Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Noord-Nederland, 22 januari 2016

ECLI:NL:RBNNE:2016:2347Zaaknummer 18.820233-15 ontneming

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22 januari 2016
Publicatiedatum
3 juni 2016
Zaaknummer
18.820233-15 ontneming
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van de officier van justitie af. Verdachte is vrijgesproken van het medeplegen van hennepteelt.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.H.A.M. Voncken, voorzitter, mrs. H.L. Stuiver en

S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 januari 2016.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Vordering van de officier van justitie
  2. Standpunt van de verdediging
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/820233-15 (vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel)

raadsman: mr. L.A.A. Ongenae

beslissing van de meervoudige kamer voor behandeling van strafzaken d.d.

22 januari 2016 op een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres].

Deze beslissing is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

8 januari 2016.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op 7 december 2015 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag zal vaststellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 99.141,60 ter ontneming van het in de zaak met parketnummer

18/820233-15 voortvloeiende wederrechtelijk verkregen voordeel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen, nu hij in de hoofdzaak vrijspraak van het ten laste gelegde heeft bepleit.

Beoordeling

De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 22 januari 2016, gewezen onder parketnummer 18/820233-15, vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. Gelet hierop is er geen grondslag voor de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Om die reden zal de rechtbank de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.H.A.M. Voncken, voorzitter, mrs. H.L. Stuiver en

S. Zwarts, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 januari 2016.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.