Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Noord-Holland, 25 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7914Zaaknummer HAA 25/3259

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
HAA 25/3259
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van het verzoek van eiseres om een tegemoetkoming voor de studievoucher. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het verzoek om een tegemoetkoming voor de studievoucher op de juiste gronden heeft afgewezen.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2026 door mr. M. Jurgens, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Boerrigter, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit Badhoevedorp, eiseres
  2. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister
  3. Inleiding
  4. Beslissing
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/3259

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Badhoevedorp, eiseres

(gemachtigde: mr. R. Verspaandonk),

en

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister

(gemachtigde: mr. H. Bouwhuys).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van het verzoek van eiseres om een tegemoetkoming voor de studievoucher.

1.1.

De minister heeft dit verzoek met het besluit van 5 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van het verzoek gebleven.

1.2.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister van 6 juni 2025 op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

1.4.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank ziet geen reden om aan eiseres tegemoet te komen. Dit heeft twee redenen. Ten eerste doet eiseres een beroep op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank kan een wet in formele zin niet toetsen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bovendien is er rekening mee gehouden door de wetgever. Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om de doelgroep af te bakenen. Zie het antwoord van de minister op de Kamervragen van 27 januari 2025 (TK vergaderjaar 2024-2025, aanhangsel van de Handelingen, 1116). De minister is niet van plan om de wet te wijzigen. Verder is naar het oordeel van de rechtbank in het kader van de hardheidsclausule geen sprake van onbillijkheden van overwegende aard. Eiseres heeft namelijk geen studieschuld. Ook is de tegemoetkoming voor de studievoucher bedoeld voor een andere doelgroep. Daarop wordt het beroep ook niet gehonoreerd.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2026 door mr. M. Jurgens, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Boerrigter, griffier.

griffierrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.