Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7974Zaaknummer C/15/379610 / JU RK 26-994
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Publicatiedatum
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- C/15/379610 / JU RK 26-994
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] [plaats], in een pleeggezin en/of gezinshuis met ingang van 30 juni 2026 tot 28 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. M. Flipse op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/379610 / JU RK 26-994
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Velserbroek,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats],
hierna te noemen: [de minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 30 juni 2026.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juni 2026 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 2 juni 2027.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin en/of gezinshuis te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin en/of gezinshuis te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Bij beschikking van 2 juni 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Tijdens de zitting zijn de ernstige zorgen die er over de ontwikkeling én veiligheid van [de minderjarige] bestaan besproken. Ook is nadrukkelijk besproken dat de moeder de komende periode moet gaan inzien dat [de minderjarige] meer nodig heeft dan wat de moeder haar op dit moment biedt. De moeder heeft daarbij een allerlaatste kans gekregen om te laten zien dat zij leerbaar is en in staat om aan de opvoedbehoeften van [de minderjarige] te voldoen. Daarbij is aan de moeder duidelijk te kennen gegeven dat als zij zich hiervoor niet voldoende inzet, de kans reëel is dat [de minderjarige] ter borging van haar ontwikkeling en veiligheid niet langer bij de moeder kan opgroeien.
De moeder verblijft sinds 12 juni 2026 met [de minderjarige] in een moeder/kindhuis. Hier zijn de zorgen vanaf het begin van de plaatsing groot. Het moeder/kind huis heeft nu aangegeven de veiligheid van [de minderjarige] niet te kunnen waarborgen. Het gedrag van de moeder is niet te duiden en onveilig. De moeder is niet zichtbaar en neemt geen enkele aanwijzing van de groepsleiding aan. Ze trekt zich terug op haar kamer en neemt [de minderjarige] mee, waardoor er geen zicht op haar is. De moeder weigert drugstesten en komt de veiligheidsafspraken niet na. De moeder reageert weinig inhoudelijk op de zorgen die worden geuit en herhaalt voornamelijk dat zij de uitkomst van het hoger beroep zal afwachten. Hierdoor is samenwerking met de moeder onmogelijk en is sprake van een situatie waarin sprake is van acute onveiligheid voor [de minderjarige].
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.[_b4cce786-361a-4b93-a2d0-8afb4b36cd89]
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] [plaats], in een pleeggezin en/of gezinshuis met ingang van 30 juni 2026 tot 28 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. M. Flipse op [datum] in het gerechtsgebouw van deze rechtbank, aan de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.