Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:8457Zaaknummer 12074341 \ CV FORM 26-594

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
12074341 \ CV FORM 26-594
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. EPGV. De passagiers vragen compensatie voor een vertraagde vlucht. Hierdoor hebben zij een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt niet omdat de passagiers de aansluitende vlucht ook zouden hebben gemist als de buitengewone omstandigheden zich niet hadden voorgedaan. Het verzoek wordt toegewezen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [verzoeker 1]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissingDe kantonrechter:

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 12074341 \ CV FORM 26-594

Uitspraakdatum: 1 juli 2026

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker 1]

2. [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats]

verzoekende partijen

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Italia Trasporto Aereo S.p.A.

gevestigd te Rome, Italië

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. L. Rietveld (Heussen)

De zaak in het kort

De passagiers vragen compensatie voor een vertraagde vlucht. Hierdoor hebben zij een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer slaagt niet omdat de passagiers de aansluitende vlucht ook zouden hebben gemist als de buitengewone omstandigheden zich niet hadden voorgedaan. Het verzoek wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Dit verloop blijkt uit:

  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C).

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 12 en 13 juli 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Rome, Italië, naar Tokio, Japan, met vluchtcombinatie AZ107 en AZ792.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht AZ107 van Amsterdam naar Rome (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald

3 Het geschil

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_28fd8bd9-4ac6-4fdc-84da-545f971d3d83]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_84ddd7a3-2101-4b3a-941a-e65945afc0cb]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en deze daar ook geen invloed op kon uitoefenen.[_8c52d31f-08b2-438a-8133-d875a21d57e9]

4.3.

De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Rome – Amsterdam – Rome (vluchtnummers AZ108 en AZ107). De luchtverkeersleiding legde voorafgaand aan het vertrek van vlucht AZ108 van Rome naar Amsterdam een latere vertrektijd aan het toestel op. Daardoor kon het pas 52 minuten later dan gepland vertrekken.

4.4.

De vertraging van vlucht AZ108 werkte met 41 minuten door op de vlucht in kwestie. Vervolgens legde de luchtverkeersleiding het toestel ook voorafgaand aan het vertrek van de vlucht in kwestie een latere vertrektijd op, waardoor de vertraging met 7 minuten opliep bij vertrek. Uiteindelijk is de vlucht met een uur vertraging aangekomen. Daardoor misten de passagiers de aansluitende vlucht.

4.5.

Het verweer slaagt niet. De kantonrechter overweegt dat indien de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, dit niet de mogelijkheid heeft om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Dit betekent dat de vertraging van vlucht AZ108 het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.6.

De vertraging van vlucht AZ108 werkte met 41 minuten door op de vlucht in kwestie, waarna deze met 7 minuten extra werd vertraagd door een latere opgelegde vertrektijd. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht in kwestie voor de duur van 48 minuten het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft echter niet toegelicht wat de oorzaak was van de aanvullende vertraging van de vlucht in kwestie, zodat hierover niet geoordeeld kan worden dat deze eveneens het gevolg was van buitengewone omstandigheden.

4.7.

Omdat de vertraging deels door buitengewone en deels door andere omstandigheden is veroorzaakt, moet worden beoordeeld of de passagiers hun aansluitende vlucht wel zouden hebben gehaald als de buitengewone omstandigheden zich niet hadden voorgedaan. De passagiers zijn om 15:10 uur aangekomen in Rome. De aansluitende vlucht is om 14:55 uur vertrokken. Zonder de (doorwerking van) buitengewone omstandigheden zou de vlucht in kwestie om 14:22 uur zijn aangekomen.

4.8.

De vervoerder heeft niet gesteld wat de minimaal benodigde overstaptijd (‘MCT’) op de luchthaven van Rome bedraagt. De passagiers hebben echter aangevoerd dat dit 45 minuten is en de vervoerder heeft niet weersproken. Dit betekent dat indien de buitengewone omstandigheden zich niet hadden voorgedaan, de passagiers de aansluitende vlucht alsnog zouden hebben gemist. De uiteindelijke langdurig vertraagde aankomst van de passagiers op de eindbestemming was daarmee niet het gevolg van de buitengewone omstandigheden. De compensatie zal worden toegewezen.

4.9.

De verzochte wettelijke rente over de compensatie is eveneens toewijsbaar, met ingang van de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop zij op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een verzoek tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is.[_78dbf6d5-1be0-4832-bae8-2ee5566b4549] Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen zoals verzocht.

4.10.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

4.11.

De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden

4.12.

De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

4.13.

Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.[_c13a6d60-cf00-4f92-8d0f-f292139edb2e]

5 De beslissingDe kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.417,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 13 juli 2024 en over € 217,80 vanaf 28 januari 2026 tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 233,00 aan griffierecht en € 217,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.