Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Holland, 27 januari 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:636Zaaknummer 11492212 BM VERZ 25-80 jb

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 april 2026
Zaaknummer
11492212 BM VERZ 25-80 jb
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Betrokkene verzoekt opheffing van het bewind dat is ingesteld wegens schulden. Bewindvoerder heeft bezwaar daartegen gemaakt. Bewindvoerder vermoedt dat betrokkene het verzoek gedaan heeft door beinvloeding van een man met wie zij een ongezonde relatie heeft. Omdat deze man voor overlast zorgde in de woning van betrokkene is de huurovereenkomst beeindigd. Omdat het de kantonrechter voorkwam dat betrokkene niet opgewassen is tegen deze man, heeft de kantonrechter de grond gewijzigd naar de lichamelijke/geestelijke toestand.

beslissing

De kantonrechter:

  • wijst het verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind af;
  • wijzigt de grond van het op 16 mei 2019 uitgesproken bewind in die zin dat de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] onder bewind zijn gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand;
  • bepaalt dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;
  • bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: 11492212 BM VERZ 25-80 jb

dossiernummer: BM 61159datum: 27 januari 2026

beschikking

op verzoek van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,

hierna te noemen: betrokkene,

van wie de bewindvoerder is:

De Bewindvoerder Alkmaar e.o. B.V.,

KvK-nr. 65829344,

correspondentieadres: Postbus 9077, 1800 GB Alkmaar.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek, ontvangen op 14 januari 2025;

het verweer van de bewindvoerder, ontvangen op 11 februari 2025.

Het verzoek is mondeling behandeld op 6 oktober 2025 in aanwezigheid van [medewerker] namens de bewindvoerder. Betrokkene is ondanks behoorlijke oproeping niet verschenen.

Betrokkene is volgens de bewindvoerder wel op de hoogte van de zittingsdatum, omdat de bewindvoerder de oproep daarvoor naar haar huidige adres heeft gestuurd.

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter te Haarlem van 16 mei 2019 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden. Betrokkene vraagt nu om opheffing van het bewind. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het in haar situatie het beste is dat zij zelf weer haar financiën beheert.

De bewindvoerder heeft bezwaar gemaakt tegen opheffing van het bewind. Hoewel de schuldenlast nu minimaal is, is de persoonlijke situatie van betrokkene verslechterd. Zij heeft contact met een oude bekende van haar en heeft daar een ongezonde relatie mee. Betrokkene wilde geen verhoging van haar leefgeld, terwijl dat mogelijk was, omdat ze moeilijk weerstand kon bieden aan deze man, zo vertelde zij telefonisch aan de bewindvoerder.

Begin van dit jaar is betrokkene opgenomen geweest in het ziekenhuis vanwege verwondingen die zij thuis had opgelopen nadat ze was uitgegleden. Tegen het advies van de arts in, is zij eerder naar huis gegaan met deze man.

Tijdens haar opname is haar huis door deze man bewoond en heeft hij daar voor veel overlast gezorgd. Door de woningbouwvereniging is hem toen de toegang tot de woning ontzegd en als betrokkene daar geen gehoor aan zou geven zou een procedure tot beëindiging van de huurovereenkomst worden gestart.

Inmiddels is de huurovereenkomst ontbonden per 26 augustus 2025.

De bewindvoerder weet dat de man in Lelystad woont en het is haar opgevallen dat als hij bij betrokkene is, betrokkene steeds aangeeft bij de bewindvoerder dat zij van het bewind af wil. Echter, als de man weer weg is, geeft zij aan dat zij het bewind wil houden.

Als hulpverlenende professionele partij is Vangnet en Advies op de hoogte van de ongezonde relatie van betrokkene met de man.

De bewindvoerder is van mening dat vanwege de persoonlijke situatie van betrokkene het bewind noodzakelijk blijft ook nadat de schulden zijn opgelost.

De bewindvoerder vraagt daarom de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’ voor onbepaalde tijd.

Gelet op het voorgaande, hetgeen niet door betrokkene is weersproken, acht de kantonrechter het bewind niet alleen nog steeds noodzakelijk, maar is het voor de kantonrechter ook

voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand (tijdelijk of duurzaam) niet in staat is ten volle haar vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Blijkbaar is betrokkene niet opgewassen tegen voornoemde man en is zij daardoor haar huurwoning kwijt geraakt.

De kantonrechter zal het verzoek van de bewindvoerder om de grond te wijzigen daarom toewijzen.

Het verzoek van betrokkene om het bewind op te heffen, zal de kantonrechter afwijzen.

De kantonrechter zal bepalen dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.

beslissing

De kantonrechter:

  • wijst het verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind af;
  • wijzigt de grond van het op 16 mei 2019 uitgesproken bewind in die zin dat de goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] onder bewind zijn gesteld wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand;
  • bepaalt dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;
  • bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.