Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7417Zaaknummer 11574940

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
11574940
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden, namelijk het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 90,00;salaris gemachtigde € 107,50;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11574940 \ CV EXPL 25-1485

Uitspraakdatum: 17 juni 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

EasyJet Europe Airline GmbH

gevestigd te 1220 Wenen (Oostenrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK legal)

De zaak in het kort

De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het overschrijden van het nachtregime op luchthaven Schiphol. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 11 oktober 2024 vervoeren van Copenhagen Airport Kastrup (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport met vlucht U27940 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 48,40, althans een in redelijke justitie door uw rechtbank te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder voert primair aan dat de rechtbank Noord-Holland onbevoegd is in deze zaak. De dagvaarding is uitgebracht aan een buitenlandse entiteit zonder vestigingsplaats en kantoor in Nederland. In de dagvaarding staat ook niet waarom de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van deze zaak. De passagier betwist dit en stelt dat de bevoegdheid kan worden afgeleid uit het Rehder-arrest[_ea05dfaa-8dbd-4187-bdb9-09c45472a83d]. De vlucht zou namelijk aankomen op de luchthaven Schiphol, waardoor de rechtbank Haarlem bevoegd is om kennis te nemen van deze zaak. De kantonrechter oordeelt dat zij bevoegd is. De vlucht stond gepland om op de luchthaven Schiphol aan te komen. Op grond van artikel 7 Brussel I bis, in samenhang met het Rehder-arrest, is de rechter in het rechtsgebied van de plaats van aankomst bevoegd. Daarom is de rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem bevoegd om van deze zaak kennis te nemen.

4.4.

Daarnaast heeft de vervoerder aangevoerd dat de passagier niet-ontvankelijk verklaard moet worden. De dagvaarding is uitgebracht aan EasyJet Europe Airline GmbH, aan een adres waar deze vennootschap niet gevestigd is en ook geen kantoor houdt. Uit de correspondentie tussen de gemachtigde van de passagier en vervoerder blijkt ook dat de vervoerder is gevestigd in Oostenrijk en niet in Amsterdam. Daarom dient de passagier niet-ontvankelijk verklaard te worden. De passagier betwist dit en wijst erop dat de vervoerder is in het geding verschenen waardoor geconcludeerd kan worden dat hij op de correcte wijze is opgeroepen. Daarnaast heeft de passagier een document overgelegd waarin een gemachtigde van de vervoerder heeft verklaard dat de post van alle entiteiten van easyJet (met 1 niet relevante uitzondering) aan het in de dagvaarding opgenomen adres in Amsterdam kan worden gestuurd, maar dat de uitgezonderde vennootschap in Engeland moet worden aangeklaagd. Gelet hierop oordeelt de kantonrechter dat het verweer van de vervoerder moet worden verworpen. Uit het overgelegde e-mailbericht blijkt dat post voor de vervoerder aan het in de dagvaarding opgenomen adres kan worden gestuurd en uit de toevoeging dat de uitgezonderde vennootschap in Engeland moet worden aangeklaagd volgt dat onder het daarbij gehanteerde begrip ‘post’ tevens een processtuk als een dagvaarding moet worden begrepen. De enkele stelling van de vervoerder dat uit het e-mailbericht niet blijkt dat gedagvaard is aan het juiste adres houdt daarom geen stand. Bovendien heeft de passagier naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat de vervoerder door te verschijnen een eventuele fout in de dagvaarding op dit punt heeft gedekt (artikel 122 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De passagier wordt derhalve in haar vordering ontvangen.

4.5.

De vervoerder heeft subsidiair aangevoerd dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Amsterdam-Geneve-Amsterdam-Kopenhagen-Amsterdam (vluchtnummers EZY7867-EZY7868-EZY7939-EZY7940). Deze rotatie werd door hetzelfde toestel (met registratiekenmerk OE-LSU) uitgevoerd. De vluchten in deze rotatie kregen allemaal slotrestricties opgelegd van de luchtverkeersleiding, waardoor zij vertraagd zijn uitgevoerd. De vervoerder heeft als productie de slotberichten overgelegd. Hieruit blijkt onder andere dat ‘restriction at destination airport’ (REGCAUSE GA83) en ‘ATC en route demand/capacity’ (REGCAUSE CE81) de oorzaken waren voor de nieuwe slottijden. Deze vertragingen werkten door op de vlucht voorafgaande de vlucht in kwestie. Als gevolg daarvan kon de rotatie Amsterdam-Kopenhagen-Amsterdam niet uitgevoerd worden. Het nachtregime van luchthaven Schiphol zou anders overtreden worden. Het nachtregime gaat namelijk in om 21:00 uur UTC. Daarom werden beide vluchten geannuleerd. In dit geval is er sprake geweest van een besluit van de luchtverkeersleiding, waardoor de vluchten in deze rotatie vertraagd werden en de vlucht in kwestie vervolgens geannuleerd moest worden. Er is daarom sprake van een buitengewone omstandigheid, aldus de vervoerder.

4.6.

De passagier betwist dit. Het annuleren van een vlucht vanwege het nachtregime, ook al is er sprake van een vertraging wegens een buitengewone omstandigheid, is niet voldoende om compensatie te ontzeggen. In dit geval is de vlucht in kwestie geannuleerd als gevolg van het aanpassen van de EOBT van de vluchten in deze rotatie. De vervoerder heeft de EOBT van vlucht EZY7867 meerdere keren verlaat waardoor de vlucht uiteindelijk een slottijd heeft gekregen van 14:08 uur UTC. Hij heeft niet toegelicht waarom hij de EOBT heeft aangepast, maar uit de stukken blijkt dat het waarschijnlijk te wijten is aan de vertraagde aankomst van de voorgaande vlucht van 43 minuten. De vervoerder heeft echter aangevoerd dat de vertraging te wijten is aan de restricties van de luchtverkeersleiding. De codes die bij de nieuwe slottijden staan vermeld zijn niet relevant. De vervoerder plant regelmatig vluchten dicht op het nachtregime. De vervoerder heeft niet voldoende aangetoond dat er sprake was van een avondklok. Indien er toch sprake is van een avondklok dan dient dit aangemerkt te worden als een omstandigheid die inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. Vooral nu de vervoerder regelmatig vluchten dicht op het nachtregime plant en vervolgens annuleert. Hij heeft niet aangetoond dat hij een nachtslot heeft aangevraagd en heeft ook niet toegelicht waarom hij dit niet heeft aangevraagd. Daarom kan dit niet worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid. Bovendien heeft de vervoerder niet aangetoond dat het maken van een andere keuze, zoals het inzetten van een ander toestel niet mogelijk was. Het had op zijn weg gelegen om een overzicht van alle beschikbare toestellen over te leggen. Ten slotte heeft de passagier een overzicht overgelegd van vluchten die op en na het nachtregime zijn aangekomen op luchthaven Schiphol.

4.7.

De vervoerder heeft hier tegen in gebracht dat de vlucht niet vertraagd is door het wijzigen van de EOBT, maar door restricties van de luchtverkeersleiding. Vluchten mogen na het ingaan van het nachtregime wel uitgevoerd worden, maar alleen als de vervoerder beschikt over een nachtslot. Zo niet, en de vervoerder voert toch een vlucht uit, dan wordt dit gezien als een ‘unplanned night movement’ en kan de vervoerder een fikse boete krijgen. Een luchtvaartmaatschappij kan alleen bij een noodgeval op het laatste moment een nachtslot krijgen. De passagier heeft een overzicht van vluchten overgelegd die na het ingaan van het nachtregime zijn uitgevoerd, maar de luchtvaartmaatschappijen hebben in die gevallen van te voren een nachtslot toegewezen gekregen.

4.8.

De kantonrechter oordeelt dat het verweer van de vervoerder niet slaagt. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vluchten in deze rotatie enkel zijn vertraagd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding. Echter blijkt dit niet uit de overgelegde stukken. Uit deze stukken blijkt dat de eerst genoemde vlucht in de rotatie, vlucht EZY7867, voor 17 minuten is vertraagd door slotrestricties van de luchtverkeersleiding en voor 43 minuten vertraagd is door de late aankomst van de voorgaande vlucht. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om dit nader toe te lichten nu hij heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie is geannuleerd vanwege een doorwerking van buitengewone omstandigheden. Daarnaast heeft hij onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. De vervoerder heeft enkel aangevoerd dat het niet op het laatste moment kan, maar heeft dit niet onderbouwd met stukken. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.

4.9.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.10.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;

5.2.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 144,47;griffierecht € 90,00;salaris gemachtigde € 107,50;

5.3.

veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.