Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:8465Zaaknummer 11887059 \ CV EXPL 25-6268

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
11887059 \ CV EXPL 25-6268
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers vorderen compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van een buitengewone omstandigheid; door raketaanvallen van Israël en Iran was het niet verantwoord om de vlucht uit te voeren. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 144,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1]
  2. 3. [eiser 3]
  3. 1 Het procesverloop
  4. 2 De feiten
  5. 3 Het geschil
  6. 4 De beoordeling
  7. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11887059 \ CV EXPL 25-6268

Uitspraakdatum: 8 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1]

2. [eiser 2] beiden wonende te [plaats 1]

3. [eiser 3]

4. [eiser 4] beiden wonende te [plaats 2]

5. [eiser 5]wonende te [plaats 3]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Austrian Airlines AG

gevestigd te Schwechat, Oostenrijk

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers vorderen compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van een buitengewone omstandigheid; door raketaanvallen van Israël en Iran was het niet verantwoord om de vlucht uit te voeren. Het verweer slaagt en de vorderingen worden afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen, de kinderen van passagiers sub 1 en sub 2 en de kinderen van passagiers sub 3 en sub 4 op 19 april 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Wenen, Oostenrijk, naar Erbil, Irak, met vluchtcombinatie OS378 en OS829.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht OS829 van Wenen naar Erbil (hierna: de vlucht) geannuleerd.

2.3.

Passagiers sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 hebben de eventuele vorderingsrechten van hun minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen.

2.4.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 5.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 645,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_0239470a-99c1-4f33-b6bc-3154e8c43636]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_4f5367b0-aadc-4df4-815f-4458a06076f1]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een vertragingsoorzaak buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en de luchtvaartmaatschappij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_058e6303-6f3f-468c-b0f5-9efa34c33d8c]

4.3.

De vervoerder stelt dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege een onveilige veiligheidssituatie. In de nacht voordat de vlucht uitgevoerd zou worden heeft Israël een raketaanval op Iran uitgevoerd. Iran had al eerder aangekondigd dat een dergelijke aanval tot een tegenaanval zou leiden. De bestemming van de vlucht lag tussen de twee landen in. Uit veiligheidsoverwegingen heeft de vervoerder daarop besloten de vlucht te annuleren.

4.4.

Het betoog slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de passagiers onvoldoende gemotiveerd betwist dat het uit veiligheidsoverwegingen en vanwege de (verwachte) aanvallen van Israël en Iran niet verantwoord was om de vlucht doorgang te laten vinden. De omstandigheid dat het niet verboden was om door het luchtruim te vliegen of dat de annulering niet plaatsvond op verzoek van de luchtverkeersleiding, maken dit niet anders. Een dergelijk veiligheidsrisico is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft hier ook geen invloed op. Daarmee was de annulering het gevolg van een buitengewone omstandigheid.

4.5.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de veiligheidssituatie en dus de annulering niet kon voorkomen. Hij heeft passagiers sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 met gebruikmaking van een automatisch omboekingssysteem omgeboekt naar de snelst beschikbare alternatieve vluchten naar de eindbestemming. Voor passagier sub 5 was geen (redelijke) alternatieve vlucht beschikbaar. Daardoor verloor de reis voor passagier sub 5 zijn doel. Passagier sub 5 heeft een retourvlucht gekregen en terugbetaling van de ticketkosten.

4.6.

De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat er wel degelijk (eerdere) alternatieve vluchten voor hen beschikbaar waren. Als de vervoerder hen op deze vluchten had omgeboekt, had hij de vertraging voor hen beperkt.

4.7.

De vervoerder heeft herhaald dat hij de passagiers heeft omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief. Weliswaar worden de gegevens uit het automatische omboekingssysteem niet bewaard, maar als er eerdere alternatieven beschikbaar waren geweest, dan zouden de passagiers daarop zijn omgeboekt. Voor passagier sub 5 was er in het geheel geen alternatieve vlucht beschikbaar.

4.8.

Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij passagier sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 na de annulering heeft omboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming, dat er voor passagier sub 5 geen (redelijk) alternatief beschikbaar was en dat deze laatste in onderling overleg heeft gekozen voor terugbetaling en een retourvlucht. De passagiers hebben dit onvoldoende gemotiveerd betwist; uit de door hen overgelegde lijst met alternatieven blijkt immers niet dat er daar ook plaats voor hen op beschikbaar was. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht en de passagiers hebben in dit verband ook niets anders aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen zullen worden afgewezen.

4.9.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 144,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.