Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7418Zaaknummer 11848123
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- 11848123
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; Vertraging. De passagiers stellen dat zij voorbarig zijn omgeboekt. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11848123 \ CV EXPL 25-5526
Uitspraakdatum: 17 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1 [eiser 1],
2. [eiser 2], beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft
gevestigd te Keulen (Duitsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De passagiers stellen dat zij voorbarig zijn omgeboekt. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen.
1 Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 oktober 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Frankfurt International Airport (Duitsland), naar Luqa Airport (Malta), met vluchtnummers LH989 en LH1310.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vertraagde aankomst van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- en de nakosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De passagiers hebben de buitengewone omstandigheden niet betwist, waardoor dit vast is komen te staan. Zij stellen dat de vervoerder hen voorbarig heeft omgeboekt. Het eerste vluchtsegment kwam met een vertraging 59 minuten aan op Frankfurt. De aansluitende vlucht had een vertrekvertraging van 48 minuten. De passagiers hadden de overstap alsnog kunnen halen. Het tijdsverlies is daarom ontstaan door de handelingen van de vervoerder, aldus de passagiers.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht van passagiers pas om 13:26 uur lokale tijd is aangekomen op Frankfurt. De deuren van de aansluitende vlucht sloten om 13:28 uur lokale tijd. Dat betekent dat de passagiers twee minuten de tijd hadden om de aansluitende vlucht te halen. Er is daarom geen sprake van een voorbarige omboeking, aldus de vervoerder. De kantonrechter gaat mee in het verweer van de vervoerder. De passagiers konden de aansluitende vlucht niet halen en moesten daarom omgeboekt worden. In het onderhavige geval zijn de passagiers omgeboekt naar een vlucht die hen met minder dan 24 uur vertraging naar de eindbestemming zou vervoeren. Dat deze vlucht vervolgens werd geannuleerd kan niet verweten worden aan de vervoerder. De passagiers hebben hier verder ook niks tegenin gebracht. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.