Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:7412Zaaknummer 11820954

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
11820954
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Luchtvaart; Vertraging. Buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het procesverloop
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11820954 \ CV EXPL 25-5026

Uitspraakdatum: 17 juni 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

allen wonende te [plaats]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V.)

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf (Russell advocaten)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 23 oktober 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Franz Josef Strauss Airport, München (Duitsland) naar Costa Smeralda Airport, Sardinië (Italië), met vluchtnummers LH2303 en LH910.

2.2.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

2.3.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.4.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3 Het geschil

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vertraagde aankomst van de vlucht, althans vanaf de datum van ingebrekestelling dan wel vanaf datum van betekening van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;

- en de nakosten.

3.2.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.3.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

4.3.

De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. De passagiers hebben dit niet betwist, waardoor dit vast is komen te staan.

4.4.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder voert aan dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen door de passagiers op de eerstvolgende alternatieve vlucht om te boeken, waarmee zij binnen 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. De passagiers hebben hier enkel tegen ingebracht dat de passagiers ook op eerdere vluchten had kunnen worden omgeboekt waarmee zij eerder op de eindbestemming zou zijn aangekomen. Dit betoog is door de passagiers op geen enkele wijze onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder in dit geval alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vordering is niet toewijsbaar.

4.5.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;

5.3.

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.