Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 11 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:8791Zaaknummer C/15/377946

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/377946
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden. Vanwege de persoonlijke problematiek van de minderjarige en het feit dat er sprake is van een gebiedsverbod, is terugkeer naar huis op dit moment niet mogelijk. De komende periode is gericht op het volgen van verdere behandeling, onderwijs en stage. De minderjarige krijgt de kans om te laten zien dat hij zich buiten de gesloten setting waar hij eerder verbleef, verder positief kan ontwikkelen.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 juni 2026 tot 4 december 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/377946 / JU RK 26-761

Datum uitspraak: 11 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder

in de zaak van

de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen de GI,

gevestigd in Amsterdam,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [plaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 mei 2026;
  • het e-mail bericht van de moeder, ontvangen op 9 juni 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI];
  • [begeleider], begeleider van [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder]

De moeder heeft per email bericht aan de rechtbank bericht verhinderd te zijn om de zitting bij te wonen.

1.3.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting eerst apart een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. [de minderjarige] is bij de verdere behandeling van de zitting ook zelf aanwezig gebleven.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.2.

[de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 september 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld en, aansluitend, bij beschikking van 4 december 2025, definitief onder toezicht gesteld tot 4 december 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij (spoed)beschikking van 25 september 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie welke machtiging nadien telkens is verlengd en op dit moment nog voortduurt tot 25 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI heeft het verzoek -samengevat- als volgt onderbouwd.

De GI is van mening dat de opvoedsituatie van [de minderjarige] zorgelijk is en dat hij momenteel niet bij zijn moeder in [plaats] kan verblijven. De zorgen richten zich voornamelijk op [de minderjarige] zijn persoonlijke problematiek en het netwerk waar [de minderjarige] in [plaats]. Het is voor [de minderjarige] onveilig om terug te keren naar [plaats]. Vanwege een in de strafzaak aan hem opgelegd gebiedsverbod, mag hij bovendien ook niet in [plaats] komen.

De afgelopen acht maanden heeft [de minderjarige] bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] in [plaats] in een gesloten jeugdhulpaccommodatie verbleven. Op 12 maart 2026 heeft de kinderrechter de machtiging voor de gesloten plaatsing verlengd in afwachting van financiering door de gemeente van een vervolgplek voor [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder]. De financiering is inmiddels rond en [de minderjarige] is In de week van 27 april jl. verhuisd naar de open groep bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder], in [plaats]. De eerste week daar is positief verlopen en [de minderjarige] lijkt een klik te hebben met de andere jongeren op de groep. Hij heeft hier zijn stage bij een [bedrijf] bedrijf waar hij exclusieve auto’s wast en poetst, voorlopig voortgezet. [de minderjarige] heeft plezier in het werk en gaat hier graag naartoe. Af en toe werkt hij hier ook op zaterdag om geld te verdienen.

3.3.

Op de zitting heeft de GI hieraan toegevoegd, dat het nog steeds goed gaat met [de minderjarige] en dat hij inmiddels op een nieuwe groep ( [groep]) bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] verblijft. [de minderjarige] zit momenteel alleen op de groep maar het is de bedoeling dat er op termijn meer jongeren komen te wonen. [de minderjarige] is gestart met zijn therapie gericht op agressieregulatie. Daarnaast gaat de begeleiding samen met [de minderjarige] en zijn moeder eraan werken om meer structuur in het leven van [de minderjarige] aan te brengen. Omdat [de minderjarige] niet naar [school] kan omdat daar een bekende van hem zit moet hij voor het komende schooljaar worden aangemeld bij een andere, passende school. Verder bleek de stage bij het [bedrijf] bedrijf vanwege de reisafstand niet meer mogelijk te zijn. [de minderjarige] heeft al wel een nieuwe plek gevonden en gaat nu stage lopen bij een broodjeszaak van zijn een-op-een begeleider. [de minderjarige] spreekt wekelijks af met zijn moeder en er wordt voor gezorgd dat hij niet meer in [plaats] komt.

4 De standpunten

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft bij de GI aangegeven het eens te zijn met het verzoek.

Het standpunt van [de minderjarige]

4.1.

heeft de kinderrechter verteld dat het goed met hem gaat. Eerst zat hij in [plaats] daar ging het ook goed maar heeft hij wel 2 keer een waarschuwing gekregen. Inmiddels verblijft hij op een nieuwe groep van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats]. Hier zijn op dit moment geen andere jongeren op de groep. [de minderjarige] verblijft er alleen met de begeleiding, maar dat vindt hij juist fijn. Het is er rustig en hij heeft zo veel ruimte voor zichzelf. Hij neemt de voorgeschreven medicatie voor zijn ADHD in en is begonnen met zijn therapie. Hij heeft een eerste gesprek gehad en dat is goed verlopen. . Over drie maanden wordt hij vijftien jaar en hij is nu aan het solliciteren voor werk. Daarnaast gaat hij weer wekelijks kick-boks training volgen en heeft hij een nieuwe stageplek bij een broodjeszaak. Hij wil graag bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] blijven.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en wat op de de zitting is besproken is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding.[_798d14de-2f7b-413f-9b6b-4300a145e413]

5.2.

Vanwege de zorgen over de persoonlijke problematiek van [de minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat terugkeer naar huis op dit moment niet mogelijk is. Bovendien heeft [de minderjarige] nog altijd een gebiedsverbod voor [plaats]. Het doet de kinderrechte plezier dat de beoogde vervolgplek voor [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] is gerealiseerd en de financiering van deze plek door de gemeente is goedgekeurd. [de minderjarige] kan hier met behulp van de geboden hulpverlening vanuit een veilige en stabiele omgeving verder werken aan zijn ontwikkeling. Het is positief dat [de minderjarige] laat zien dat hij steeds meer openstaat voor therapie en begeleiding en hiervan profiteert. De komende maanden zullen zijn gericht op het volgen van verdere behandeling, onderwijs en stage. [de minderjarige] krijgt zo vanuit [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] de kans om te laten zien dat hij zich ook buiten de gesloten setting verder positief kan blijven ontwikkelen.

5.3.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 juni 2026 tot 4 december 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026, in aanwezigheid van B.H.E. Zuidam als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.