Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8473Zaaknummer 11842863 \ CV EXPL 25-5374
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Publicatiedatum
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 11842863 \ CV EXPL 25-5374
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Verstek
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ambtshalve toetsing. Eindvonnis. Geen reactie eisende partij op voorlopig oordeel in tussenvonnis. Vernietiging oneerlijke incassokostenbedingen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 192,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 179,51 vanaf 12 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 145,89;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 43,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11842863 \ CV EXPL 25-5374
Uitspraakdatum: 8 juli 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser], handelende onder de naam [bedrijf]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Armaere B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De verdere procedure
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de eisende partij de mogelijkheid gegeven om te reageren op het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft niet (tijdig) gereageerd.
2 De verdere beoordeling
De kantonrechter blijft bij wat hij in het tussenvonnis heeft geoordeeld over de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. Daarom vernietigt de kantonrechter het in het tussenvonnis opgenomen beding uit de praktijkvoorwaarden, voor zover dit de incassokosten betreft, en de artikelen 9 tot en met 12 van de KNMT-voorwaarden, eveneens voor zover deze de incassokosten betreffen. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 192,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 179,51 vanaf 12 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 145,89;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 43,00;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.