Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:9694Zaaknummer K/4101/12215056 \ KG EXPL 26-76

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
7 augustus 2026
Zaaknummer
K/4101/12215056 \ KG EXPL 26-76
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstek. Ontruiming woning omdat huurster vanwege fysieke gesteldheid niet meer terug kan keren naar gehuurde.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verleent verstek tegen [gedaagde],

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ( [postcode]) Hoorn te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en roerende zaken, tenzij deze zaken van Intermaris zijn, en met afgifte van de sleutels in behoorlijke staat op te leveren en ter beschikking te stellen van Intermaris,

4.3.

veroordeelt [gedaagde], zo lang de woning niet is ontruimd, voor de woning aan het adres [adres] te ( [postcode]) Hoorn maandelijks aan Intermaris een gebruiksvergoeding te betalen gelijk aan de thans verschuldigde huurpenningen van € 946,89, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele maand,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 tot en met 4.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 12215056 \ KG EXPL 26-76

Vonnis in kort geding van 18 juni 2026

in de zaak van

STICHTING INTERMARIS,

te Hoorn (NH),

eisende partij,

hierna te noemen: Intermaris,

gemachtigde: mr. K. Mels,

tegen

[gedaagde],

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 juni 2026, met producties E1-E5;- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;- de verstekverlening tegen [gedaagde].

2 Het geschil

2.1.

Intermaris vordert samengevat - ontruiming van de woning gelegen [adres] te Hoorn (NH) (hierna: de woning), de maandelijkse huur totdat de woning is ontruimd en de proceskosten.

2.2.

Intermaris legt kort gezegd aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet meer in de woning woont, omdat zij sinds medio 2025 in een zorginstelling in Zaandam verblijft. [gedaagde] heeft zich ook uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Hoorn. Intermaris heeft van de begeleider van [gedaagde] vernomen dat [gedaagde] vanwege haar fysieke gesteldheid niet meer naar de woning terug kan keren. De woning is ook al (gedeeltelijk) ontruimd. Dat [gedaagde] niet haar hoofdverblijf in de woning heeft, levert een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op. De tekortkoming levert voldoende grond op voor ontruiming van de woning in kort geding.

3 De beoordeling

3.1.

In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat er verstek verleend zal worden tegen [gedaagde].

3.2.

Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vordering in een gewone procedure zal worden toegewezen.

3.3.

Uit de aard en de inhoud van de zaak is voldoende gebleken dat Intermaris een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorziening, zodat zij in zoverre ontvankelijk is in haar vordering.

3.4.

Op grond van hetgeen is aangevoerd en met stukken is onderbouwd, komt de vordering de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. De vordering zal daarom worden toegewezen, behoudens het navolgende.

3.5.

Intermaris vordert ontruiming van de woning binnen zeven dagen na betekening van het vonnis. Gelet op de leeftijd en gezondheid van [gedaagde] en het feit dat [gedaagde] mogelijk afhankelijk is van derden bij de ontruiming van de woning, acht de kantonrechter een ontruimingstermijn van veertien dagen passender.

3.6.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Intermaris worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€153,02
- griffierecht€139,00
- salaris gemachtigde€577,00
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.013,02
3.7.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verleent verstek tegen [gedaagde],

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ( [postcode]) Hoorn te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en roerende zaken, tenzij deze zaken van Intermaris zijn, en met afgifte van de sleutels in behoorlijke staat op te leveren en ter beschikking te stellen van Intermaris,

4.3.

veroordeelt [gedaagde], zo lang de woning niet is ontruimd, voor de woning aan het adres [adres] te ( [postcode]) Hoorn maandelijks aan Intermaris een gebruiksvergoeding te betalen gelijk aan de thans verschuldigde huurpenningen van € 946,89, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele maand,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

4.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2 tot en met 4.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.