Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Noord-Holland, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7558Zaaknummer C/15/377661

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
5 augustus 2026
Zaaknummer
C/15/377661
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging van de ondertoezichtstelling. Afwijzing van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De combinatie van het veiligheidsplan en de regiefunctie van de huisarts maakt dat de veiligheid van de kinderen voldoende gewaarborgd kan worden in de thuissituatie bij de ouders. De kinderrechter heeft de kinderen een brief gestuurd waarin de beslissing is uitgelegd, welke is toegevoegd aan de beschikking.

8 De beslissing

De kinderrechter:

8.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 6 juni 2027;

8.2.

wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2];

8.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 18 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Het standpunt/verweer van de ouders
  5. 5 Informatie van de huisarts
  6. 6 De mening van de kinderen
  7. 7 De beoordeling
  8. 8 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Haarlem

Zaaknummer: C/15/377661 / JU RK 26-695

Datum uitspraak: 5 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

over

[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen: [de minderjarige 1],

[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats],

hierna te noemen: [de minderjarige 2],

hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats],

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats],

hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders,

advocaat van de ouders: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 14 april 2026 met bijlagen, ontvangen op 23 april 2026;

de brief van de advocaat van de ouders van 28 mei 2026 met 18 producties, ontvangen op dezelfde datum.

1.2.

Het verzoek van de GI is gelijktijdig met het verzoek van [de minderjarige 1] met zaaknummer C/15/376477 / JU RK 26-537 en het verzoek van [de minderjarige 2] met zaaknummer C/15/376479 / JU RK 26-538 behandeld op de zitting met gesloten deuren op 5 juni 2026.

Daarbij waren aanwezig:

  • de ouders, bijgestaan door de waarnemend advocaat mr. M. Krol;
  • [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI], namens de GI;
  • [de huisarts], de huisarts van de ouders en de kinderen, aanwezig als informant;
  • [hulpverlener] hulpverleners van de ouders vanuit Trajectium, aanwezig als toehoorder.
1.3.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2].

2.2.

[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verblijven in het gezinshuis [gezinshuis] in [plaats].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 6 maart 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 6 juni 2025. De kinderrechter heeft bij dezelfde beschikking voor de kinderen een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een (netwerk)pleeggezin verleend, welke machtiging bij beschikking van 12 maart 2025 is verlengd voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft vervolgens bij beschikking van 3 juni 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 6 juni 2026 en voor de kinderen een machtiging tot uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin verleend tot 6 december 2025.

2.5.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikkingen van 26 juni 2025 en 27 juni 2025 voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een gezinshuis verleend. De machtiging is daarna drie keer verlengd, laatstelijk bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 1 oktober 2025, tot 6 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De GI heeft het verzoek – samengevat – als volgt onderbouwd in het verzoekschrift. De kinderen worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en de gestelde doelen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn nog niet behaald. De ingezette hulp en begeleiding heeft namelijk nog niet geleid tot een voldoende blijvende verandering in het gedrag van de ouders en de samenwerking tussen de ouders, de GI en hulpverlening. Het is de ouders met de hulpverlening ook (nog) niet gelukt om een veiligheidsplan te maken die voldoet aan de door de GI gestelde kaders, wat de GI wel nodig acht voor een veilige thuisplaatsing van de kinderen. Een verlenging van beide maatregelen is nodig om de ontwikkeling en veiligheid van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te beschermen/waarborgen.

3.3.

Ter zitting heeft de GI – onder meer aan de hand van een pleitnota – het volgende naar voren gebracht. De GI ziet nog steeds een duidelijke, ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen door een combinatie van langdurige medische problematiek en een moeizame samenwerking tussen de ouders en professionals. De besluitvorming over de zorg van de kinderen is voor de GI moeilijk te volgen en niet toetsbaar vanwege een gebrek aan openheid vanuit de ouders. Hierdoor loopt de uitvoering van de maatregelen vast en de GI vraagt zich af of de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing nog langer bijdragen aan een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de kinderen.

De GI vindt een veiligheidsplan noodzakelijk voordat thuisplaatsing van de kinderen kan plaatsvinden. De GI heeft de kaders voor het veiligheidsplan opgesteld, vervolgens hebben de ouders en Trajectium eraan toegevoegd dat het contact tussen het netwerk en de GI via Trajectium moet lopen. Met deze aanpassing kan de GI niet akkoord gaan. Het is goed om te horen dat de ouders inmiddels wel instemmen met de voorwaarde dat de GI ook het netwerk kan raadplegen en van het netwerk informatie kan verkrijgen. Wat wel zorgen baart is dat het de afgelopen periode niet gelukt is om hierover tot overeenstemming te komen en de GI twijfelt daarom of de ouders zich wel aan de veiligheidsafspraken zullen houden. De GI staat achter de regierol van de huisarts zoals door de huisarts ter zitting uitgelegd.

4 Het standpunt/verweer van de ouders

4.1.

De ouders hebben zich verzet tegen de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen. Door en namens de ouders is het volgende naar voren gebracht. De advocaat heeft naar voren gebracht dat Trajectium en de ouders het veiligheidsplan (verder) hebben opgesteld met de module van Trajectium. De ouders hebben weinig vertrouwen in de GI en voor hen voelt het veilig dat de informatievoorziening via Trajectium loopt en de GI van een afstand monitort. Als dat niet mogelijk is, stemmen de ouders in met het veiligheidsplan zoals door de GI gewenst. De ouders hebben toegezegd zich aan de veiligheidsafspraken te zullen houden.

5 Informatie van de huisarts

5.1.

De huisarts heeft toegelicht dat zij op de hoogte is van de betrokken specialisten van de kinderen en de (tussentijdse) adviezen van de specialisten direct teruggekoppeld krijgt. Zij kan dus regie voeren op de medische zorg voor de kinderen, ook als de kinderen thuisgeplaatst worden. De GI mag bij de huisarts alle noodzakelijke informatie van de huisarts en de specialisten opvragen. Het eerdere patroon binnen het gezin, waarbij het de huisarts opviel dat bij de kinderen sprake was van extreem veel artsenbezoeken, onderzoeken en behandelingen, geen verklaringen waren voor de klachten en behandeling geen effect had, herkent de huisarts nu niet meer. De huisarts heeft goede gesprekken met de ouders en vindt de ouders reflectief in hun over bezorgdheid. Zij onderschrijft ook het bericht van de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH-GGZ) dat bij de moeder vooruitgang zichtbaar is in de zin dat zij nu in staat is de zaken soms anders te zien. De huisarts staat ook achter de door de GI noodzakelijk geachte systeemtherapie voor de kinderen en de ouders, en eventuele individuele hulpverlening. Voor het (effectief) kunnen inzetten van therapie is wel stabiliteit en rust nodig. In de huidige situatie waarin de kinderen uit huis geplaatst zijn, is die stabiliteit en rust er niet.

6 De mening van de kinderen

6.1.

[de minderjarige 2] heeft verteld dat hij verdrietig is en boos is op de GI. In zijn eerdere gezinshuis mocht hij onder andere geen gebruik maken van zijn elektrische fiets en mocht hij niet naar de fysiotherapeut. In zijn huidige gezinshuis heeft [de minderjarige 2] het wel goed, ondanks dat hij graag naar huis wil. Het gezinshuis is wel ver van school en de fysiotherapie en [de minderjarige 2] moet elke dag vroeg van huis weg en komt pas laat weer terug. [de minderjarige 2] vindt het onzin dat de GI de fysiotherapie wil monitoren. [de minderjarige 2] heeft geen vertrouwen in de GI, zij liegen en afspraken worden door hen niet nagekomen. Het was [de minderjarige 2] beloofd dat hij naar huis mocht, maar telkens komen er nieuwe voorwaarden en vereisten bij.

6.2.

[de minderjarige 1] heeft verteld dat alles wat zij doet en zegt op medisch gebied onder een vergrootglas wordt gelegd. Zij heeft geen vertrouwen in de GI en voelt zich niet veilig bij hen. [de minderjarige 1] vindt het niet erg om gesprekken te voeren met Trajectium en de huisarts. Zij ziet geen problemen in de thuissituatie en vindt systeemtherapie niet nodig. Als het echt moet, wil zij vanuit de thuissituatie aan de systeemtherapie meewerken. Ook [de minderjarige 1] vindt het reizen naar en van school pittig. Vanwege de reistijd kan zij niet op school blijven hangen en kletsen met vrienden.

7 De beoordeling

7.1.

De kinderrechter ziet aanleiding om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] te verlengen.[_a52a7451-c575-484c-9d22-a8be2457fcde] De kinderrechter wijst het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen echter af.[_7dfcb79a-fe62-4049-9f42-ef4401488724] De kinderrechter legt hierna uit waarom.

7.2.

De ernstige zorgen die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen zijn nog steeds aanwezig. De rechtbank verwijst daarvoor naar de beschikking van meervoudige kamer van 1 oktober 2025, rechtsoverwegingen 7.4., 7.6. en 7.8.:

“De rechtbank ziet op basis van de stukken (waaronder de informatie van de scholen van de kinderen, het netwerk, de voormalige en huidige huisarts) een jarenlang, diepgeworteld patroon, waarin [naam], [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in de thuissituatie bij de ouders op initiatief van de moeder veelvuldig in het medisch circuit zijn gepresenteerd met veel voorkomende en over het algemeen onschuldige (somatische) gezondheidsklachten.”

“De rechtbank acht de situatie rondom de vader, waarbij de overtuiging was dat de vader aan dementie leed en hieraan zal komen te overlijden, zeer zorgelijk. Dementie is namelijk niet gediagnosticeerd blijkens de stukken die zijn ingebracht, laat staan in een vergevorderd stadium. De moeder heeft naar aanleiding van de gestelde dementie volgens informatie vanuit het netwerk, de scholen en de huisarts, zeer zorgelijke en opvallende handelingen verricht.”

“Daarbij is van belang dat de ouders, zoals de rechtbank zelf ter zitting heeft waargenomen, nog onvoldoende inzicht hebben in hun aandeel in de onveilige thuissituatie en gezinsdynamiek.” Hoewel de strafzaak tegen de ouders geseponeerd is, zijn bovengenoemde zorgen nog niet (voldoende) weggenomen. De situatie van de kinderen is namelijk nog onvoldoende veranderd en de ouders hebben nog onvoldoende inzicht in hun aandeel in de zorgen. Daarom is voortduring van ondertoezichtstelling nog gerechtvaardigd.

7.3.

Het afgelopen jaar heeft de GI vanuit de plekken waar de kinderen uit huis geplaatst zijn, gewerkt aan de problematiek bij de kinderen. Bij zowel [de minderjarige 1] als [de minderjarige 2] werd in het gezinshuis een positieve ontwikkeling gezien. [de minderjarige 1] kan inmiddels rennen, fietsen en lange afstanden lopen, activiteiten waarvan zij eerder dacht nooit te kunnen. [de minderjarige 2] heeft stappen gemaakt in de opbouw van zijn conditie. Tegelijkertijd stelt de rechtbank op basis van informatie van de GI, de ouders en de kinderen zelf vast dat de uithuisplaatsing emotioneel zwaar is voor de kinderen. Daar komt bij dat zij ver van huis zijn geplaatst waardoor de afstand tussen het gezinshuis en hun eigen school groot is en zij veel moeten reizen. Ook dit ervaren de kinderen als een last.

7.4.

In de beschikking van 1 oktober 2025 is daarnaast onder rechtsoverweging 7.8. het volgende: “Gelet op de langdurige zorgen over de kinderen, het diepgewortelde patroon en de dynamiek in het gezin, mede in het licht bezien van de richtlijn Kindermishandeling door Falsificatie, acht de rechtbank terugkeer van de kinderen naar de thuissituatie in de gegeven omstandigheden en zonder een gedegen en door de ouders gedragen veiligheidsplan, niet voldoende veilig noch in het belang van de kinderen.” Ter zitting is besproken dat de GI via Trajectium een concept veiligheidsplan heeft opgesteld waarbij op één punt geen overeenstemming was bereikt, namelijk voor zover het netwerk de GI mag benaderen bij zorgen. In het concept veiligheidsplan staat opgenomen dat het netwerk pas na overleg met Trajectium de GI benadert; de GI vindt het noodzakelijk dat het netwerk (vrienden, familie, scholen, hulpverlening) hen direct mag benaderen wanneer zij zorgen hebben, zonder tussenkomst van Trajectium. De ouders hebben hun bezwaren tegen dit vereiste van de GI losgelaten en er is op dit punt ter zitting overeenstemming bereikt. Dat betekent dat er nu een gedegen en door de ouders (zoals bevestigd ter zitting) gedragen veiligheidsplan is, gericht op het waarborgen van de veiligheid en de gezonde ontwikkeling van de kinderen. Daar komt bij dat de huisarts ter zitting heeft toegelicht dat zij een regiefunctie voert en zal blijven voeren ten aanzien van de hulpverlening en de medische zorg voor de ouders en de kinderen. Zij heeft ook aangegeven dat de GI te allen tijde informatie bij haar, of bij de hulpverleners via haar, kan opvragen. Ook heeft de huisarts duidelijk gemaakt dat het de moeder steeds beter lukt om de zaken op een andere manier te bekijken, zoals ook door de POH-GGZ is aangegeven. Volgens de huisarts zal de moeder de kritische vragen en adviezen over de medische zorg van de huisarts accepteren. De huisarts ziet ook de meerwaarde van systeemtherapie, gelet op de problematiek binnen het gezin, maar ook vanwege wat het gezin heeft meegemaakt het afgelopen jaar. De systeemtherapie zal de huisarts dan ook kunnen aanvragen. Iedereen is het erover eens dat voor een dergelijke therapie stabiliteit en rust nodig is in de thuissituatie. Deze therapie kan daarom niet effectief geboden worden in de situatie waarin de kinderen uit huis geplaatst zijn.

7.5.

De combinatie van het veiligheidsplan en de regiefunctie van de huisarts maakt dat de veiligheid van de kinderen voldoende gewaarborgd kan worden in de thuissituatie bij de ouders.

7.6.

Verder is volgens de GI nodig dat hulpverlening ingezet wordt in de vorm van individuele therapie voor de kinderen en de moeder dan wel systeemtherapie. Ook moet de situatie van de kinderen gemonitord blijven, zoals in het veiligheidsplan vastgelegd. Een goede samenwerking tussen de GI en de ouders is daarvoor vereist. Hoewel sinds de start van de nieuwe jeugdbeschermers in het gezin de samenwerking enige tijd redelijk goed ging, is de verstandhouding tussen de GI en de ouders opnieuw verslechterd. Daarbij valt het wantrouwen van zowel de ouders als de kinderen richting de GI op. De kinderrechter benadrukt dat de GI handelt in het belang van de kinderen en dat gezien hun inzet het wantrouwen vanuit de ouders onterecht is. Ook belemmert het wantrouwen de ouders, waardoor het nodig is om naast de betrokkenheid van de huisarts ook hulpverlening van Trajectium in te blijven zetten. Het ligt daarbij op de weg van Trajectium om rekenschap te geven van de positie van de GI. De GI is immers verantwoordelijk voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling en zij mogen in dat kader aanwijzingen geven aan de ouders, via Trajectium.

7.7.

Gelet op bovenstaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van een jaar. Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wijst de kinderrechter af. Een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is immers niet meer geboden. De kinderrechter gaat er daarbij wel van uit dat het veiligheidsplan ondertekend en nageleefd wordt, zoals de ouders hebben toegezegd.

7.8.

De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vandaag ook een brief gestuurd waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief staat het volgende.

Beste [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2],

Na het gesprek met jullie en de zitting op de rechtbank heb ik besloten dat jullie naar huis gaan. Ik, en ook de GI, weet dat jullie veel last hebben gehad van de uithuisplaatsing. Gelukkig hebben jullie wel stappen kunnen zetten in het gezinshuis. Zo wordt gezien dat jij, [de minderjarige 1], meer bent gaan rennen en fietsen en kan je nu ook lange stukken achter elkaar lopen. En jij, [de minderjarige 2], hebt gewerkt aan een betere conditie en er wordt gezien dat je jouw benauwdheidsklachten beter kan herkennen. Dat vind ik knap van jullie en gun ik jullie ook.

Nu is het tijd om naar huis te gaan. Jullie ouders hebben samen met Trajectium en de GI een veiligheidsplan opgesteld, waarin afspraken staan over bijvoorbeeld medische zaken en de communicatie met de hulpverlening. Het is belangrijk dat deze afspraken door jullie ouders nagekomen worden, dat hebben jullie ouders tijdens de zitting ook beloofd. Jullie huisarts zal een oogje in het zeil houden en jullie en jullie ouders helpen bij de medische problemen.

Ook heb ik besloten dat de GI het komende jaar bij jullie gezin blijft meekijken. Trajectium blijft jullie ouders daarbij begeleiden. Ik heb namelijk nog wel zorgen over jullie medische klachten en de manier waarop jullie ouders daarmee omgaan. Ik vind daarom dat therapie nodig is voor jullie en jullie moeder individueel en voor jullie gezin gezamenlijk. De huisarts denkt ook dat dat zal helpen en gaat dat regelen, samen met jullie. De huisarts, Trajectium en jullie ouders weten dat de GI alle belangrijke informatie moet krijgen over jullie. Dat is noodzakelijk, hoe vervelend jullie dat ook vinden. Ik vind dat ook.

Jullie vertelden dat jullie je na de vorige zitting niet gehoord voelden. Ik hoop dat jullie dat nu anders hebben ervaren en dat het voor jullie nu duidelijk is wat ik heb besloten en waarom ik dat heb besloten. Ik hoop dat jullie ook proberen om goed te luisteren naar anderen, zoals naar de GI. De GI heeft bijvoorbeeld aan jullie proberen uit te leggen dat ik vorig jaar niet heb besloten dat jullie zo snel mogelijk teruggeplaatst moesten worden. Jullie bleven volhouden dat dat wel was beslist en zijn daarom ook heel lang onnodig boos geweest.

Veel succes en geluk met school en alles wat op jullie pad komt.

Groeten,

de kinderrechter

7.9.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_c07af68d-d772-4eb2-a395-6240bcbd2057]

7.10.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8 De beslissing

De kinderrechter:

8.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 6 juni 2027;

8.2.

wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2];

8.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 18 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.