Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Noord-Holland, 5 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7720Zaaknummer NL:TZ:0000148623:B001 ZK
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Publicatiedatum
- 27 juli 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:0000148623:B001 ZK
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Betrokkene staat onder bewind wegens schulden. De schulden zijn opgelost en de bewindvoerder wil het bewind aanhouden op de grond verkwisting. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat er sprake is van verkwisting. Betrokkene staat al lang onder bewind en er is alng gedaan over het afbetalen van de schulden. Nu er geen schulden meer zijn, is er geen grond meer voor het bewind. De kantonrechter heft het bewind op.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind af;
- heft het bewind ten behoeve van [betrokkene] met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking op;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op. |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledige tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
| zaaknummer | : | NL:TZ:0000148623:B001 ZK |
| dossiernummer | : | BM15096 |
| datum | : | 5 juni 2026 |
beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
R.P.F. van Maas, h.o.d.n. RVM-Bewindvoering,Deimoslaan 9 a, 1702 CK Heerhugowaard,Kamer van Koophandel-nummer 51522748,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],[adres]hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 17 januari 2026;
- de schriftelijke reactie van de betrokkene, ontvangen op 9 maart 2026;
- het bericht van de verzoeker, ontvangen op 2 april 2026;
- de aanvullende reactie van de betrokkene, ontvangen op 15 april 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 mei 2026. Daarbij waren betrokkene en verzoeker aanwezig.
beoordeling
Verzoeker vraagt om wijziging van de grond van het bewind van ‘verkwisting of het hebben van problematische schulden’ naar de grond ‘verkwisting’. Verzoeker verwacht dat betrokkene opnieuw schulden zal maken als het bewind eindigt, omdat betrokkene veel geld uitgeeft. Volgens de bewindvoerder is er sprake van verkwisting. Verzoeker heeft niet bedoeld om een verlenging van vier jaar te vragen, maar hij vindt het wel verstandig als het bewind voorlopig voortduurt.
Betrokkene wil opheffing van het bewind. Het bewind is ingesteld vanwege de problematische schulden en betrokkene is sinds 2025 schuldenvrij. Er is geen reden meer voor het bewind. Betrokkene is het er ook niet mee eens dat verzoeker in zijn verzoek heeft aangegeven het bewind met een termijn van vier jaar te willen verlengen.
Uit de stukken en de behandeling op zitting is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk geworden dat er sprake is van verkwisting. Betrokkene heeft een goed inkomen en hij geeft geld uit aan zaken die voor hem belangrijk zijn, zoals kleding en zijn auto. Volgens verzoeker vraagt betrokkene regelmatig om extra geld. Dat acht de kantonrechter echter onvoldoende om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat er sprake is van verkwisting door betrokkene. Vast staat immers dat het inkomen van betrokkende de ruimte biedt voor extra uitgaven en dat betrokkene geen nieuwe schulden maakt. De kantonrechter overweegt dat betrokkene sinds 2014 onder bewind staat. Dat is een lange tijd, en er is lang over gedaan om de schulden af te betalen. Nu er geen schulden meer zijn, is de grond voor het bewind komen te vervallen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voldoende aannemelijk dat betrokkene de financiën weer zelfstandig kan doen, waar nodig met hulp van familie. De kantonrechter zal het bewind opheffen.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag van het bewind af;
- heft het bewind ten behoeve van [betrokkene] met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking op;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op. |
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.