Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:8977Zaaknummer 11801253

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
11801253
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart: de passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het gesloten zijn van de enige landingsbaan van de luchthaven en het als gevolg daarvan uit de uren lopen van de bemanning. Het betoog van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11801253 \ CV EXPL 25-4728

Uitspraakdatum: 8 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de vennootschap naar het recht harer vestiging

AirHelp Germany GmbH

gevestigd te Berlijn (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen: AirHelp

gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)

tegen

de vennootschap naar het recht harer vestiging

Corendon Dutch Airlines B.V.

gevestigd te Badhoevedorp

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. V.L. van Uden (AKD)

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 9 mei 2024 moest vervoeren van Gazipasa Airport (Turkije) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht CD432 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- de nakosten.

3.2.

AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de passagiers hun vorderingsrecht aan haar hebben overgedragen en dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier.[_407ef0aa-124c-42fa-b59e-58a49ff54abf]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder voert aan dat het vermeende vorderingsrecht van de minderjarige kinderen niet rechtsgeldig is gecedeerd, omdat niet blijkt van wie de handtekening op de cessieformulieren afkomstig is. Dit verweer slaagt niet. AirHelp heeft bij repliek gesteld dat de ouder de formulieren als wettelijk vertegenwoordiger heeft ondertekend. De kantonrechter stelt vast dat de daarop geplaatste handtekening overeenkomt met de handtekening in haar paspoort.

4.3.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_99ab49ef-2372-4f07-a85d-f8ceb9752c0c]

4.4.

De vervoerder stelt dat het toestel waarmee de vlucht zou worden uitgevoerd, eerst werd ingezet voor vlucht CND431 van Amsterdam naar Gazipasa. De enige landingsbaan op de luchthaven van Gazipasa was ten tijde van de geplande aankomst van die vlucht (tijdelijk) gesloten. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een ‘Notice to Airmen’ overgelegd. De vervoerder had geen andere mogelijkheid dan uit te wijken naar een andere luchthaven. Het toestel week uit naar Antalya en vloog vervolgens – na enige tijd te hebben gewacht – terug naar Amsterdam. Vlucht CND431 kon niet meer binnen de toegestane werktijden van de bemanning worden hervat.

4.5.

Op 10 mei 2024 stond het toestel gepland om in de ochtend een vlucht van Amsterdam naar Mytilini (Griekenland) uit te voeren. Omdat het toestel geen passagiers retour zou vervoeren, vloog het na aankomst in Mytilini rechtstreeks door naar Gazipasa om de vlucht uit te voeren. Deze is onder de gewijzigde omstandigheden zo snel mogelijk uitgevoerd, aldus de vervoerder.

4.6.

AirHelp betwist dat de sluiting in dit geval als buitengewone omstandigheid kwalificeert. Volgens haar is deze het gevolg van een te harde landing van een ander toestel van de vervoerder eerder die dag. Bovendien heeft hij onvoldoende aangetoond dat de vlucht niet later op de avond kon worden uitgevoerd. Ook zijn de vluchtrapporten niet overgelegd. Daarom kan niet worden vastgesteld in welke mate de vertraging het gevolg was van de sluiting van de landingsbaan, aldus AirHelp.

4.7.

De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij geen partij was bij het door AirHelp gestelde incident. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat het overleggen van de vluchtrapporten in dit geval geen verschil zou hebben gemaakt. Vast staat namelijk dat het toestel niet vóór 17:30 UTC kon vertrekken. Bovendien heeft AirHelp de stelling van de vervoerder dat de vlucht die dag niet (meer) kon worden uitgevoerd vanwege de wettelijk verplichte rusttijd, onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat dit vast is komen te staan.

4.8.

Het gesloten zijn van de enige landingsbaan van de luchthaven, waardoor de luchthaven niet operationeel was en de bemanning als gevolg daarvan uit de diensturen is gelopen, is een omstandigheid die niet inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening van de vervoerder en waarop hij geen invloed kan uitoefenen. Daarom slaagt het beroep op buitengewone omstandigheden.

4.9.

Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vertraging is immers zo beperkt mogelijk gebleven. Er kon in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.

4.10.

AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.