Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7883Zaaknummer K/4101/12038614

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
K/4101/12038614
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Alkmaar
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

erfrecht; verzoek vaststelling rechtsgevolgen van handelingen erfgenaam: zuivere aanvaarding of beneficiaire aanvaarding? Verzoeker neemt geen standpunt in over de vraag of de nalatenschap door de erfgenaam zuiver of beneficiair is aanvaard, maar laat dit over aan de kantonrechter. Geen taak voor de kantonrechter om daarover een standpunt in te nemen, dat moet verzoeker zelf doen. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: 12038614 \ EJ VERZ 25-449 (rvk)

Beschikking van 30 juni 2026

in de zaak van

[verzoeker],

te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] of verzoeker,

gemachtigde: N.J. Evertze-Zonneveld,

[belanghebbende],

te [woonplaats],

belanghebbende,

hierna te noemen: [belanghebbende].

in de nalatenschap van:

[erflater]

geboren op [geboortedatum] 1941 en overleden op 26 mei 2025

laatst gewoond hebbende te Castricum

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- aanvullende brief van [verzoeker] van 17 maart 2026.

1.2.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op 26 mei 2025 is overleden de heer [erflater], geboren te Bandoeng, Nederlands Indië op [geboortedatum] 1941, laatstelijk wonende te Castricum.

2.2.

Erflater heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt en tot zijn enig erfgenaam benoemd, [belanghebbende], belanghebbende.

2.3.

Erflater heeft aan zijn twee kleinkinderen, de kinderen van [belanghebbende], een bedrag van ieder € 22.000,- gelegateerd.

2.4.

Uit een akte afgegeven door de griffier van de rechtbank Noord-Holland van 8 september 2025 blijkt dat [belanghebbende] de nalatenschap van erflater beneficiair heeft aanvaard.

3 Het verzoek

3.1.

Verzoeker verzoekt dat de kantonrechter vaststelt dat [belanghebbende] de nalatenschap van erflater ofwel beneficiair, ofwel zuiver heeft aanvaard.

3.2.

Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. Er zijn voorafgaand aan de beneficiaire aanvaarding handelingen verricht en uitgaven gedaan door [belanghebbende] rondom het regelen van de uitvaart. Verzoeker neemt geen standpunt in of dit een zuivere aanvaarding vormt. Verzoeker vraagt de kantonrechter een standpunt in te nemen of de gedragingen maken dat [belanghebbende] zuiver heeft aanvaard, of dat er sprake is van een beneficiaire aanvaarding. Er is volgens verzoeker in deze zaak geen wederpartij.

4 De beoordeling

4.1.

Verzoeker baseert zijn verzoek op artikel 4:194 a Burgerlijk Wetboek (BW) en stelt dat hij er een belang bij heeft dat de kantonrechter vaststelt of uitlegt wat de rechtsgevolgen zijn van de handelingen van [belanghebbende].

4.2.

De kantonrechter is van oordeel dat artikel 4:194a BW daar niet voor is geschreven, in dat artikel staat dat erfgenamen die zuiver hebben aanvaard, na ontdekking van een onbekende schuld (een schuld die zij niet kenden of behoorden te kennen) alsnog met machtiging van de kantonrechter beneficiair kunnen aanvaarden. Gesteld noch gebleken is dat de erfgenaam kennis heeft gekregen van een schuld.

4.3.

Belangrijker nog is dat verzoeker het aan de kantonrechter overlaat om een standpunt in te nemen of zuiver is aanvaard of dat beneficiair is aanvaard door de erfgenaam. Verzoeker neemt daarover zelf geen standpunt in. Dat moet verzoeker echter wel doen, het behoort niet tot de taak van de kantonrechter om daar in het kader van een verzoek een standpunt over in te nemen. Op deze manier kan uit het verzoek ook niet opgemaakt worden op welke juridische grondslag het verzoek gebaseerd is -er worden immers twee mogelijkheden opengelaten. Ook na het opvragen van nadere informatie bij verzoeker is dit niet duidelijk geworden. De kantonrechter heeft er begrip voor dat verzoeker zijn moeder, de erfgename, niet wil belasten, maar dat doet er niet aan af dat het aan verzoeker is om een juridisch standpunt in te nemen.

4.4.

Daarbij komt dat de kantonrechter niet bevoegd is vast te stellen of de erfgenaam door gedragingen de nalatenschap zuiver heef aanvaard. Verzoeker kan, indien hij van mening is dat de erfgenaam zuiver heeft aanvaard, daarover een verklaring voor recht vragen. Dit moet bij de rechtbank gebeuren en hierbij moet de dagvaardingsprocedure gevolgd worden. De kantonrechter zal niet overgaan tot het verwijzen van de zaak naar de rechtbank omdat het verzoek te onduidelijk is.

4.5.

De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.