Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Noord-Holland, 28 januari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:723Zaaknummer 11313921 \ CV EXPL 24-6589

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
11313921 \ CV EXPL 24-6589
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Verstek
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis na akte. Referte. Incassokosten- en administratiekostenbedingen in algemene voorwaarden worden vernietigd vanwege oneerlijkheid.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.001,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 113,54;

griffierecht € 524,00;

salaris gemachtigde € 238,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11313921 \ CV EXPL 24-6589

Uitspraakdatum: 28 januari 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

A B Autoverhuur B.V.

te Haarlem

de eisende partij

gemachtigde: mr. O.J. Boeder

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 5 november 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een aantal bedingen in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft per e-mail aangegeven zich te refereren aan dit voorlopige oordeel.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter ziet geen reden om nu anders over de oneerlijkheid van artikel 7 lid 4 en artikel 13 van de algemene voorwaarden te denken dan in het tussenvonnis is overwogen. Daarom worden deze bedingen vernietigd. De buitengerechtelijke incassokosten en de administratiekosten over de verkeersboete (€ 12,29) zullen worden afgewezen.

2.2.

Een gedeelte van € 3.500,- van de gevorderde hoofdsom ziet op ingehouden eigen risico voor een schadegeval. Uit de overgelegde huurovereenkomst blijkt echter dat partijen zijn overeengekomen om het eigen risico (tegen betaling) te verlagen tot € 300,-. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan daarom niet worden geoordeeld dat een eigen risico van € 3.500,- is overeengekomen. Dit betekent dat een gedeelte van € 3.200,- van de hoofdsom niet toewijsbaar is.

2.3.

De gevorderde hoofdsom wordt voor het overige toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.4.

De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.

2.5.

De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.001,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 september 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 113,54;

griffierecht € 524,00;

salaris gemachtigde € 238,00;

3.3.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.