaak

met zaaknummer C/17/182733 / FJ RK 22-176 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden) een verzoek tot wraking ingediend tegen de behandelend rechter, mr. S.T. Kooistra, kinderrechter.

2. Bij uitspraak van 29 maart 2022 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek van

verzoekster van 18 maart 2022 ongegrond verklaard. Deze (eerdere) wrakingszaak is bij deze rechtbank bekend onder het zaaknummer C/18/21372 KG RK 22-16. Voor de gang van zaken in de onderliggende hoofdprocedure wordt verwezen naar hetgeen is vermeld in voornoemde uitspraak van de wrakingskamer van 29 maart 2022.

3. Bij e-mailbericht van 2 mei 2022 heeft verzoekster aangegeven dat er voor haar geen

andere keus is dan om de gehele wrakingskamer te wraken op basis van de wrakingsverzoeken van 18 maart 2022 en 27 april 2022. Tijdens de zitting op 17 juni 2022 heeft verzoekster toegelicht dat haar wrakingsverzoek uitsluitend betrekking

heeft op de leden van de wrakingskamer die op 29 maart 2022 haar wrakingsverzoek van 18 maart 2022 kennelijk ongegrond hebben verklaard. Ter onderbouwing van haar wrakingsverzoek heeft verzoekster aangegeven dat haar ten onrechte geen mondelinge zitting is gegund om haar standpunten nader toe te lichten en dat de leden van die wrakingskamer het wrakingsverzoek en haar standpunten hebben verdraaid.

4. De wrakingskamer stelt bij de beoordeling van het onderhavige wrakingsverzoek het

volgende voorop. Het wrakingsprotocol van deze rechtbank (het wrakingsprotocol) – te vinden op www.rechtspraak.nl – bepaalt in paragraaf 1.1 dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De strekking van deze - met artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) corresponderende - bepaling is dat de rechtzoekende zich er aldus van kan verzekeren dat in zijn zaak wordt beslist door een onpartijdige rechter en dat een rechter die van vooringenomenheid heeft blijk gegeven, of de schijn van partijdigheid heeft gewekt, wordt vervangen. Ook rechters van de wrakingskamer, belast met de behandeling van een wrakingsverzoek, kunnen worden gewraakt.

5. De wrakingskamer stelt vervolgens vast dat de behandeling van het eerdere

wrakingsverzoek is geëindigd met de beslissing van de hierboven genoemde wrakingskamer van 29 maart 2022. Op het moment dat verzoekster het onderhavige wrakingsverzoek indiende, te weten op 2 mei 2022, was er derhalve geen sprake meer van behandelende rechters in de zin van het wrakingsprotocol en de wet. Ook volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad heeft te gelden dat een wrakingsverzoek moet worden ingediend voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd.

6. Nu het onderhavige wrakingsverzoek om voornoemde redenen niet voldoet aan de

formele vereisten als bedoeld in paragraaf 1.1 van het wrakingsprotocol en artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dient het verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Beslissing

De wrakingskamer:

  • verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
  • beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster en aan

de gewraakte rechters.

Aldus gegeven door mr. J. de Vroome, voorzitter, mr. J.S. Bartstra en

mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Havinga als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.