Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Noord-Holland, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:7239Zaaknummer 12105695
- Instantie
- Rechtbank Noord-Holland
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Publicatiedatum
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12105695
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Luchtvaart; EPGV; latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding; vertraging van minder dan 24 uur; verzoek afgewezen
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12105695 \ CV FORM 26-986
Uitspraakdatum: 17 juni 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
wonende te [plaats] verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Roissy (Frankrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2 De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 11 april 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Charles de Gaulle Airport (Frankrijk) naar Juan Santamaría International Airport (Costa Rica), met de vluchtcombinatie AF1341 en AF430.
De vervoerder heeft vlucht AF1341 (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00.[_b11b7db8-60c0-4ac9-90a8-89da072d2ada]
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.[_c894a0d5-cd58-4266-a2c8-488b32194709]
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de vlucht pas om 09:20 UTC van de gate mocht vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten altijd worden opgevolgd. Deze omstandigheid is daarom niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging zo beperkt mogelijk te houden. Vast staat namelijk dat de passagier is omgeboekt en met een vertraging van (slechts) 7 uur en 25 minuten is aangekomen in San José. Onder deze omstandigheden is het niet aan de vervoerder om aan te tonen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was. Het verzoek van de passagier zal daarom worden afgewezen.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van deze beschikking.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 144,00 aan salaris gemachtigde;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.