Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:9177Zaaknummer C/15/378925
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Publicatiedatum
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/15/378925
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing na spoed. Vanwege een belaste voorgeschiedenis kampt de minderjarige met hechtingsproblematiek, loyaliteitsproblematiek en sociaal-emotionele problematiek. Zij heeft langdurig verbleven bij de grootouders, maar deze plaatsing is vanwege haar zelfbepalende en onveilige gedrag onhoudbaar geworden. De minderjarige verblijft op een crisisgroep.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 augustus 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.C.A Onderwater, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026, in aanwezigheid van mr. J.E. van Veen als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 7 juli 2026. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/378925 / JU RK 26-924
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],
hierna te noemen: [de minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats],
advocaat mr. B. Bos, kantoorhoudende te Hoorn,
[de oma] en [de opa],
de grootouders vaderszijde (vz) en tevens pleegouders,
hierna te noemen: de opa en oma,
wonende in [plaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder.
1 Het (verdere) verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 10 juni 2026 en de daarbij behorende stukken;
- het e-mailbericht van de moeder van 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- de opa en oma;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI].
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2 De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].
[de minderjarige] verblijft op een crisisgroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder].
Bij beschikking van de kinderrechter van 10 augustus 2021 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, welke ondertoezichtstelling steeds is verlengd en nu nog duurt tot 10 augustus 2026.
Tevens heeft de kinderrechter bij beschikking van 10 augustus 2021 een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg. Die machtiging is steeds verlengd en duurt nu nog tot 10 augustus 2026.
Bij beschikking van de kinderrechter van 10 juni 2026 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot deze zitting.
3 Het verzoek
De GI handhaaft het verzoek en verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd. De afgelopen periode is gebleken dat het verblijf van [de minderjarige] bij de opa en oma niet langer passend en houdbaar is. Hoewel de opa en oma zich jarenlang met grote betrokkenheid hebben ingezet voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] en haar een stabiele basis hebben geboden, geven zij inmiddels aan dat zij onvoldoende in staat zijn om (de toenemende zorgen rondom) [de minderjarige] te begrenzen en te begeleiden. Om verdere schade in de ontwikkeling van [de minderjarige] te voorkomen en om haar veiligheid te waarborgen, acht de GI een onmiddellijke plaatsing op een groep van een professionele jeugdhulpaanbieder noodzakelijk.
Ter zitting heeft de GI hieraan het volgende toegevoegd. [de minderjarige] kan zes weken op de crisisgroep blijven. De GI is hard op zoek naar een reguliere, passende plek voor [de minderjarige]. De GI heeft van de groep gehoord dat [de minderjarige] inmiddels is geland, maar dat zij ook daar wel de grenzen opzoekt. Het is van belang dat met haar duidelijke afspraken gemaakt worden. Ook is er onrust over de contactmomenten met de vader, daar zal de GI binnen de ondertoezichtstelling naar moeten kijken. Tot slot is het onduidelijk of [de minderjarige] op haar huidige school kan blijven. Het is noodzakelijk dat er op al deze punten duidelijkheid komt zodat [de minderjarige] weet waar zij aan toe is.
4. De standpunten
De vader staat achter het verzoek. Hij heeft naar voren gebracht dat al langer toegewerkt wordt naar de plaatsing van [de minderjarige] op een groep maar dat dit door privéomstandigheden vertraagd is. Bij de opa en oma ging het niet meer. Zij proberen haar te beperken maar [de minderjarige] gaat alle grenzen voorbij. De vader kan [de minderjarige] ook niet bieden wat zij nodig heeft. Het contact tussen [de minderjarige] en hem is altijd goed geweest maar hij kan haar niet de sociale vrijheid bieden die zij graag wil. [de minderjarige] voelt bij de moeder meer vrijheid waardoor ze naar de moeder toetrekt. De advocaat heeft naar voren gebracht dat het nodig is dat professionele ondersteuning wordt geboden en dat [de minderjarige] verblijft in een setting waarin zij kan worden begrensd. Het is de hoop dat door het wijzigen van de verblijfplaats van [de minderjarige] naar een groep buiten [plaats], zij meer rust kan krijgen.
De opa en oma staan achter het verzoek. Zij hebben aangegeven dat het niet meer lukte om [de minderjarige] te begrenzen en dat de situatie thuis steeds onaangenamer werd. De rol van de opa en oma was veranderd en zij willen weer graag de opa en oma van [de minderjarige] kunnen zijn. [de minderjarige] verkeert in een slechte vriendengroep in [plaats] en het is dus beter dat zij op een groep buiten [plaats] verblijft. [de minderjarige] is nog altijd veel bij de opa en oma en hun deur staat ook altijd voor haar open. Wel moet er voor gewaakt worden dat het huis van de opa en oma voor [de minderjarige] een uitvalsbasis wordt om te doen waar ze zin in heeft. Dat [de minderjarige] al lange tijd niet meer structureel naar school gaat, komt mede doordat de school ernstig gekort is geschoten in de begeleiding van [de minderjarige]. De opa en oma beamen dat het belangrijk is dat er duidelijkheid komt voor [de minderjarige].
De moeder is het eens met het verzoek. Volgens de moeder hebben de opa en oma goed voor [de minderjarige] gezorgd maar moeten zij weer opa en oma voor haar kunnen zijn. [de minderjarige] had al gelijk naar een neutraal pleeggezin moeten gaan, zoals de moeder toentertijd ook had aangegeven. De moeder ziet het liefst dat [de minderjarige] zo ver mogelijk van [plaats] geplaatst wordt zodat ze haar vrienden niet op kan zoeken.
5 De mening van [de minderjarige]
heeft verteld dat zij de groep prima vindt, maar de locatie niet. Zij moet nu ver reizen om haar vrienden en opa en oma te zien en naar school te gaan. Als zij niet bij de opa en oma kan wonen, wil zij het liefst op een groep in [plaats] wonen. Na een incident bij de vader thuis ziet [de minderjarige] het niet meer zitten om elk weekend naar de vader te gaan. Zij wil nog wel eens bij hem eten. [de minderjarige] wil graag omgang met de moeder maar het duurt al heel lang om de omgang met de moeder vorm te geven.
6 De beoordeling
De spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het oordeel geformuleerd in de beschikking van 10 juni 2026 over de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] te wijzigen. Deze beslissing zal dan ook worden gehandhaafd.
De machtiging tot uithuisplaatsing
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_9224820f-8a92-436c-8d10-198877d28a0e] De kinderrechter legt hierna uit waarom.
[de minderjarige] heeft een belaste voorgeschiedenis en heeft onder meer te maken gehad met een onrustige thuissituatie, de scheiding van de ouders en het langdurig ontbreken van de moeder in haar leven. Vanwege alles wat [de minderjarige] heeft meegemaakt speelt bij haar trauma- en hechtingsproblematiek, loyaliteitsproblematiek en sociaal-emotionele problematiek.
[de minderjarige] is vanaf juli 2020 opgegroeid bij de opa en oma. De afgelopen periode gaat het minder goed met [de minderjarige] bij de opa en oma thuis. [de minderjarige] is in aanraking gekomen met een vriendengroep die een negatieve invloed op haar heeft. Zij laat in toenemende mate zelfbepalend gedrag zien, houdt zich niet aan de afspraken en laat zich moeilijk corrigeren. Daarnaast heeft de GI signalen ontvangen van zorgelijk social media-gebruik en mogelijke seksuele grensoverschrijding binnen haar relatie. Ter zitting hebben de ouders en de opa en oma van [de minderjarige] ook hun zorgen geuit over het (ex-)vriendje van [de minderjarige]. Mede gezien het gedrag van [de minderjarige] en de leeftijd van de opa en oma bestaan er al langer zorgen over de draagkracht van de opa en oma. Recent hebben zij aangegeven dat de zorg voor [de minderjarige] echt te zwaar wordt en dat zij deze niet langer kunnen dragen. Zij geven aan onvoldoende mogelijkheden te hebben om [de minderjarige] te begrenzen en toezicht te houden op haar gedrag en veiligheid.
De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het verblijf van [de minderjarige] bij de opa en oma niet langer houdbaar is en dat de plaatsing op een groep nodig is om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen. De GI heeft een plek gevonden op een crisisgroep van [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder], waar zij de nodige begeleiding en sturing kan ontvangen. [de minderjarige] kan in ieder geval zes weken op de groep blijven en de komende tijd moet duidelijk worden waar [de minderjarige] kan verblijven op de langere termijn. [de minderjarige] heeft verteld dat zij graag dicht bij haar vrienden en familie in [plaats] wil wonen. De ouders en de opa en oma hebben juist aangegeven een groep buiten [plaats] en buiten de invloed van haar vriendengroep wenselijk te vinden. Het is aan de GI om goed te onderzoeken welke groep en welke locatie het meest in het belang van [de minderjarige] is. Ook is ter zitting besproken dat nog onduidelijk is of [de minderjarige] op haar huidige school kan blijven en hoe de omgang met haar beide ouders en de opa en oma eruit gaat zien. De kinderrechter gaat ervan uit dat ook hier de komende periode vanuit de ondertoezichtstelling aandacht voor is.
De machtiging tot uithuisplaatsing is daarom nog steeds noodzakelijk. De kinderrechter verlengt de machtiging voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 10 augustus 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 augustus 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.C.A Onderwater, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026, in aanwezigheid van mr. J.E. van Veen als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 7 juli 2026. | ||
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! | !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! | |
| !NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.