Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 20 mei 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7774Zaaknummer 12003215 \ CV EXPL 25-4741
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 20 mei 2026
- Publicatiedatum
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- 12003215 \ CV EXPL 25-4741
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
huur, woning, losliggende tegels in tuin, vordering sluit niet aan bij wensen verhuurder,
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Het Grootslag af,
veroordeelt Het Grootslag in de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagden] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12003215 \ CV EXPL 25-4741
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING HET GROOTSLAG,
te Wervershoof,
eisende partij,
hierna te noemen: Het Grootslag,
gemachtigde: M.G. Lasonder,
tegen
1 [gedaagde sub 1],
te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2],
te [woonplaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 november 2025
- het mondeling antwoord van 10 december 2025
- de aanvullende foto’s van [gedaagden] ontvangen op 23 december 2025
- het tussenvonnis van 14 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de akte van Het Grootslag van 17 maart 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Tussen partijen is op 17 april 2003 een huurovereenkomst tot stand gekomen met Het Grootslag als verhuurster en [gedaagden] als huurders betreffende de woning gelegen aan het adres [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning).
Op 24 december 2024 heeft Het Grootslag aan [gedaagden] een brief gestuurd waarin zij naar aanleiding van het verzoek van 13 november [gedaagden] dringend verzoeken om de losliggende stenen aan de voorkant van de woning weg te halen.
Bij brief van 28 januari 2025 heeft Het Grootslag [gedaagden] een termijn van veertien dagen gegeven voor verwijdering van losliggende stenen aan de voorkant en achterkant van de woning. Het Grootslag verwacht dat de tuin zodanig wordt onderhouden dat deze geen overlast veroorzaakt voor anderen.
Het Grootslag heeft [gedaagden] bij brief van 5 augustus 2025 medegedeeld dat er naar aanleiding van het bezoek in februari 2025 nog niets veranderd is in de tuin. Het Grootslag verzoekt [gedaagden] te laten weten wanneer de tuin wordt gedaan.
Op 1 oktober 2025 heeft Het Grootslag [gedaagden] wederom gewezen op de losliggende stenen aan de voorkant en aan de achterkant van de tuin. [gedaagden] worden gesommeerd om binnen veertien dagen de losliggende stenen aan de voorkant en aan de achterkant van de woning weg te halen en te verlagen. Als [gedaagden] hiermee in gebreke blijven, dan zal Het Grootslag de kantonrechter verzoeken een machtiging te verlenen om de noodzakelijke werkzaamheden uit te laten voeren.
3 Het geschil
Het Grootslag vordert - samengevat – dat [gedaagden] de losliggende stenen uit de voor- en achtertuin verwijderen en indien zij hier niet aan voldoen Het Grootslag een machtiging te verlenen tot het verschaffen van toegang tot de voor- en achtertuin van [gedaagden] om de hiervoor genoemde werkzaamheden uit te (laten) voeren, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.
Het Grootslag legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagden] handelen in strijd met de bepalingen in de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden door niet de losliggende stenen aan de voorkant en achterkant van de woning te verwijderen. De stenen leveren ook struikelgevaar op. Het Grootslag heeft er recht en belang bij dat [gedaagden] hiertoe overgaan en als zij dat niet zelf (laten) doen dan wil Het Grootslag dit (laten) doen op kosten van [gedaagden].
[gedaagden] voeren verweer. Zij voeren aan dat Het Grootslag hen geen redelijke termijn heeft gegeven voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan de tuin. Zij hebben materialen aangeschaft en verbeteringen aan de tuin aangebracht, maar hebben ook te maken met financiële beperkingen. De dagvaarding is daarom onterecht aangebracht omdat deze is gebaseerd op oude of onjuiste informatie.
[gedaagden] stellen verder dat sprake is van ernstige gebreken in de woning. Het Grootslag handelt in strijd met het goed verhuurderschap door de gebreken, ondanks meldingen, niet te herstellen. Daarnaast zijn [gedaagden] onbeschoft behandeld door Het Grootslag. De telefoon werd opgehangen en de klachten van [gedaagden] werden niet gehoord.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagden] de losliggende stenen uit de voortuin en achtertuin van de woning moeten verwijderen. De kantonrechter zal de vordering afwijzen. Hiertoe is het volgende overwogen.
Of [gedaagden] tekort zijn geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en de huurvoorwaarden kan in het midden blijven. Het Grootslag heeft gevorderd [gedaagden] te veroordelen de losliggende stenen uit de voor- en achtertuin te verwijderen. Het Grootslag heeft echter ter zitting verklaard dat zij wil dat de tegels van de voortuin zodanig strak en verlaagd worden aangelegd dat bij het op- en afrijden van de auto’s van [gedaagden], de tegels niet meer verschuiven of verplaatsen. In het verlengde daarvan verklaarde Het Grootslag dat de tegels omzoomd dienen te worden met een verharde sluitband die voormelde verschuivingen onmogelijk maakt. Ook de achtertuin ligt volgens Het Grootslag ver boven het normale niveau. Dit alles sluit zodanig niet aan bij het petitum zoals dat in de dagvaarding is geformuleerd dat de kantonrechter ook als hij gebruik zou maken van zijn bevoegdheid om het gevorderde uit te leggen dan wel het mindere toe te wijzen, niet tot toewijzing van het gevorderde over kan gaan. Kort gezegd, omdat dit op geen enkele wijze aansluit bij de wensen van Het Grootslag en voorts op geen enkele wijze bijdraagt aan een oplossing. Het Grootslag heeft de vordering niet gewijzigd zodat de kantonrechter niet anders kan dan de vordering afwijzen.
Voor zover Het Grootslag een dictum verlangt dat een executeerbare titel oplevert, waarmee zij uit de voeten kan, zal zij een nieuwe dagvaarding moeten uitbrengen.
[gedaagden] hebben nog gesteld dat sprake is van ernstige gebreken aan de woning en dat zij onbeschoft door Het Grootslag zijn behandeld. Het betoog van [gedaagden] hierover is voor de beoordeling van de vordering van Het Grootslag niet relevant. [gedaagden] hebben tot slot geen tegenvordering terzake ingesteld. De kantonrechter gaat hier daarom aan voorbij.
Het Grootslag is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden tot en met vandaag vastgesteld op nihil.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Het Grootslag af,
veroordeelt Het Grootslag in de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagden] worden vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.