Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 24 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7710Zaaknummer 11832420 \ CV EXPL 25-5208

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
11832420 \ CV EXPL 25-5208
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart. De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk, onder meer, latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding tijdens een eerdere vlucht. Het verweer slaagt. De vorderingen worden afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]
  2. 1 Het procesverloop
  3. 2 De feiten
  4. 3 Het geschil
  5. 4 De beoordeling
  6. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11832420 \ CV EXPL 25-5208

Uitspraakdatum: 24 juni 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1] 2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Turk Havayollari A.O. (Turkish Airlines)

gevestigd te Istanboel, Turkije

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. G.I. Niesert (LVH advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers vorderen compensatie voor een vertraagde vlucht. De vervoerder doet een beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk, onder meer, latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding tijdens een eerdere vlucht. Het verweer slaagt. De vorderingen worden afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en hun kind op 24 en 25 december 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanboel, Turkije, naar Bangkok, Thailand, met vluchtcombinatie TK1954 en TK68.

2.2.

De vervoerder heeft vlucht TK1954 van Amsterdam naar Istanboel (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers en hun kind hebben de aansluitende vlucht gemist. Zij zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben het eventuele vorderingsrecht van hun minderjarige kind aan zichzelf overgedragen.

2.4.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 270,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.[_50332a85-2961-4ef5-abf9-c64d3af85717]

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.[_8813a7bd-564c-4317-817c-e500eeda048e]

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

Met name in geschil is of het missen van de overstap het gevolg was van de eventuele buitengewone omstandigheden. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. De passagiers hebben immers niet betwist dat in ieder geval 1 uur en 15 minuten van de vertraging van de vlucht het gevolg waren van de doorwerking van buitengewone omstandigheden, namelijk latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding tijdens de voorgaande vlucht. Zij zijn uiteindelijk om 01:44 uur aangekomen op de luchthaven van Istanbul. Dit betekent dat de vlucht, als deze vertraging door buitengewone omstandigheden zich niet zou hebben voorgedaan, op zijn laatst om 00:29 uur zou zijn geland. De aansluitende vlucht naar Bangkok is vervolgens om 02:36 uur vertrokken. Niet in geschil is dat de minimale overstaptijd (‘MCT’) op de luchthaven van Istanbul 60 minuten bedraagt. Dit betekent dat de passagiers nog voldoende tijd zouden hebben om de overstap te halen indien de buitengewone omstandigheden zich niet zouden hebben voorgedaan. Het missen van de overstap en daarmee de uiteindelijke langdurige vertraging was dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden. De beoordeling van de overige vertragingsoorzaken kan hiermee in het midden blijven.

4.4.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen omdat deze grotendeels het gevolg was van besluiten van de luchtverkeersleiding en hij daar geen invloed op heeft. Wel heeft hij de passagiers omgeboekt naar de snelst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming.

4.5.

Het verweer slaagt. De passagiers hebben onvoldoende gemotiveerd betwist dat de vervoerder hen na het missen van de overstap heeft omgeboekt op de snelst beschikbare alternatieve vlucht. Het had op hun weg gelegen om hun betoog op dit punt te concretiseren, bijvoorbeeld door aan te voeren welke eerdere opties er voor hen beschikbaar zouden zijn geweest. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden nog meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht. De passagiers hebben hierover ook niets anders aangevoerd. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vorderingen zullen worden afgewezen.

4.6.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 434,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.