Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 22 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:8020Zaaknummer C/15/376075 / FA RK 26/1530
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 22 juni 2026
- Publicatiedatum
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- C/15/376075 / FA RK 26/1530
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tijdelijk huisverbod. Achterblijvende partner wel belanghebbende, geen procesbelang.
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
| Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ok, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Moes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026. |
| Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank NOORD-HOLLAND
Sectie Familie & Jeugd
locatie Haarlem
Wet tijdelijk huisverbod
zaak-/rekestnummer: C/15/376075 / FA RK 26/1530 (beroep)
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026
in de zaak van
[eiseres], eiseres,
wonende te [plaats],
tegen
de burgemeester van de gemeente Zaanstad, verweerder,
zetelende te Zaanstad,
gemachtigde: [gemachtigde], namens de afdeling Juridische Zaken,
in welke zaak belanghebbenden zijn:
[de uithuisgeplaatste man],
hierna te noemen: de uithuisgeplaatste man,
wonende te [plaats],
[de zoon]
hierna te noemen: de zoon,
wonende te [plaats],
[de dochter],
hierna te noemen: de dochter,
wonende te [plaats].
1 De procedure
Bij besluit van 11 maart 2026 heeft verweerder aan de uithuisgeplaatste man een huisverbod als bedoeld in de Wth[_03d4d2a1-4bd7-4a49-860a-d1bb2df96462] en een contactverbod met eiseres, de zoon en de dochter opgelegd voor de periode van 11 maart 2026 tot 21 maart 2026.
Bij besluit van 20 maart 2026 is het huisverbod en contactverbod verlengd met een aansluitende periode van 18 dagen, derhalve tot 8 april 2026.
Tegen het besluit van 20 maart 2026 (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 23 maart 2026 beroep ingesteld.
Namens verweerder zijn de volgende stukken ingediend:
- een episodejournaal;
- het proces-verbaal van bevindingen hulpofficier van justitie voor een beslissing huisverbod van 11 maart 2026;
- het formulier Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld d.d. 11 maart 2026;
- het formulier Situatie ter plaatste van 11 maart 2026;
- het formulier Zorgadvies t.b.v. het verlengen/intrekken van een tijdelijk huisverbod d.d. 19 maart 2026;
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2026. Hierbij is verschenen en gehoord:
- [gemachtigde], namens de burgemeester van de gemeente Zaanstad.
Eiseres en de belanghebbenden zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
2 De beoordeling
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres belanghebbende is in deze procedure. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is, omdat het besluit niet aan haar is opgelegd en de voorwaarden in het besluit niet voor haar gelden. De rechtbank volgt dit niet en overweegt hiertoe als volgt. Het besluit is weliswaar niet aan de eiseres opgelegd, maar het besluit en de gevolgen daarvan raken haar wel direct. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat eiseres weldegelijk belanghebbende is.
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of eiseres in de onderhavige procedure procesbelang heeft. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt hiertoe als volgt. De rechtbank stelt vast dat de verlenging van het tijdelijk huisverbod is verstreken op 8 april 2026. Zoals de Afdeling[_4677cc51-651a-4b8b-b6fa-9b18b6a172bc] eerder heeft overwogen[_8819a344-94e0-4e19-a725-7b90e42e701c] heeft een persoon aan wie een tijdelijk huisverbod is opgelegd dat is geëindigd ten tijde van de toetsing daarvan door de rechter, nog een rechtens te beschermen belang bij beoordeling van de rechtmatigheid van dit besluit. Daarbij is redengevend dat een huisverbod, gelet op de gronden waarop dit wordt opgelegd, een publiekelijke afwijzing van het gedrag van de betrokkene impliceert. Gelet hierop is tot op zekere hoogte aannemelijk dat iemand aan wie een huisverbod is opgelegd, als gevolg daarvan in zijn eer en goede naam is geschaad. In dit geval is het beroep ingesteld door de partner van de uithuisgeplaatste man. Ten aanzien van haar kan niet geconcludeerd worden dat zij in haar eer en goede naam is geschaad. Ook anderszins heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij procesbelang heeft. Zo is door haar niet onderbouwd dat zij schade heeft geleden door de verlengingsbeslissing. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van procesbelang.
Dat betekent dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar beroep. Aan de bespreking van de inhoudelijke beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.
3 De beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
| Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ok, rechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Moes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2026. |
| Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.