Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8637Zaaknummer 12033767 CV EXPL 25-5074
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- 12033767 CV EXPL 25-5074
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Effectenlease. De kantonrechter heeft op verzoek van Dexia uitstel verleend voor het geven van antwoord. Dexia heeft niet binnen de daarvoor gegeven termijn geantwoord. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
2 De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [eiseres] gesloten overeenkomsten met nummer 22503820 en 22503819 onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld door [eiseres] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiseres] niet alleen als klant aanbracht maar [eiseres] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat,
verklaart voor recht dat [eiseres] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] te betalen de schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in r.o. 1.3.,
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 669,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12033767 CV EXPL 25-5074
vonnis van de kantonrechter van 10 juni 2026
in de zaak van
1 [eiser 1]
2. [eiser 2],
beiden wonenden te [plaats] (gemeente [gemeente]),
eisende partijen,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [eiseres] en Dexia genoemd.
1 De overwegingen van de kantonrechter
De kantonrechter heeft na kennisneming van de vorderingen op verzoek van Dexia uitstel verleend voor het geven van antwoord. Dexia heeft niet binnen de daarvoor gegeven termijn geantwoord.
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
Voor recht zal worden verklaard dat Dexia met betrekking tot de overeenkomsten met nummer 22503820 en 22503819 waarover het in deze procedure gaat, onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld en dat Dexia de als gevolg daarvan door [eiseres] geleden schade aan [eiseres] zal moeten vergoeden. Wat die schade is, kunnen partijen inmiddels zelf berekenen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten. De voor vergoeding in aanmerking komende schade bestaat uit de door [eiseres] betaalde inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen) en het niet vergoede gedeelte van de (fictieve) restschuld. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met te verrekenen genoten voordelen, waaronder daadwerkelijk ontvangen dividenduitkeringen, fiscale voordelen en een eventueel in aanmerking te nemen batig saldo uit voorgaande overeenkomsten. In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910). De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in HR 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en HR 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3).
Dexia zal, als in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiseres] gevallen. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 93,00
- salaris gemachtigde € 288,00
- nakosten € 144,00
Totaal € 669,47.
De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen.
2 De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [eiseres] gesloten overeenkomsten met nummer 22503820 en 22503819 onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld door [eiseres] als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat de tussenpersoon [eiseres] niet alleen als klant aanbracht maar [eiseres] tevens persoonlijk had geadviseerd en de tussenpersoon geen vergunning daarvoor bezat,
verklaart voor recht dat [eiseres] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
veroordeelt Dexia om aan [eiseres] te betalen de schade, vermeerderd met de wettelijke rente daarover een en ander zoals weergegeven in r.o. 1.3.,
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 669,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.